GIBBONS HELPEN FAMILIE IN NOOD, MAAR NIET VOOR LANG

Gibbons vangen familieleden op die gevlucht zijn uit afgebrande bossen. Dat ontdekte apenkenner Teruki Oka van het instituut voor bosonderzoek in Morioka, Japan (Science, 8 febr). Sinds 1995 bestudeert Oka 21 gibbons van zes families in Oost-Kalimantan, op Borneo.

In 1998 woedde een bosbrand in het onderzoeksgebied, waardoor de ondergroei en daarmee het apenvoedsel van bladeren en vruchten verdween. Ook waren zes van de 21 gibbons verdwenen, waarschijnlijk verbrand. De overlevende apen verlieten het verkoolde gebied. Zeven trokken zo ver weg dat Oka ze niet meer kon volgen. Eén mannetje dat zijn vrouwtje in de brand verloor, trok met zijn zoon een aangrenzend territorium in, waaruit hij de man verjoeg en diens vrouw inpikte. Het verjaagde mannetje zwierf vervolgens krijsend rond in een niet door andere gibbons bewoond stuk bos.

Gibbons zijn, in tegenstelling tot de meeste primaten, monogaam en verdedigen hun gezinsterritorium altijd tegen soortgenoten. Alleen jonge apen worden wel eens als nieuwkomer getolereerd. Maar tot Oka's verbazing werden vier volwassen apen, twee gevluchte paren, opgenomen in naburige gibbonfamilies. Ze mochten onbekommerd mee-eten van de fruitbomen in het territorium.

Oka vroeg zich af waar deze uitzonderlijke hulpvaardigheid vandaan kwam. Hij analyseerde het DNA-profiel in de ontlasting van de apen en ontdekte daardoor een naaste verwantschap. De gibbons bleken door hun ouders te zijn opgevangen. De hulpvaardige apen ontfermden zich in het ene geval over hun zoon met partner, in het andere geval betrof het de dochter met haar vent.

In nood vangen gibbons hun familie op, concludeert Oka, net als mensen. Maar echt van harte ging het niet. Zodra het zwartgeblakerde bos zich maar enigszins herstelde, werden de nieuwkomers weer uitgestoten.