Beroepsethiek

De fraude bij het hbo heeft tot gevolg dat nu ook het gesjoemel met het beoordelen van tentamens en werkstukken in frauduleuze termen wordt geduid. Enerzijds begrijpelijk, want ook daar is veel geld mee gemoeid, anderzijds helemaal niet begrijpelijk gezien het recente verleden.

Ooit vroeg ik lezers naar hun eventuele ervaringen met gesjoemel bij examens. Daarop kreeg ik veel min of meer uitgebreide mailtjes van leraren die vonden dat collega's te tolerant of juist te streng beoordeelden, maar het algemene beeld was dat het er allemaal redelijk fatsoenlijk toeging. Althans wat het voortgezet onderwijs betreft.

In het tertiair onderwijs kent men geen centraal schriftelijk dat iedereen zo'n beetje binnen hetzelfde gareel houdt. Bij verschillende opleidingen was het in het verleden heel gewoon dat studenten, louter met hun lijfelijke aanwezigheid bij werkgroepen, hun studiepunten vergaarden. Ook kwam het voor dat zij zichzelf of elkaar mochten beoordelen. Dit alles onderbouwd door de ideologie van democratie danwel door gemakzucht of een mentaliteit van moet kunnen. Op deze wijze zijn talloze studenten doctorandus in de letteren of in de sociale wetenschappen geworden of gediplomeerd journalist, om maar enkele willekeurige voorbeelden te noemen.

Als gevolg van de huidige financieringsregels maakt het voor hogeschool of universiteit heel wat uit of iemand al dan niet afstudeert. Zo hoorde ik onlangs van een studieadviseur dat hij op één middag voor de hogeschool zo'n 30.000 gulden had verdiend door van twee studenten die hadden afgehaakt, alles wat ze in het verleden hadden gedaan zodanig te herijken, dat ze alsnog aan de afstudeereisen voldeden. Daar was heel wat kunst- en vliegwerk aan te pas gekomen; iedereen had daar van harte aan meegewerkt uit het besef van de financiële belangen die ermee gemoeid waren.

Historisch gezien is het dus niet zo verwonderlijk dat veel medewerkers in het tertiair onderwijs de ogen sluiten voor gesjoemel. Bestuurders en docenten maken immers zelf deel uit van de generatie die ermee is opgegroeid, sommigen hebben er zelfs hun eigen diploma aan te danken.

Iedereen begrijpt dat een chirurg goed moet zijn opgeleid wil je hem loslaten op een patiënt. De beoordelaar daar zal zich niet vlug laten verleiden tot een te tolerante beoordeling op grond van ideologische of humane overwegingen of onder druk van het management. In veel sectoren ligt dit anders. Of de aankomende journalist nu wel of niet is gediplomeerd, wat maakt dat uit. Wie stukjes schrijft met al te veel taal- en stijlfouten, niet kan samenwerken, de kantjes eraf loopt, kan na zijn proeftijd weer vertrekken. Een diploma biedt geen enkele garantie dat al deze problemen zich niet of minder zullen voordoen. De chirurg en de journalist vormen de uitersten op een schaal, die varieert van: op het diploma moet je blind kunnen varen tot het doet er nauwelijks toe. Dit betekent overigens niet dat je op de school voor de journalistiek niets nuttigs zou leren, maar die opleiding is niet meer dan een gegeven naast vele andere. De beoordeling wordt vooral gedaan in de praktijk. Als u een schilderij koopt, vraagt u zich ook niet af of de maker ervan met goed gevolg de kunstacademie heeft doorlopen.

Voor iedereen die opleidt zou als ethisch grondprincipe moeten gelden dat beoordeling naar eer en geweten plaatsvindt. Opleidingen zouden er verstandig aan doen een dergelijke bepaling op te nemen in de arbeidsovereenkomst met docenten. Daarmee wordt ook de eerste verantwoordelijkheid gelegd daar waar die thuishoort: bij de docent.

prick@nrc.nl