Het nationale chagrijn

Het verschijnsel Fortuyn is geen politiek incident. Het politieke establishment beseft nog niet dat de tijden zijn veranderd. Partijen hebben minder vaste aanhang: de steun van de zwevende kiezer moet worden verdiend.

Het werd dus erger dan de peilingen al enige tijd voorspelden. Veel erger. De oude partijen leverden niet in, ze werden verbrijzeld. In Rotterdam begon afgelopen woensdag de victorie van Pim Fortuyn echt. Geen virtuele cijfers meer, maar pure stemmen: 85.792 van de in totaal 247.385 voor de man die zich tot ieders verrassing maanden geleden beschikbaar stelde voor de Rotterdamse gemeenteraad, nadat hij maanden eerder hetzelfde had gedaan voor de landelijke politiek.

Rotterdam koos niet alleen, Rotterdam stelde een daad. Een stem voor Pim was evengoed een stem tegen de oude politiek. Weg PvdA, weg VVD. De steun voor de PvdA – nog maar twaalf jaar geleden bezat de partij de absolute meerderheid in de raad – liep met een kwart terug, de VVD werd zelfs gehalveerd. En dat alles niet voor een partij of een programma, maar voor een charismatisch en onconventioneel persoon die het als zijn persoonlijke opdracht ziet Nederland eens flink op te schudden. De gevestigde partijen duizelen, Fortuyn glundert.

Lang heeft hij er op moeten wachten. Al tien jaar geleden stelde Pim Fortuyn zich, niet gehinderd door bescheidenheid, beschikbaar voor het land. In zijn boek Aan het volk van Nederland bekende hij zich tot een leerling van Joan Derk van der Capellen tot den Pol die zich in 1781 door middel van een pamflet met dezelfde titel tot zijn landgenoten had gericht. ,,Grote taken wachten ons, maar we zullen ze moeten verrichten in het besef dat we kleine mensen zijn'', aldus Fortuyn in 1992. Maar toen was het nog te vroeg. De Verelendung had nog onvoldoende doorgezet. Zoals Fortuyn zelf in dat boek over het Nederlandse volk constateerde: ,,U bent zo tevreden en zo op consensus ingesteld dat u zich vrijwel nergens meer druk over wenst te maken.''

Maar nu blijkbaar wel. En waarom? Nog nooit was Nederland zo welvarend. Op Prinsjesdag droop de tevredenheid over zeven jaar paars beleid uit de diverse begrotingsstukken. Alsof het een verkiezingsfolder betrof werden in de Miljoenennota de klinkende resultaten van twee paarse kabinetten uitgemeten. Meer besteedbaar inkomen, meer banen, meer geld voor `maatschappelijke prioriteiten', minder staatsschuld. En de kiezers wisten het te waarderen. In de peilingen stonden de twee steunpilaren van de paarse coalitie, PvdA en VVD, op een stabiele meerderheid.

Enig voorteken van de nu heersende anarchie op de kiezersmarkt viel op dat moment niet te bespeuren. Integendeel. Alom werd verbazing uitgesproken over de rust waarin de machtswisseling bij de PvdA zich een maand daarvoor had voltrokken. Het aangekondigde vertrek van het kanon Kok leek maar in zeer beperkte mate van invloed op de electorale aantrekkingskracht van de partij. Ook met betrekking tot de voorkeuren voor andere politici waren de peilingen een oase van rust. Tot vorig najaar, toen Leefbaar Nederland zich begon te manifesteren en het grote afkalven van het politieke establishment een aanvang nam.

En dan afgelopen woensdag de afrekening. In Rotterdam, de hometown van Fortuyn, maar ook elders in het land, waar bijna overal alle partijen met het woord Leefbaar in de naam forse winst wisten te boeken. Leefbaar is synoniem geworden voor een stem tegen de gevestigde politieke orde die het `er bij heeft laten zitten', uit straatinterviews beter bekend als `de hoge heren uit Den Haag', of `zij die toch niet naar ons luisteren'. Ook woensdagavond laat klonk het weer op diverse plaatsen in het land: de kiezer heeft altijd gelijk. Maar wie is die kiezer dan?

