Een mes op de keel van de dienaren van God

De zinderende dorpstraat is leger dan anders. Zelfs in het ziekenhuis liggen minder zieken. Het lijkt alsof iedereen zich bewust is van de nieuwe mensen onder de grote boom, midden in het dorp. Gisteren zijn enige tientallen politieagenten speciaal uit een provinciestad naar ons kleine dorp overgebracht om `de orde tijdens de verkiezingen te handhaven'. Met de groene pet half over hun ogen gezakt, houden ze vanonder de schaduwrijke boom de bewegingen in het dorp in de gaten, als sluimerende tijgers voor de jacht.

De mensen in het dorp zijn bang dat de dagelijkse mishandelingen door de politie een nieuwe impuls zullen krijgen met het verse politiebloed uit de stad. In het ziekenhuis kwamen deze week verschillende mannen binnen met enorme zwellingen onder hun voetzolen: met dikke knotsen slaat de politie onder de voeten van vermeende aanhangers van de oppositiepartij. Bij een slachtoffer zuig ik met een spuit en naald meer dan 200 ml bloederig vocht uit een enorme blaar op.

De klauw van de politie heeft zich deze week steeds dichter om het dorp gesloten. De eerste die bezweek onder de oplopende spanning was de Poolse priester. In nuchtere toestand zegt de ietwat contact gestoorde geestelijke normaliter geen woord. Maar met zijn wekelijkse slok alcohol op banjert hij aan het einde van de middag door het dorp. Voor het enige bierlokaal houdt hij stil. Hij heft zijn vuist naar de altijd aanwezige dronkelappen en rukt een grote poster van president Mugabe van een boom. Tierend vervolgt de geestelijke zijn weg met Mugabe onder zijn arm. Op het terrein van de missiepost aangekomen, gooit hij de poster van Mugabe bij de enige zwarte nonnen die daar wonen voor de deur ,,Hier hebben jullie je grote democratische leider'', brult hij.

De politie reageert snel. Binnen een uur bezorgt een jeugddelegatie van regeringspartij Zanu-PF een brief bij de Pool namens de politie. ,,Geef ons de poster onmiddellijk terug'', luidt de tekst. De Zimbaweaanse confrère van de priester weet dat actie nu geboden is en biedt aan om samen met de nog half dronken geestelijke naar het politiebureau te gaan. ,,Voor wie president Mugabe niet eerbiedigt, is in dit dorp geen plaats'', sissen de politieagenten. Ze zetten een mes op de keel van de dienaren van God. De Poolse priester moet zijn kleren uittrekken en krijgt een Zanu-shirt aan. Na wat klappen belanden de geestelijken op straat in het stof.

Onze hulp kan vandaag niet komen werken. Ze moet naar stemles. Vier op de vijf Zimbabweanen kunnen lezen en schrijven, dankzij de grote aandacht die de regering van Mugabe met name in de jaren tachtig schonk aan onderwijs. Toch vindt de regeringspartij het nodig grote groepen mensen op het platteland bijeen te drijven om de gang van zaken in het stemhokje door te nemen. De hulp loopt twee uur door de brandende zon naar de bijeenkomst. De politie en Zanu-jeugd controleren hutten om te kijken of mensen niet stiekem thuis blijven.

,,Eigenlijk was de bijeenkomst best leuk'', vertelt de hulp. De Zanu-leiders boden eerst meer dan honderd banen aan. En de voorlichting die ze gaven was niet partijdig. Ze benadrukten juist dat stemmen vrij is en dat iedereen zijn eigen keuze moet maken.

Na twee uur uitleg over het stembiljet besloot een partijbons met een laatste tip. ,,Zet 's ochtends vroeg een van je kinderen in de rij voor het stemlokaal. Tegen de tijd dat de zon hoog staat en je kind aan de beurt is, neem je de plek van je kind in de rij in. Zo zorg je ervoor dat je fris en opgewekt het stemhok binnengaat.''

Zevende deel van een korte reeks over Zimbabwe, geschreven door een medewerker die gezien het gebrek aan persvrijheid in Zimbabwe anoniem moet blijven. Eerdere delen verschenen op 31 januari, 6, 12, 19, 26 februari en 4 maart en zijn terug te lezen op www.nrc.nl