De Slufter - De Koog

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week op Texel.

Woensdagavond. Telefoon uit Texel: ,,Jullie moeten komen wandelen in de Slufter! Met die storm gisteren is hij helemaal vol gelopen. Een kolkende watermassa tussen de duinen. Schitterend!''

Onze Texelse vrienden weten hoe veel we houden van dat gebied aan de westerflank van hun eiland. De Slufter is een breed gestrekt, brak natuurgebied achter een gapend gat in de zeeduinrand. Met vloed loopt de Slufter vol, bij eb valt hij droog. Zoet en zout water houden elkaar in evenwicht. Er groeit lamsoor, de kruidige wilde bladgroente die 's zomers de Slufter met zijn duizenden bloemetjes een paarse stola omhangt. En onophoudelijk geven de watervogels een ijl concert ter ere van het twinkelende licht op deze plek, waar land en zee steeds voetjevrijen en niet van ophouden willen weten.

En dus gaan we naar Texel, ook al waren we daar vorige maand nog.

De Slufter kolkt niet meer. Hoe hoog het water in de storm is gekomen laat zich alleen nog raden aan de hand van de verse laag aangespoeld zwerfvuil onder het duin. Gerafelde plastic tassen vlaggen in de duindoorns, slippers zoeken naar hun wederhelft, stukken touw lichten je beentje. Een enorme oranje rubber handschoen ligt de reus te betreuren aan wiens vingers hij is ontglipt.

We volgen, naar opdracht van het streekpadboekje, keurig het volgelopen pad onderlangs het duin. Het is eb en het waait stevig. In de verte zien we de zee drukte maken achter de mui.

Het kolken mag niet meer aan de orde zijn, de Slufter is een juweel van hard nat gras, struiken en slanke kreekjes. Maar wanneer de routebeschrijving aangeeft dat we het duin over moeten waarachter een pad ons naar De Koog zal voeren, worden we rebels. Wat nou `Texelpad'. De Slufter is te mooi om al te verlaten. We stoppen stout het boekje in de rugzak en zetten koers de andere kant uit. De Koog kun je ook over het strand bereiken. Wij willen nu, dwars door de Slufter, naar dat mysterieuze gat in het duin. Een eindje verder ligt een weggetje die richting op, maar dat negeren we ook maar eens. We komen er zelf wel.

Net als ik me heb verstaan met een hond die met de andere oranje reuzenhandschoen in zijn bek loopt, kunnen we niet verder. Wat uit de verte een smal stroompje leek, is breed, bruin water. Terug. Zoeken naar een smallere kreek, of een ondiepte. Daar? Nee, niet. Daar dan? Nee, weer niet.

We lopen ons steeds verder vast en belanden uiteindelijk toch op het gebaande weggetje naar de zee. Geeft niets. Wel ver. Ook mooi. En hier zijn de watertjes tenminste ondiep.

In een duinpan rusten we uit in de zon en kijken naar de enorme scheur die de zee in het gehelmde geel sloeg. Nu langs het strand naar De Koog. Een makkie. Denken we.

Aan het strand waait de wind met kracht vijf uit het zuidwesten. De kleine strandlopertjes hebben er geen last van, die roetsjen als muizen heen en weer langs de vloedlijn. Maar de meeuwen waaien regelmatig bijna van hun pootjes, en wij ook. We worden doodmoe van dat kleine stukje. Maar dat geven we niet toe.

Kaart 5 (en 4) van D. Mönch: Texelpad, uitg. NIVON. Elk uur vaart er een veerboot uit Den Helder, inl. tel. 02220 369611. VVV Texel 0222 314741.