Betekenisloze poppetjes van Kamagurka

Zijn hoofd prijkte de afgelopen weken op diverse voorpagina's en hij gaf interviews aan de belangrijkste Nederlandse kranten en weekbladen. Als we de media moesten geloven dan stond er iets bijzonders te gebeuren. De Belgische cartoonist en komiek Luc Zeebroek (1956), beter bekend als Kamagurka, had de overstap naar het terrein van de beeldende kunsten gewaagd. En hoewel hij pas een jaar met verf, penseel en doek in de weer was, heeft hij een debuut gekregen waar de meeste schilders alleen maar van kunnen dromen: een solotentoonstelling in het Stedelijk Museum van Amsterdam.

Na Koningin Beatrix, schrijver Harry Mulisch en acteur Dennis Hopper heeft directeur Rudi Fuchs opnieuw een beroemdheid gevonden die hem kan helpen de bezoekcijfers van zijn museum op te krikken.

Met Kamagurka heeft hij een goeie in huis gehaald, want waarschijnlijk is het onmogelijk om in Nederland iemand te vinden die zijn werk niet kent. Al meer dan twintig jaar publiceert de Belg zijn droogkomische strips in kranten en tijdschriften als Humo, The New Yorker, The Spectator, Vrij Nederland en NRC Handelsblad. Daarnaast maakte hij zich verdienstelijk als schrijver en performer, en werkte hij samen met tekenaar Herr Seele aan de razendpopulaire serie stripalbums over het personage Cowboy Henk.

Het publiciteitsoffensief waarmee de opening van Kamagurka's tentoonstelling in het Stedelijk gepaard ging, beloofde veel. Het is daarom des te teleurstellender om ter plekke te ontdekken dat het museum slechts drie kleine zalen met zijn tekeningen en schilderijen heeft ingericht. Omdat een halve zaal in beslag wordt genomen door een leestafel met computers, waar bezoekers cartoons kunnen uitprinten, en een van de wanden gereserveerd is voor een grafitti-achtige muurschildering, blijft er weinig ruimte over voor het autonome werk van Zeebroek.

Wie bekend is met het omniversum van Kamagurka's strips zal zich niet erg verbazen over de vreemde wezens die zijn schilderijen bevolken. Zeebroek schildert mannetjes met groene pikken, reusachtige tanden, uitpuilende ogen en afgerukte koppen. Sommige monsters bestaan enkel uit een hoofd en een klompvoet. Anderen zijn uitgerust met ellenlange tongen waarmee ze acrobatische zoenen uitdelen aan hun partners. Hun contouren zijn neergezet met donkere lijnen die de hand van een tekenaar verraden. Vervolgens heeft Kamagurka zijn poppetjes met felle tinten ingekleurd.

Zo ingetogen en eenvoudig als de strips van Kamagurka zijn, zo druk en schreeuwerig zijn zijn schilderijen. Vaak buitelen de monsters over elkaar heen in een poging de aandacht op te eisen. Vloekende kleuren worden schaamteloos naast elkaar op het doek gezet. Maar omdat Kamagurka zijn verf heel dunnetjes opbrengt en nauwelijks gebruik maakt van schaduwen of licht-donkercontrasten onstaat er nergens diepte in zijn schilderijen. De voorstellingen zijn zo plat als een dubbeltje.

Dat enig gevoel voor compositie ontbreekt in deze werken kun je nog wijten aan Kamagurka's onervarenheid als schilder, maar ook inhoudelijk heeft de kunstenaar weinig te melden. Zijn titelloze schilderijen moeten het doen zonder de absurdistische teksten die zijn strips zo legendarisch hebben gemaakt en missen de actuele context van een krantencartoon. Wat overblijft zijn betekenisloze plaatjes. Kamagurka maakt schilderijen zonder noodzaak, die bovendien nogal gedateerd overkomen. In het beste geval doen zijn personages denken aan de eenogige figuren van Philip Guston of de verwrongen hoofden van Picasso. Daarnaast borduurt hij voort op de erfenis van schilders als Keith Haring en Jean-Michel Basquiat, alsof hij de jaren tachtig nog eens dunnetjes wil overdoen.

Je vraagt je af waarom iemand die over zichzelf beweerd heeft dat hij niet kan tekenen, zich zo graag als schilder wilde bewijzen. En waarom, zo vraag je je verder af, wilde het Stedelijk Museum na de fel gekritiseerde Dennis Hopper-tentoonstelling opnieuw ruimte bieden aan een kunstenaar die allang bewezen heeft dat zijn talenten op een ander vlak liggen. De reactie van veel bezoekers op de tentoonstelling van Kamagurka spreekt in dat opzicht boekdelen. Zij lopen in ganzenpas langs de schilderijen en strijken dan neer aan de leestafel met gekopieerde boekjes van Kamagurka's succesvolste cartoons. Om vervolgens hartstochtelijk in lachen uit te barsten bij de belevenissen van geniale stripfiguren als Raketman, Chris the Crashtest Dummy en Tom de Slimme Bom.

Tentoonstelling: Tekeningen en schilderijen van Luc Zeebroek/Kamagurka - 'Tour de Trance'. T/m 12 mei in het Stedelijk Museum, Paulus Potterstraat 13, Amsterdam. Dag 11-17u. Catalogus 22,50 euro.