Het spijt ons erg

,,Wij hebben de afgelopen jaren gedaan wat we beloofd hadden.'' ,,Ik durf onze kiezers van 1994 en 1998 nog zeer recht in de ogen te kijken.'' ,,We zullen aan de kiezer duidelijk moeten maken wat het paarse kabinet heeft gedaan.'' Zo spraken achter elkaar Melkert, Dijkstal en De Graaf in hun reactie op de verliezen van afgelopen woensdag. Alledrie even trots en tevreden op het gevoerde beleid. En de ridders van Paars hebben één voornemen: al hun goede werk nóg een keer uitleggen.

Het ene uiterste is om Paars nu van alles de schuld te geven, zoals Paul Scheffer 2 maart in NRC Handelsblad deed en Frits Bolkestein in Noordwijk. Daar maakte Jan Blokker al terecht bezwaar tegen in zijn Volkskrant-column. Maar het andere uiterste is om krampachtig de rijen te sluiten en de kiezers tussen nu en 15 mei alleen extra reclamemateriaal over 1994-2002 aan te bieden. Waarom kunnen Melkert, Dijkstal en De Graaf niet voor één keer tegelijkertijd `veel goed gedaan' en `sorry' tegen ons kiezers zeggen? Of zijn deze professionele politici zo vervormd, dat een eerlijke balans van goed en kwaad niet meer over hun lippen komt?

Ze zouden kunnen beginnen met de goede kant: ,,We hebben in 1994 ervoor gekozen om zo lang mogelijk te blijven profiteren van een gunstige prijsverhouding tussen de loonkosten in Nederland en de loonkosten in Duitsland. Daarom hebben de PvdA en de vakbeweging ook meegewerkt aan een politiek om de Nederlandse arbeidsmarkt soepeler te maken, zodat de grote uitzendbureaus in Nederland beter uit de voeten konden dan in Duitsland. Omdat Nederland én goedkoper was dan Duitsland voor het bedrijfsleven, én kansen bood om personeel snel aan te nemen en weer af te laten vloeien, vestigden de callcenters en de servicecenters voor West-Europa zich hier en niet in Duitsland. Ook de technische bedrijven van de nieuwe economie komen sneller van de grond in Nederland dan in Duitsland of Frankrijk, want groei en krimp van een jong bedrijf zijn bij ons goedkoper. En omdat we ondertussen met onze welvaartsstaat een pas op de plaats hebben gemaakt, is de overheidssector 80 miljard gulden (37 miljard euro) per jaar achtergebleven bij de ontwikkeling van de economie. Dat was weer gunstig voor de belastingdruk. Om al die redenen hebben nu 1,8 miljoen méér mensen een baan dan in 1994. Mensen die werken zijn minder vaak depressief dan werklozen, en voelen zich gemiddeld gelukkiger.''

Dat zouden onze paarse politici allemaal kunnen volhouden, ook tegen Pim Fortuyn, wanneer die hen tenminste laat uitpraten.

Maar er is ook een schaduwzijde. De paarse politici zouden daarover kunnen zeggen: ,,Het spijt ons dat we in de medische sector acht jaar lang zijn doorgegaan met het foute beleid om de kosten te dwingen onder een te krap plafond. Het was een vergissing van onze voorgangers die wij helaas hebben voortgezet. Er zijn mensen onnodig gestorven door de te lange wachtlijsten en dat spijt ons heel erg. Veel andere patiënten zijn slecht behandeld en hebben te lang pijn geleden, en dat spijt ons ook. Personeel in de medische sector heeft de vreugde in het werk verloren en ook daarvoor dragen wij schuld.''

,,Het spijt ons dat wij zo slecht leiding hebben gegeven aan de politie. Vlak voordat wij in 1994 aantraden, was er eindelijk overeenstemming over een nieuwe indeling van de politie in regio's en we hebben toen besloten om de politie met rust te laten. In 1994 was dat redelijk, maar we hadden daar allang op terug moeten komen. We hebben bij de verkiezing voor de gemeenteraad heel duidelijk gehoord dat u op lokaal niveau invloed wil hebben op de politie en het spijt ons dat die er helemaal niet meer is. We zullen onmiddellijk een wet indienen om gemeenten de kans te bieden met eigen middelen meer politie aan te stellen. Het spijt ons dat dat nu niet kan, en sommigen van ons moeten extra excuus maken dat we in Heerlen vorige week ten onrechte de indruk hebben gewekt dat onze partij op lokaal niveau wél bevoegdheden heeft over de politie.''

,,Het spijt ons ook dat we de werkers in de overheidssector nog zo gebrekkig behandelen. Leraren, verpleegsters, huisartsen en ook soldaten hadden wel meer mogen verdienen; dan waren er minder vacatures geweest voor die belangrijke beroepen. Personeel bij het openbaar vervoer en ook bij de politie had misschien ook meer moeten verdienen, maar tegelijk steviger moeten worden toegesproken. Wij zijn onder de indruk van de manier waarop de Britse minister van Binnenlandse Zaken, David Blunkett, nu de confrontatie aangaat met de machtige politiebonden en zullen ook in Nederland waar dat nodig is veel krachtiger optreden bij te weinig dienstbetoon van de agenten. Wij schamen ons ook dat ons paarse kabinet bij de Nederlandse Spoorwegen om electorale redenen zes maanden rust heeft gekocht, in plaats van opdracht te geven tot een onmiddellijk eind aan de verloedering van die onderneming.''

,,Het spijt ons dat wij niet meer hebben kunnen doen om de immigranten beter hun plaats te bieden in onze samenleving. Dat is moeilijk en slogans van demagogen lossen niets op. Maar we willen wél beginnen door vanaf morgen ten minste woorden zuiver te gebruiken. Wij zullen daarom nooit meer te spreken over `autochtoon' en `allochtoon', maar alleen nog over `immigranten'. Onze ministers van Binnenlandse Zaken en Grotestedenbeleid zullen maandag hun ambtenaren opdragen om nooit meer omineuze termen te gebruiken als `derde generatie allochtoon'. Respect voor elkaar begint met correct gebruik van de taal.''

,,Bij het vele positieve wat is bereikt voor de welvaart en de economische groei hebben wij geluk gehad met de internationale conjunctuur. De zwarte vlekken in ons beleid zijn ons verwijtbaar, en we willen er van leren. Maar geef ons of een andere democratische partij de kans om het samen beter te doen, en bezwijk niet voor de propaganda van de onvrede.''