Gerard Bakker

Spartaanse trainingsmethoden hanteerde Gerard Bakker. Hij was zijn tijd vooruit in de jaren zeventig. Hij had zijn maniakale werkwijze afgekeken uit het Oostblok, waar talentjes een speelbal waren van communistisch geschoolde coaches. Bakker werd bekend toen hij met Bettine Vriesekoop goud in handen had. Onder zijn leiding transformeerde het schuchtere meisje in een robot achter de pingpongtafel.

Ze trapte balletjes kapot om haar tegenstandsters uit balans te brengen. Bakker simuleerde dan een woedeaanval. Hij had de strategie zelf bedacht en geloofde in de hersenspoeling van een kwetsbare tiener. Zij mocht niet naar de kermis, niet naar feestjes. Haar leven in een dwangbuis uitte zich in een menstruatiecyclus die gedurende tien jaar niet op gang kwam. Bakker schold en vloekte dat het een lieve lust was. Hij was voor haar een vaderfiguur, zonder wie zij nooit de internationale top bereikt zou hebben. Zij won de Europese titel en de Top Twaalf. Na de Spelen van 1988 brak ze met haar coach, ging op zoek naar haar tweede jeugd, maakte reizen naar haar tweede vaderland China. Zonder de kadaverdiscipline van Bakker was Vriesekoop ook succesvol. Ze vertoonde nog steeds agressief en onsportief gedrag, maar wekte ook sympathie. Ze stond eindelijk op eigen benen. Ze was een volwassen sportvrouw. Bakker is in de vergetelheid geraakt.

Dit is de 32ste aflevering in een serie over schokkende sportmomenten.