Brandgans

,,Pauwgans'', zegt mijn gastheer in Zeeland. We staan aan de rand van uitgestrekte zoutwatermoerassen op Schouwen. In ons blikveld vangen we een populatie van duizenden ganzen, net of er lavendelgrijs fluweel over de graslanden ligt. De brandgans dus, een watervogel van 65 centimer groot. Deze wintergast broedt in ruige streken als Spitsbergen en Nova Zembla; hij vliegt niet in strakke V-vorm maar in slordige formaties. Gras is zijn voedsel.

Het gezicht is wit, nek zwart. Ja, dan het verenkleed van rug en vleugels. Parelend grijs en diepzwart, afgeboord met witte penseelstreken. Een trotse vogel, vandaar `pauwgans' (`paugoes') in de Zeeuwse kuststreken. Februari is de laatste maand. Opeens zijn ze vertrokken, met talloze tegelijk. Dan zijn de weiden weer leeg.

freriks@nrc.nl