Eugen Bleuler danste met zijn patiënten

Bijna een eeuw geleden al de beschreef de Zwitserse psychiater Eugen Bleuler het wezen van schizofrenie.

Wanen en hallucinaties tijdens psychosen zijn ongetwijfeld de opvallendste kenmerken van schizofrenen. Maar ze zijn niet de wezenlijke kern van het schizofrenieprobleem. Dat zijn de verstilling en leegte, het besef innerlijk beschadigd te zijn en de wetenschap dat het wachten op herstel een eeuwigheid kan duren. De Zwitserse psychiater Eugen Bleuler (1857-1939) beschreef al in 1908 met de vier A's het wezen van schizofrenie: associatiezwakte, affectvervlakking, autisme en ambivalentie. In 1911 verscheen zijn baanbrekende monografie Dementia Praecox oder Gruppe der Schizofrenien (1911), waarvan onlangs een fraaie heruitgave uitkwam.

Bleuler bedacht de term schizofrenie, een etiket dat heeft geleid tot het hardnekkig voortlevende misverstand dat schizofreniepatiënten een gespleten of meervoudige persoonlijkheid zouden bezitten. Met schizofrenie doelde Bleuler echter op de splijting in gevoel, denken en handelen bij deze patiënten.

Bleuler kon zijn precieze beschrijving van het ziektebeeld geven omdat hij jarenlang tussen zijn patiënten heeft geleefd. Doordat Bleuler zelf was opgegroeid in het landelijke dorp Zollikon, vijf kilometer van Zürich, sprak hij de taal en kende hij de thuisomstandigheden van de patiënten in de Zürichse universiteitskliniek Burghölzli. Zijn voorgangers daar, zoals Griesinger, Von Gudden en Hitzig waren aangetrokken vanwege hun internationale reputatie, maar hadden nauwelijks persoonlijk contact met de patiënten.

Na zijn medicijnenstudie in 1881 werkte Bleuler drieëneenhalf jaar als arts-assistent in de universiteitsklinieken van Bern en Zürich, en liep stages in Parijs bij Charcot en Magnan, en in München bij de hersenpatholoog Von Gudden. De meest indringende ervaringen met chronisch schizofrene patiënten deed Bleuler op in het gesticht Rheinau, op een eilandje in de Rijn, waar hij vanaf 1886 dertien jaar lang de scepter zwaaide. Bleuler, tot zijn 41ste vrijgezel gebleven, bracht bijna al zijn tijd door met patiënten, met wie hij samen at, spelletjes deed, in de tuin werkte, wandelde, danste en naar het theater ging. Daardoor leerde hij hen in diverse situaties kennen en ontwikkelde hij een haarscherp gevoel voor hun mogelijkheden en beperkingen: een mooi voorbeeld van participerende observatie avant la lettre. Alles legde hij vast op tienduizenden notitievellen, wat hij later verwerkte tot zijn beroemd geworden boek.

Hoe up to date Bleulers inzichten nog steeds zijn blijkt wel uit het recent verschenen beknopte overzichtswerk Schizophrenia Revealed. From Neurons to Social Interactions van de Amerikaanse psychiater Michael Foster Green. Green vindt dat de bij schizofrenen met regelmaat terugkerende psychosen, met gehoorshallucinaties en wanen, vaak ten onrechte als het belangrijkst worden beschouwd. Niet deze `positieve symptomen', maar de stiltes, de `negatieve symptomen' vormen de kern van het schizofrenieprobleem, schrijft Green, waarmee hij helemaal op de lijn van Bleuler zit.

Ook het toegankelijk geschreven Schizofrenie. Oorzaken, gevolgen en behandeling van de Nederlandse psychiater Lex Wunderink ademt de geest van Bleuler. ``Schizofrenie is een ziekte die nooit helemaal overgaat,' schrijft Wunderink, sinds kort als psychiater verbonden aan het Academisch Ziekenhuis in Groningen. ``Soms kan het bij een eenmalige psychose blijven, maar kunnen restverschijnselen hinderlijk zijn, in andere gevallen zijn er meermalen psychotische perioden, en is het moeilijk een stabiele periode te bereiken. Toch kan ook in die gevallen de ziekte uiteindelijk tot rust komen.' Het zijn zinnen die je bijna letterlijk bij Bleuler terugvindt.

Bleuler verliet zijn eiland in de Rijn in 1898. Mede door de slechte gezondheidstoestand van zijn ouders die nog steeds in Zollikon, in de buurt van de universiteitskliniek Burghölzli woonden, liet Bleuler zich overhalen hoogleraar te worden aan de universiteit van Zürich. Zijn gehele verdere leven miste hij echter het contact met de patiënten zoals hij dat in Rheinau had, schrijft zijn zoon Manfred Bleuler (1903-1994), zelf ook psychiater en latere opvolger.

Uit de herinnering van Carl Gustav Jung, die er op 10 december 1900 begon als arts-assistent, weten we dat de artsen ook in Burghölzli lange dagen moesten werken. Ze waren niet slechts een klein deel zoals de meeste psychiaters nu, maar het grootste deel van hun tijd in gesprek met hun patiënten.

Net als collega's uit zijn tijd was Bleuler een fel bestrijder van alcoholisme. Samen met zijn twaalf jaar jongere echtgenote, de filosofe Hedwig Waser, was Bleuler lid van een literaire kring. Volgens Bleuler moesten psychiaters af zien te komen van de wrede rol die de samenleving hun opdrong, zoals het met de zwaarste dwangmaatregelen voorkómen van suïcide bij schizofrene patiënten. Het is zinloos en nutteloos om mensen die echt dood willen te dwingen verder te leven, schrijft Bleuler in de slotalinea van zijn boek. De zelfmoordneiging neemt er alleen maar door toe. Als je de patiënten meer vrijheid gaf, zou slechts een enkeling daadwerkelijk suïcide plegen. ``Voorlopig zijn wij psychiaters op een trieste manier verplicht om de wrede opvattingen van de samenleving te volgen; maar we zijn ook verplicht ons uiterste best te doen om deze opvattingen spoedig te laten veranderen.'

Eugen Bleuler: Dementia Praecox oder Gruppe der Schizofrenien (1911). Heruitgave, voorwoord Nicolaas Arts, nieuwe inleidingen van Manfred Bleuler en Gaetano Benedetti, met uitgebreide bibliografie. Arts & Boeve, Nijmegen; 491 blz.

Michael Foster Green: Schizophrenia Revealed. From Neurons to Social Interactions. Norton, Londen; 207 blz.

A. Wunderink: Schizofrenie. Oorzaken, gevolgen en behandeling. Inmerc, Wormer; 93 blz.