De Disneyficatie van het boksen

Temidden van alle media-euforie over de film Ali, die donderdag iatn première ging, stond er een piepklein, curieus boksberichtje in Trouw, dat op het eerste gezicht weinig met `the noble art of self-defense' te maken had, maar toch misschien meer zegt over de huidige staat van de bokssport dan bewonderaars van Muhammad Ali lief is.

Trouw meldde afgelopen woensdag dat de Amerikaanse tv-zender Fox een boksgevecht heeft georganiseerd tussen Paula Jones en de Amerikaanse kunstrijdster Tonya Harding, in de hoop op astronomische kijkcijfers. Het gevecht zal aanstaande woensdag op prime time worden uitgezonden. Tonya Harding, ook wel bekend als de `ijsheks', was in 1994 betrokken bij een mislukt complot om een rivale uit te schakelen: ze liet haar ex-man met een ijzeren staaf op de knieën van deze Nancy Kerrigan inslaan. Kerrigan won desondanks een zilveren medaille; Harding werd voor het leven geschorst. En Paula Jones, tja, Paula Jones' meest beruchte lichamelijke activiteit zou hebben plaatsgevonden in een hotelkamer in Little Rock, Arkansas, in het gezelschap van de toenmalige gouverneur Bill Clinton. Toch heeft Fox beloofd dat het een `serieus gevecht' gaat worden van drie ronden.

Dit nieuws roept vragen op. Zijn ijzeren staven toegestaan? Waarom de volgende keer niet Monica Lewinsky tegen de prinses van de preutsheid, Britney Spears? Of, om het dichter bij huis te houden, een well-matched ringgevecht tussen zwaargewichten Cees Smaling, vertrekkend PCM-topman en bokser in zijn studietijd, en Milly van Stiphout van Stichting Het Parool? En hoe zal het aflopen met Paula's nieuwe neus? ,,Als vrouw ben ik natuurlijk het meest bezorgd om mijn gezicht'', vertelde ze de kranten. ,,I just got my nose done, and I don't want to mess it up.''

Het doet ook denken aan het gevecht, vorig jaar, tusen Laila Ali en Jacqui Frazier-Lyde. In wat door velen gezien werd als een aanfluiting probeerden de dames munt te slaan uit de namen van hun getalenteerde, beroemde vaders, zonder daarvoor de benodigde techniek of ervaring in huis te hebben.

Boksen is weer ongekend populair geworden, de laatste paar jaar, en niet alleen bij vrouwen (hoewel er een opmerkelijke stijging in het aantal serieuze vrouwelijke boksers te zien valt). Maar welke vormen neemt deze populariteit eigenlijk aan, en wat zegt dat over de sport?

Ironisch genoeg lijkt het vooral te gaan om boksen zoals dat gefilterd wordt in een aanzwellende stroom boeken en films; grote, historische vechtpartijen zijn al lang niet meer vertoond. Het voorlopige commerciële hoogtepunt lijkt nu de film Ali te worden. Ali is een onderhoudende film met mooie vechtscènes, die de politieke achtergronden van de periode 1964-74 lichtjes aanstipt, maar nergens echte diepgang krijgt, en al helemaal niets nieuws te melden heeft over Ali's leven en verdiensten. In plaats daarvan is het een soort hagiografie geworden die uitsluitend de hoogtepunten van Ali's carrière laat zien en zelfs een happy end krijgt: het legendarische gevecht tegen George Foreman in Zaïre, de Rumble in the Jungle. Ali is, zoals recensent Hans Beerekamp in deze krant schreef, `een feelgood movie'.

Maar boksen is geen feelgood sport. Boksen gaat over pijn. De belangrijkste eigenschap die een bokser kan hebben is niet spierkracht of snelheid, maar heart: de wil en de moed om door te vechten, door de pijn heen, júist wanneer je aan het verliezen bent. Of, zoals Joyce Carol Oates schreef in haar klassieke essay `On Boxing': `Boksen gaat over geslagen worden, meer dan over slaan, net zoals het meer gaat over het incasseren van pijn, zo niet een verwoestende psychologische verlamming, dan over winnen.' Boksen is in essentie tragisch. Van deze tragiek, die Ali's latere carrière zo overdonderend zou bepalen, laat de film Ali helemaal niets zien.

De tragiek en romantiek van grote bokshelden lijken dan ook niet direct datgene te zijn wat nu de hernieuwde belangstelling van het publiek voedt. Want waar zijn de grote bokshelden van onze tijd? Wij hebben Mike Tyson. Tyson is geen bokser in de oude, glorieuze zin van het woord. Nog afgezien van zijn misdragingen buiten de ring iemand die tijdens een gevecht tot twee keer toe zijn tegenstander in het oor bijt omdat hij op punten dreigt te verliezen, en zich zo doelbewust laat diskwalificeren, zo iemand heeft gewoonweg geen heart.

Misschien is boksen tegenwoordig weer zo geliefd bij een breed publiek, juist omdat de glorietijd van de sport al lang voorbij is. Oates heeft een interessante verklaring voor deze teloorgang: het boksen bestaat bij gratie van de woede van sociaal en politiek achtergestelden. In onze veranderende maatschappij kan deze woede verdwijnen, en daarmee ook de `wreedste sport'. Een aardige hypothese, maar voorlopig lijkt het er eerder op dat de bokssport helemaal niet gaat verdwijnen, maar simpelweg zal worden ingelijfd bij de showbusiness, in Disney-versie (Ali) dan wel Jerry Springer-variant (tv-zender Fox). Zo kan er veilig van worden genoten in een nostalgische herverpakking. Ali zal ongetwijfeld worden bezocht door duizenden mensen die nooit ofte nimmer naar een echt boksgevecht zouden gaan, die huiveren bij de gedachte aan gestileerd geweld, laat staan een klap op de eigen neus.

De beroemde sportjournalist George Plimpton heeft vaak gezegd hoe volgens hem conservatief Amerika, blank èn zwart, Muhammad Ali nooit helemaal heeft vergeven voor zijn weigering van de dienstplicht in Vietnam: ,,Ik denk werkelijk dat hij niet was gerehabiliteerd door het establishment totdat hij de Olympische vlam aanstak, een paar jaar geleden. Hij was toen een oude man, natuurlijk, ziek en trillend. Niet langer een bedreiging.'' Pas door zijn Parkinson, die van Ali een kwetsbare krachtpatser maakte, die hem zijn grote bek ontnam en zijn gezicht in een masker veranderde waar ieder zijn eigen interpretaties op kon projecteren, kon zijn status van levende mythe vervolmaakt worden. Pas toen hij niet langer een bedreiging was, werd zijn iconoclasme omarmd als een typisch Amerikaanse deugd.

Echte boksers zijn gevaarlijk. Maar willen we nog wel kijken naar een publieke, rituele `dramatisering van menselijke agressie' (Oates), waarbij een man gedood kan worden zonder dat het wettelijk moord is, waarbij lastige morele vragen opduiken over de grenzen van de menselijke beschaving, onaangename waarheden over de menselijke aard? We prefereren de veilige oppervlakkigheid van de filmversie, de bokser als nationaal knuffeldier, boksen als nostalgie.