Enron in het paradijs

Enron maakte dankbaar gebruik van het vriendelijke Nederlandse belastingklimaat voor buitenlandse bedrijven. Het bedrijf had hier bijna 300 bv's. Daar zat niets onoirbaars aan: geen enkele onderneming is verplicht fiscaal de duurste weg te kiezen.

De Wall Street Journal onthulde onlangs dat Enron, het Amerikaanse energieconcern dat in december uitstel van betaling heeft aangevraagd, Nederland zou hebben gebruikt als belastingparadijs. Volgens gegevens van de Securities en Exchange Commission, de Amerikaanse beurswaakhond, beschikte Enron in Nederland over maar liefst 140 bv's. Uit gegevens van het Nederlandse Handelsregister blijkt het aantal Enron-bv's in werkelijkheid ruimschoots hoger te liggen, namelijk bijna 300. De namen van de bv's vullen maar liefst 22 pagina's in het Handelsregister. De activiteiten van Enron in Nederland, bestaande uit een kantoor in Amsterdam met een handvol medewerkers en een windmolenfabriek in Almelo met minder dan 300 werknemers, zijn te gering om het enorme aantal bv's te verklaren.

De Wall Street Journal somt een aantal redenen op waarom Nederland zo in trek was bij Enron: het uitgebreide netwerk van internationale belastingverdragen, de deelnemingsvrijstelling, het ontbreken van Nederlandse bronbelasting op rente en royalty's. Hierdoor weet Nederland doorgaans te voorkomen dat winst in grensoverschrijdende situaties dubbel wordt belast. Voor multinationals met wereldwijde activiteiten is het aantrekkelijk om deze via Nederland te laten lopen om dubbele belastingheffing tot een minimum te beperken. Internationale concerns kunnen door het gebruik van een Nederlandse bv op legale wijze op kosten besparen. Net zoals het Nederlandse vakantiegangers vrij staat om via Duitsland te rijden om tolheffing op de Franse wegen te vermijden, zo is ook een onderneming niet verplicht fiscaal de duurste weg te kiezen.

Behalve dat Nederland goed is in het voorkomen van dubbele belasting, noemt de krant ook de toegankelijkheid van de Nederlandse belastingdienst als factor voor Nederlands populariteit bij internationale concerns als Enron. De belastingdienst is bereid om vooraf duidelijkheid te verschaffen over de fiscale gevolgen van voorgenomen transacties. Meestal gaat het om afspraken over de manier waarop het belastbaar inkomen moet worden berekend, of om vragen of de deelnemingsvrijstelling van toepassing is. Dat levert ondernemingen niet een belastingvoordeel op, zoals de Wall Street Journal veronderstelt, maar wel zekerheid over de toepassing van de wet.

Deze Nederlandse praktijk, ook wel aangeduid als rulingpraktijk, is in beginsel gewoon een vorm van behoorlijk bestuur. Hij geldt ook niet alleen buitenlandse ondernemingen. Nederlandse ondernemingen en particulieren kunnen evenzeer vooraf aan de belastingdienst duidelijkheid vragen in het kader van `Leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker'.

Het verdragennetwerk, de afwezigheid van bronbelasting op rente en dividend, de deelnemingsvrijstelling en de opstelling van de belastingdienst maken Nederland echter niet tot een soort belastingparadijs. Integendeel. Het tarief voor de vennootschapsbelasting van 34,5 procent in Nederland ligt zelfs iets boven het internationaal gemiddelde. De Enron-bv's zijn daarvan niet vrijgesteld.

Voor de echte oorzaken waarom Nederland zo in trek was bij Enron moet dan ook over de grens worden gekeken. De Wall Street Journal wijst in dit verband op het bestaan van hybrid branch rules, een eigenaardigheid in de Amerikaanse belastingwetgeving. Op basis van deze regels kunnen Amerikaanse multinationals zelf kiezen hoe buitenlandse dochters fiscaal moeten worden gekwalificeerd. Amerikaanse multinationals maken van deze keuzemogelijkheid gebruik om inkomsten zolang mogelijk buiten het bereik van de IRS, de Amerikaanse belastingdienst, te houden. Concreet wordt daartoe een aantal bv's op elkaar gestapeld, waardoor rente-aftrekken kunnen worden gecreëerd terwijl rente-inkomsten buiten het zicht van de IRS blijven.

