`Vervolging overheid mogelijk'

Overheidsorganen die strafrechtelijke overtredingen begaan, moeten kunnen worden vervolgd. De strafrechtelijke immuniteit die de Staat en in beperkte mate lagere overheidsorganen nu genieten, moet worden geschrapt als het gaat om overtreding van zogenaamde ordeningswetgeving (sociaal economische en adminstratieve ordening). Dat schrijft de commissie-Roelvink in het advies `Strafrechtelijke aansprakelijkheid van de staat' dat vanochtend door het kabinet is overgenomen.

De commissie stelt verder voor om de mogelijkheid van strafrechtelijke aansprakelijkheid van individuele ambtenaren, met name leidinggevenden en ambtenaren in hun rol als opdrachtgever te vergroten. Dat moet zelfs mogelijk zijn in situaties waarbij het betrokken overheidsorgaan wel strafrechtelijke immuniteit geniet.

De Staat geniet al jaren op basis van jurisprudentie van arresten van de Hoge Raad strafrechtelijke immuniteit. Midden jaren negentig oordeelde de Hoge Raad in het omstreden Pikmeer-arrest dat die immuniteit ook lagere overheden, zoals gemeenten en hun medewerkers geldt. Later werd die immuniteit beperkt tot strafrechtelijke overtredingen bij het uitoefenen van taken die exclusief tot het publieke domein horen. In reactie op vragen uit de Tweede Kamer over de consequenties van de Pikmeer-arresten reageerde het kabinet met de stelling dat alle onderdelen van de staat strafrechtelijke immuniteit moeten behouden omdat sancties meestal uit boetes bestaan die vervolgens weer terug naar de staatskas vloeien. De commissie wijst dat argument af. Niet zozeer de hoogte van de sanctie, maar de normbevestigende werking ervan is relevant voor de vraag of een overheidsorgaan al dan niet vervolgd dient te worden. ,,Zo bezien kan zelfs een schuldigverklaring zonder oplegging van straf ten aanzien van een publiekrechtelijk persoon, effectief zijn.''

Voor een aantal staatsonderdelen, zoals de gerechten en het openbaar ministerie moet strafrechtelijke immuniteit wel gehandhaafd blijven, adviseert Roelvink. De strafrechtelijke aansprakelijkheid moet beperkt blijven tot overtredingen van de zogenaamde ordeningswetgeving. Bij commune delicten als verduistering of diefstal moet strafrechtelijke immuniteit gehandhaafd blijven.