Uit de exitpolls van afgelopen woensdag bleek dat het electoraat van Leefbaar partijen en Pim Fortuyn allereerst moet worden gezocht in de traditionele categorie proteststemmers: laagopgeleide vijftigplussers, vooral mannen. Maar daarnaast heeft Fortuyn bovengemiddeld veel jonge kiezers naar zich toe weten te trekken, mensen die voor de eerste keer gingen stemmen. Zij stemden nog niet eens zozeer uit onvrede, maar voor de gein. Jongeren, zo is uit eerder onderzoek van het Amsterdamse bureau O+S gebleken, zijn vooral aangetrokken door het `evenement Fortuyn'.

Voorop staat bij bijna iedereen de afkeer van Den Haag. Het Binnenhof en de mensen die daar omheen cirkelen worden geassocieerd met een in zichzelf gekeerde kaste. Beroepsvergaderaars die de taal van het volk niet spreken en de klacht van het volk niet horen. Voor het gemak worden alle partijen op één grote hoop geveegd. De uitslag van woensdag bewijst het: geen van de oude, Haagse partijen heeft glorieus gewonnen. De winst kwam terecht bij partijen die zich distantiëren van het politieke establishment.

Nieuw is het allemaal niet. In hun uit 1994 daterende boek Het grote ongenoegen signaleren de Leidse politicologen Andeweg en Van Gunsteren dat afkeer van en onverschilligheid tegenover de politiek van alle tijden zijn. Nieuw zijn volgens hen wel de gevoeligheid en de kwetsbaarheid van politici voor afkeer van burgers of bedrijven en verenigingen. ,,Waar vroeger beleid zich ondanks afkeer en onverschilligheid wel wist door te zetten, is een beetje afkeer voor hedendaags beleid al gauw fataal'', schrijven zij.

Het is een conclusie die onlangs van een extra politieke dimensie werd voorzien door de eveneens uit Leiden afkomstige bestuurskundige Paul 't Hart in zijn boek Verbroken verbindingen. Daarin kritiseerde hij de toenemende tendens om bestuurders op basis van gebeurtenissen uit het verleden `in de beklaagdenbank' te zetten. 't Hart gaf deze neiging de veelzeggende benaming `inquisitiedemocratie' mee. ,,De aanzwellende roep om onderzoek, processen en excuses kent geen ingebouwde rem. Zij leidt tot haar eigen excessen, een nieuw soort McCarthyisme in de bejegening van bestuurders'', aldus 't Hart.

De huidige generatie bestuurders van Nederland ondervindt het effect van deze ontwikkeling dagelijks. Paars wordt niet toegejuicht wegens de gunstige economische statistieken, maar bekritiseerd wegens bestuurlijk falen: hbo-fraude, bolletjesslikkers, dioxinekippen etcetera, er is altijd wel wat. De paradox van deze tijd is dat terwijl vanuit de Haagse burelen de decentralisatie werd gepredikt, de kritiek van de burgers zich juist kristalliseerde op Den Haag. Niet eerder is er zoveel casuïstiek geweest rondom het begrip ministeriële verantwoordelijkheid als de afgelopen jaren. Een begrip dat zich voor het grote publiek vertaalt in de vraag: blijft de minister zitten of stapt hij op? Een bij voorbaat no-win situatie voor de betrokken bestuurder. Ook hier heeft in de publieke beoordeling het spektakelelement de overhand gekregen. Net als in de Romeinse oudheid wil het volk koppen zien rollen. Zo niet, dan is er wederom een bouwsteen aangeleverd voor het collectieve ongenoegen.

Blijft de vraag: waarom nu? Het heeft er alles mee te maken dat het zo divers samengestelde klachtenpakket eenduidig moet kunnen worden verwoord. Tot voor kort heeft het in Nederland aan communicators met een dergelijke gave ontbroken.

Het waren, als zij zich politiek manifesteerden, altijd representanten van deelbelangen: Boerenpartij, Middenstandspartij, Ouderenpartij. Het protest van een beweging als D'66 was 35 jaar geleden weliswaar veel breder samengesteld, maar zoals de partij met een blik op de recente verkiezingsresultaten kan vaststellen is de aanklacht tegen de bestuurlijke en politieke cultuur toch een tamelijk elitaire.