Een poging van de regering-Clinton om deze voor Amerikaanse multinationals zeer gunstige regeling af te schaffen, strandde in 1999 in de Amerikaanse Senaat na een intensieve lobby van diezelfde multinationals, waaronder Enron. Overigens is het de vraag of de Verenigde Staten deze regeling nog lang kunnen handhaven. Kort geleden heeft de Wereldhandelsorganisatie beslist dat een Amerikaanse fiscale exportregeling in strijd is met de WTO-regels. Beide regelingen zijn in zoverre vergelijkbaar dat ze tot een belastingvoordeel leiden voor de buitenlandse dochters van Amerikaanse multinationals. De Verenigde Staten moeten de fiscale exportregeling nu intrekken.

Een andere verklaring voor de Enron-bv's is gelegen in het bestaan van echte belastingparadijzen. De wereld kent nog altijd een flink aantal jurisdicties, landen en eilanden, waar – in tegenstelling tot Nederland – niet of nauwelijks vennootschapsbelasting wordt geheven. Geld afkomstig uit die belastingparadijzen wordt nogal eens in- en doorgeleend via een Nederlandse bv. Hoewel de bv in Nederland gewoon vennootschapsbelasting betaalt tegen een tarief van 34,5 procent, wordt Nederland vanwege de ze connectie vaak in een adem genoemd met de belastingparadijzen. Staatssecretaris Bos van Financien heeft vorig jaar aan de praktijk van het in- en doorlenen van gelden via Nederland paal en perk gesteld door extra voorwaarden aan de BV te stellen. Deels zullen de constructies zich verleggen naar landen met minder strenge regels. Maar ook in Nederland zijn ze nog steeds mogelijk. De fiscale mogelijkheden voor Nederland om Enron-achtige constructies te bestrijden zijn wel zon beetje uitgeput.

De OESO heeft een aantal jaren geleden geprobeerd de belastingparadijzen aan te pakken door een zwarte lijst te publiceren en te dreigen met economische sancties. De belastingparadijzen zouden oorspronkelijk uiterlijk aan het einde van deze maand hun praktijk moeten aanpassen. De OESO-actie heeft echter aan belang ingeboet doordat de regering-Bush vorig jaar haar steun aan de actie heeft ingetrokken. De 35 belastingparadijzen die op de zwarte lijst voorkomen mogen ook in de toekomst hun lage belastingtarieven houden en moeten nu slechts beloven mee te werken aan internationale gegevensuitwisseling. Ook Commissaris Bolkestein, in Europa verantwoordelijk voor belastingen, en zijn collega Solbes, verantwoordelijk voor het economisch en monetair beleid in Europa, roepen om het hardst dat de Europese Unie de lidstaten geen minimum-belastingtarieven zal opleggen en dat zij geen enkel probleem zien in low tax or no tax.

Wie geen moeite heeft met belastingparadijzen en de Amerikaanse regelgeving, moet zich er ook niet over verbazen dat deze voor belastingbesparende constructies worden benut. Het enorme aantal Enron-bv's die Nederland telt is daar onder meer het gevolg van. Wie daar een einde aan wil maken moet zich op de werkelijke oorzaken richten, namelijk de Amerikaanse regelgeving die multinationals in staat stelt om inkomen buiten het bereik van de IRS te houden, en de echte belastingparadijzen die niet of nauwelijks vennootschapsbelasting heffen. Nederland heeft, door de voorwaarden voor het gebruik van Nederlandse bv's aan te scherpen, inmiddels zijn bijdrage aan de bestrijding van belastingbesparende constructies geleverd.

Overigens valt nog te bezien of alle Enron-bv's fiscaal gemotiveerd waren, zoals de Wall Street Journal beweert. Op dit moment onderzoeken het Amerikaanse ministerie van Justitie, de Securities and Exchange Commission en maar liefst negen commissies uit het Amerikaanse Congres de ondergang van de energiegigant. Uit een interne rapportage is inmiddels duidelijk geworden dat Enron ongeoorloofde boekhoudkundige trucs heeft uitgehaald. Het is niet uitgeloten dat het Amerikaanse spoor in de toekomst ook naar Nederland zal leiden.

Heleen Nijkamp werkt als EU-specialist in New York en adviseert Amerikaanse multinationals over Europese aangelegenheden.