DE ROTGANS KIEST TUSSEN DE DOOD DOOR UIL, VOS OF MEEUW

Rotganzen moeten in hun noordelijke broedgebieden kiezen tussen diverse kwaden; poolvossen, sneeuwuilen en roofzuchtige meeuwen liggen op de loer. Ze slagen er goed in de juiste alliantie met de minst schadelijke vijand te sluiten. Per jaar kan de keuze anders uitpakken, ontdekten de Nederlanders Bart Ebbinge en Bernard Spaans (Journal für Ornithologie 143, 2002). Ebbinge en Spaans, inmiddels respectievelijk van onderzoeksbureau Alterra en het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee, verrichtten een zesjarige studie op het Siberische schiereiland Taimyr.

In jaren dat lemmingen talrijk zijn, kunnen rotganzen veilig nestelen in de nabijheid van broedende sneeuwuilen. De forse sneeuwuilen houden de doorgaans veel gevaarlijker poolvossen op afstand. Maar in jaren waarin lemmingen (geliefde prooidieren van de sneeuwuil) schaars zijn, verandert de sneeuwuil van bondgenoot in een vervaarlijk roofdier dat zelfs volwassen, broedende ganzen van het nest kan plukken.

Een andere, gebruikelijker strategie voor rotganzen is het broeden binnen kolonies van zilvermeeuwen op kleine eilanden. Zilvermeeuwen vormen geen gevaar voor de volwassen ganzen, maar ze zijn wel erkende eierrovers. Ze bieden de rotganzen bescherming. Hun aanwezigheid geeft de rotganzen aan, welke eilandjes poolvosvrij zullen zijn na het opbreken van het ijs zilvermeeuwen kiezen ieder jaar alleen die broedplekken die later in het seizoen voor poolvossen vanaf grotere landmassa's nauwelijks bereikbaar zijn. Verder verjagen zilvermeeuwen, beter dan ganzenparen dat kunnen, bezoekende sneeuwuilen met een verbeten massa-aanval.

Een ganzenpaar vindt paradoxalerwijs extra bescherming tegen het meeuwengevaar door juist midden in een meeuwenkolonie te gaan broeden. De ganzen profiteren van de territoriumverdediging tussen meeuwen onderling en worden betrekkelijk ongemoeid gelaten. De bemesting van de grond die door de uitwerpselen van een meeuwenkolonie wordt teweeggebracht levert de ganzen in het karige poolklimaat in hun broedfase kwaliteitsgras op. Het verlies aan kuikens is groot, vooral bij de uiteindelijke tocht door de kolonie naar het water. Maar hun eigen leven zijn de ouders in ieder geval zeker.

Op Taimyr duurt de lemmingencyclus drie jaar, met in piekjaren meer dan tienmaal zoveel lemmingen als in de andere twee. Rotganzen bewegen met die golven mee, laverend tussen vrienden, vijanden, en beide tegelijk. Ze weten van jaar tot jaar hun vijanden te herkennen. Volgens de onderzoekers gaat het hierbij niet simpelweg om populatieverschuivingen tussen broedgebiedjes, maar om persoonlijke schatting van het gevaar. Zo verlaten rotganzen bij grootsneeuwuilgevaar, anders dan gebruikelijk, een relatief veilig meeuweneiland niet om te ruien.

Rotganzen kunnen het sneeuwuilrisico al vroeg in het jaar schatten. In rijke lemmingjaren zijn de sneeuwuilen al aan het broeden als de ganzen arriveren, zo tussen 10-15 juni. Mogelijk ervaren de ganzen nestelende sneeuwuilen niet als een bedreiging, misschien doordat die anders, als ze nog niet broeden, veel meer in de lucht te zien zijn.