De kracht van Pim Fortuyn is het totaalpakket dat hij in de aanbieding heeft. Wachtlijsten, files, onveiligheid, onderwijsfabrieken, asielzoekers, islam, politieke coöptatie: hij stelt het allemaal aan de orde in voor iedereen begrijpelijke, provocerende taal. Even divers als zijn klachtenlijst is zijn publiek. Fortuyn verwoordt niet alleen het ongenoegen, maar dicteert daarnaast ook nog eens de politieke agenda volledig.

Hij kan dat doen, omdat zijn tegenstanders niet weten hoe ze moeten reageren aangezien hij andere spelregels hanteert. Het voor de `oude partijen' zo desastreus verlopen lijsttrekkersdebat van afgelopen woensdagnacht was daarvan een perfecte illustratie. Fortuyn weigert het debat te voeren op basis van de laatste computeruitdraai van het Centraal Planbureau maar etaleert verbazing en presenteert daarbij even onconventionele als simplistische oplossingen. De volledig in de Haagse bureaucratie opgegroeide oude politieke garde heeft daarop geen weerwoord. Zo kon een voor de televisie nog niet vaak eerder vertoonde openlijke botsing der culturen ontstaan.

Tweemaal nu hebben de gevestigde partijen gepoogd Fortuyn van repliek te dienen. Tweemaal liep het uit op een drama. De eerste keer was een maand geleden na het veelbesproken Volkskrant-interview waarin Fortuyn artikel 1 van de grondwet ter discussie stelde. Alle registers werden opengetrokken: van het `Nederland wordt wakker' van PvdA-leider Melkert tot de verwijzing naar Anne Frank van D66-aanvoerder De Graaf. Maar de gretige reactie op de `fout' van Fortuyn werkte averechts. Want niet hij werd ontmaskerd, maar het hypernerveuze en politiek opportunistische gedrag van zijn tegenstanders.

Hetzelfde gebeurde woensdagnacht in Amersfoort, toen de lijsttrekkers van PvdA, VVD, CDA, D66 en GroenLinks noodgedwongen in discussie moesten met nieuwkomer en overwinnaar Fortuyn. In het bijzonder van de kant van de grote verliezers Dijkstal en Melkert liep het uit op een stuitende vertoning. Iemand die net meer dan eenderde van het electoraat van de op een na grootste stad van het land achter zich had weten te scharen werd door beiden tot persona non grata verklaard. Van een rechtvaardig vreemdelingenbeleid was even geen sprake. De grenzen van het Binnenhof gingen potdicht voor Fortuyn. Met die houding konden zij geen betere demonstratie geven van het verschijnsel dat Fortuyn juist keer op keer aan de kaak stelt: de in zich zelf gekeerde Haagse cultuur, die geen buitenstaanders duldt. Met nog een overwinning kon Fortuyn de Amersfoortse nacht ingaan.

Het politieke establishment heeft nog steeds geen antwoord gevonden op de klop op de deur van Fortuyn. Dat heeft te maken met de onderschatting van het fenomeen. Net als het ongenoegen over het functioneren van de politiek zijn politieke nieuwkomers van alle tijden. De ervaring heeft geleerd dat het meestal na verloop van tijd wel weer overgaat. Voor zover sprake is van geslaagde inbraken in het bestel, opereren de inbrekers in de marge (SP, ChristenUnie) of conformeren zich (D66).

De politieke hoofdstromingen die aan het begin van de vorige eeuw bestonden, sociaal-democratie, christen-democratie en liberalisme, vormen nog steeds de hoofdstromingen in Nederland. Dit is voor de betrokken partijen echter maar een schijnzekerheid. Want er is één cruciaal verschil met vroeger: de vaste aanhang van deze dominante stromingen, oftewel de basis van hun bestaansrecht, krimpt. Voor het overleven worden de hoofdstromingen steeds afhankelijker van een vlottende, uitermate conjunctuurgevoelige aanhang. De steun moet dagelijks verdiend worden. En dat in een klimaat waar de ergernis van vandaag al weer een heel andere dan die van gisteren kan zijn.

Het politieke establishment heeft zich nog nauwelijks weten aan te passen aan deze nieuwe werkelijkheid. De representanten zijn geconditioneerd door oude wetmatigheden als het eenmaal per vier jaar opgestelde partijprogramma dat als het meezit voor een deel is terug te vinden in een eveneens voor vier jaar geldend regeerakkoord. Die afsprakenlijst vormt dan ook het Haagse referentiekader. Maar de geïndividualiseerde samenleving heeft daaraan nog nauwelijks een boodschap. Niet de uitvoering van het regeerakkoord, maar de actuele stand van zaken in de eigen omgeving is bepalend voor de politieke gemoedstoestand van het gros van het electoraat.

