Bacterie of klont

In een drieëneenhalf miljard jaar oude steenlaag heeft geoloog William Schopf de oudste fossielen ooit ontdekt. Tenminste, in Nature van 7 maart draagt hij bewijzen aan dat zijn tien jaar geleden opgegraven fossiele bacteriën echt zijn. Maar de redactie van Nature plaatst in hetzelfde nummer een weerwoord van critici. Wat Schopf aanziet voor bacteriën zijn in feite grafietklontjes, vinden zijn opponenten.

Schopfs Amerikaanse onderzoeksgroep analyseerde de koolstofsamenstelling van de fossiele bacteriën die een miljard jaar ouder zijn dan andere vondsten. Daaruit bleek dat de vermeende oeroude bacteriën bestaan uit organisch materiaal – een combinatie van grafiet en ongeordende koolstof. Dat de monsters vervuild zijn, sluiten de onderzoekers uit, want de fossielen hoefden niet uit het omringende kwarts gehakt te worden. Bovendien bestaan fossiele bacteriën die veel jonger zijn (zo'n 700 miljoen jaar oud) uit precies hetzelfde materiaal.

Dat bewijst niets, vinden Schopfs Engelse en Australische tegenstanders, want in het gesteente rond de zogenaamde bacteriën komt hetzelfde type koolstof voor. Schopf heeft zijn vondsten gewoon handig uitgezocht, concluderen ze. En handig gefotografeerd, want met een andere scherpstelling blijken Schopfs bacteriën onmogelijke aftakkingen te bezitten.

Dat de koolstof in het gesteente toch van bacteriën afkomstig is, sluiten de Britten en Australiërs niet uit. Maar ook een exotische anorganische reactie kan de vondst volgens hen verklaren.