Betaalde voetbalclubs in het krijt bij spelersfonds

Het pensioenfonds CFK gaat gebukt onder de zorgelijke financiële situatie van het betaalde voetbal in Nederland. Sommige clubs betalen de premies veel te laat.

Het pensioenfonds CFK voor profspelers ondervindt steeds vaker de nadelige gevolgen van de financiële tekorten bij clubs in het betaalde voetbal. Het afgelopen jaar liep de achterstand in betalingen op met 6,5 miljoen gulden tot 23,8 miljoen gulden (10,8 miljoen euro). Inmiddels is dat bedrag teruggebracht tot 8,03 miljoen euro. Tot voor kort had de stichting Contractspelersfonds KNVB bij de eredivisieclubs FC Den Bosch, De Graafschap, Sparta en Fortuna vorderingen lopen van bijna acht miljoen gulden.

De afgelopen weken werd met twee clubs, De Graafschap en Sparta, een betalingsregeling getroffen om paal en perk te stellen aan de oplopende schuld. Met FC Den Bosch en Fortuna is het CFK in gesprek. ,,Er zit enige vooruitgang in'', zegt CFK-directeur Harko de Vlaming. ,,We moeten er niet te dramatisch over doen. Maar alle problemen verdwijnen niet wanneer je een regeling treft. De clubs moeten zich realiseren dat het CFK een hogere prioriteit heeft dan zij veronderstellen.''

Het contractspelersfonds houdt in dat voetballers tot vijftig procent van hun salaris in een fonds storten zonder dat ze daar direct belasting over hoeven te betalen. In de afdracht aan het CFK ontbreekt een werkgeversbijdrage. Als clubs een achterstallige betaling hebben aan de stichting betekent dit in feite dat spelers salaris, premies en tekengelden worden onthouden. Een aanmaningsprocedure treedt in werking als clubs niet aan hun verplichtingen voldoen. `Wanbetalers' krijgen een boeterente opgelegd. De betrokken spelers worden op de hoogte gebracht in de hoop dat zij aan de bel trekken bij hun werkgever.

De achterstand in betalingen varieert van twee tot tien maanden. Als een regulier incassobeleid faalt, gaat het CFK met de betrokken clubs in de slag. Meestal leidt dit tot afbetalingsregelingen. Als een club failliet gaat en de vordering van het CFK is niet ouder dan twaalf maanden, dan neemt de uitvoeringsinstelling de betalingsverplichting over. Uiteindelijk hebben de voetbalclubs in het verleden altijd het verschuldigde bedrag overgemaakt.

De oplopende vorderingen bij het CFK geven aan dat de financiële situatie van het betaalde voetbal in Nederland steeds nijpender wordt. Clubs als De Graafschap betalen voortdurend hogere salarissen en premies waardoor de afdracht navenant is gestegen. Te vaak zijn de uitgaven niet afgestemd op de baten. Dat gebeurt ook in de eerste divisie. Emmen betaalde de afgelopen jaren te hoge salarissen, zelfs zes ton. De clubs kampen daardoor niet alleen met een liquiditeitstekort, ze zorgen ook voor competitievervalsing.

Het pensioenfonds verkeert bij een betalingsachterstand in een dilemma ,,Als wij bij de clubs beslag leggen, schieten wij onze eigen deelnemers in de voet'', zegt De Vlaming. ,,Dan krijgen de spelers misschien op termijn geen salaris meer. Wij moeten dan ook een beleid ontwikkelen waarbij we enerzijds het belang van de spelers in de gaten houden en anderzijds dat van het fonds.''

Het CFK heeft bij de reddingsoperaties van Volendam, FC Den Bosch en MVV dan ook een coulant beleid gevoerd. Als het pensioenfonds de tegoeden had opgeëist, hadden deze clubs nu vermoedelijk niet meer bestaan. Bij alle drie betaalde clubs zouden dan zo'n 25 spelers ontslag hebben gekregen. Clubs weten zich vaak te redden door gemeentelijke steun of donaties van supporters of sponsors. Sinds 1953 zijn alleen SC Amersfoort, Wageningen en Vlissingen failliet gegaan. De KNVB vraagt zich echter ongerust af waar de huidige ontwikkeling eindigt.

De oplopende vorderingen bij het CFK komen juist in een periode dat het pensioenfonds bij de overheid aanklopt om de fiscale regeling te continueren en aan te passen. De regeling, zoals overeengekomen met de toenmalige staatssecretaris van Financiën Scholten, dateert nog van 1972 en kan niet eenzijdig worden gewijzigd. De huidige spelerssalarissen zijn niet te vergelijken met dertig jaar geleden. De inhoudingen beginnen nu bij 8.168 euro per seizoen.

Het ministerie van Financiën ontweek de afgelopen jaren een dialoog met het CFK. Het departement zou de CFK-regeling bij de normale pensioenwetgeving willen onderbrengen. Daardoor wordt het percentage van het salaris dat de spelers belastingvrij mogen wegzetten aanzienlijk lager. Bestuursleden van het CFK hebben de afgelopen maanden druk gelobbyd in politiek Den Haag om steun te krijgen voor het spelersfonds. De Vlaming: ,,Het is maatschappelijk gezien een delicate kwestie. Men zal zich afvragen of voetballers het vandaag de dag wel nodig hebben. Maar profvoetballers zijn niet altijd grootverdieners. Bovendien moeten ze hun pensioen in een korte tijd opbouwen.''

Het CFK wil bij Financiën aankaarten dat ook andere sporters dan profvoetballers en wielrenners gebruik kunnen maken van de regeling. Schaatsers bijvoorbeeld. ,,Onze eerste prioriteit is het behoud van de uitzonderingspositie voor profvoetballers. Als dat lukt zijn we al een heel eind. Maar dan zal de voetbalwereld ook een gebaar moeten maken naar de overheid door het CFK op te nemen in de nieuwe CAO. Dan laat je zien dat het fonds serieus wordt genomen'', meent De Vlaming.

Uitgerekend in de onderhandelingen voor de nieuwe CAO in het betaalde voetbal eist ProProf, een belangenvereniging voor voetballers die is opgericht door enkele spelersmakelaars, inspraak in het CFK. In de statuten is echter vastgelegd dat de meerderheid van de bestuursleden van het pensioenfonds uit de kring van de grotere spelersvakbond VVCS moet komen. De Vlaming: ,,Ik heb er geen behoefte aan via de media hierover te communiceren. Dat doet ProProf wel, al heb ik onlangs een goed gesprek gehad met hun bestuurslid John Veldman. Wanneer je beweert dat het CFK de belangen van de spelers niet goed behartigt, diskwalificeer je de huidige bestuursleden. Dat is kwalijk.''