De eroderende politieke partijen als instituten om verlangens en onvrede te kanaliseren vervullen die rol nauwelijks meer. Zoals oud-minister Bram Peper twee jaar geleden in zijn spraakmakende essay Op zoek naar samenhang en richting stelde: ,,Als niet meer of onvoldoende de normen- en waardendiscussie vanuit de politiek als belangrijke opdracht wordt gezien, als niet de politiek een sense of direction, soms een sense of urgency aan de samenleving kan aanreiken, dan verliest de politiek – met als dragers: de politieke partijen – veel van haar reeds bescheiden aantrekkingskracht.''

Dat proces is volop gaande. Sterker nog, de oude politiek wordt verweten dat zij niet inziet dat sprake is van andere tijden. Het maakt ook dat het huidige heersende chagrijn veel breder is dan het bekende `ze-luisteren-toch-niet-naar-ons' sentiment. Niet alleen de onderkant van de samenleving wendt zich af, maar ook de maatschappelijke elite. Columnisten klagen heel wat af. ,,We worden niet geregeerd door de besten onder ons, maar door 150 klonen van de Gemiddelde Nederlander'', schreef Nelleke Noordervliet afgelopen maandag in de Volkskrant.

Bas Heijne stelde het vorig jaar november in NRC Handelsblad nog iets pregnanter: ,,De ijdelheid en het cynisme van Fortuyn vallen volledig in het niet vergeleken bij de potsierlijke mannetjesmakerij van de grote partijen en de onstuitbare hang naar het oog van de camera van ministers die er niet in lijken te slagen ook maar een enkel wezenlijk probleem op te lossen.''

En dan was er natuurlijk afgelopen zaterdag in dezelfde krant nog Paul Scheffer met zijn paginalange, maar oplossingsloze aanklacht tegen de jaren van Kok. ,,De conflictvermijding is tot een algehele vermijding geworden'', aldus Scheffer, die zo teleurgesteld is in dé politiek dat hij ,,voorlopig'' bij de aanstaande verkiezingen op 15 mei thuisblijft.

Waarom nu opeens al die uitingen van politiek Verdrossenheit? Door de opkomst van Fortuyn. Want Scheffer stelde dan wel in zijn stuk dat Kok Fortuyn heeft gebaard, maar met evenveel recht kan gezegd worden dat op zijn beurt Fortuyn het epistel van Scheffer heeft gebaard.

De vraag is ook nu weer: hoe crisisbestendig zal het systeem blijken te zijn? Natuurlijk kan vertrouwd worden op de ervaring uit het verleden die leert dat avonturiers van buiten die de zaak eens flink komen opschudden in de praktijk eendagsvliegen blijken te zijn. Het ligt redelijk in de lijn der verwachtingen dat het met Fortuyn en zijn medestanders niet anders zal lopen. De persoon Fortuyn is immers een bron van conflicten.

Maar dat zegt nog weinig over het fundament dat aan de razendsnelle opkomst van een politicus zonder partij ten grondslag ligt. De losgeslagen kiezers zullen niet automatisch terugkeren naar de oude vertrouwde politiek. Het systeem als zodanig staat ter discussie, en minder dan tevoren zal het systeem zelf in staat zijn het verloren vertrouwen te herstellen.

Na Fortuyn zullen er nog vele anderen in telkens verschillende gedaanten volgen. Zekerheid is een onbekend begrip geworden voor alle politici. Zwevende kiezers creëren zwevende zaakwaarnemers in Den Haag. Als de politiek aan het verworden is tot een schiettent, wie beheert dan straks nog het publiek domein? Vandaar dat het nationaal chagrijn van nu moet worden beantwoord worden met een reveil voor de publieke zaak.

Wilt u reageren? Stuur uw reactie naar zbrieven@nrc.nl of schrijf naar het Zaterdags Bijvoegsel, postbus 8987, 3009 TH Rotterdam. Op 8 april organiseert deze krant een debat over het nationale chagrijn in de Rode Hoed in Amsterdam.