Schuldig lichaam

Omdat ik de lezer niet langer lastig wil vallen met mijn kwaaltjes, is dit voorlopig mijn laatste column over mijn beroerte. Wel wil ik alle lezers bedanken, die mij bloemen, kaarten en andere blijken van medeleven hebben gezonden. Ik ben niet in staat u te antwoorden, maar ik heb het zeer op prijs gesteld. Soms moest ik denken aan de woorden van J.H. Donner, die na zijn hersenbloeding – enigszins geparafraseerd – zei: ,,Nu heeft iedereen erbarmen met mij, maar toen was ik die cynicus aan wie iedereen een beetje een hekel had.'' Doe mij echter één lol, en noem mij niet moedig, kranig of dapper. Dat zijn verrotte woorden uit het christelijk begrafeniswezen. Jan Peter Balkenende-woorden. Met moed heeft dit allemaal niets van doen. Het is een overlevingsdrift die ik heb meegekregen zonder dat ik er iets voor heb hoeven doen. Pas als ik een baby weet te redden door dwars over een open veld te rennen dat onder mitrailleurvuur ligt, mag u mij moedig noemen.

Naar omstandigheden gaat het trouwens erg goed met me. Mijn lichaam heeft me plotseling verraden, maar het lijkt wel of het zich daar nu zo schuldig over voelt dat het verschrikkelijk zijn best doet het weer goed te maken. Elke morgen word ik wakker en vind ik een klein cadeautje in de vorm van iets dat ik vorige dag nog niet kon. Eerst kon ik mijn linker duim weer bewegen en een hazenslaapje later was ik in staat met linkerduim en wijsvinger een rondje te maken. Gisteren merkte ik ineens dat ik met mij linkerhand weer op mijn rug kon kriebelen. Nooit beseft dat je om zoiets zo blij kunt zijn.

Van mijn arts kreeg ik de opdracht om naar de andere kant van de kamer te lopen. Lopen?! Was die man gek geworden? Ik zat in een rolstoel, kon amper staan. Maar ik stond op en liep. Lazarus als een dronken zeekapitein. En toen de trap op. Ook dat lukte, al stonden beneden twee fysiotherapeuten met open armen. Vannacht ben ik wakker geworden met een erectie – lezers en lezeressen, even doorbijten, dit is echt mijn laatste stukje over mijn toestand. Voorzichtig stak hij zijn kopje weer op. Ik ben van origine een harde, maar dit keer voelde ik regelrechte ontroering. Terwijl de fijne motoriek nog niet haar oude niveau terug heeft, is het lichaam kennelijk al weer geïnteresseerd in seksuele smeerpijperij. Heel geruststellend.

Waar je je natuurlijk zorgen over maakt, is de vraag wat je van zo'n uitval overhoudt en hoe zwaar een bepaalde handicap weegt. Hoe erg is het om een beetje spastisch te blijven? En wat is erger: een slappe linkerhand of een slap geslachtsdeel dat voorgoed is ingeslapen? In de uitruil van functies is het gemis van de kleine teen eenvoudig te dragen, maar de spraak wil niemand kwijt. Een verkeerde schakeling kan verschrikkelijke gevolgen hebben. Zo ken ik iemand die lichamelijk geheel gezond is, maar die de woorden niet meer bij de juiste voorwerpen krijgt. ,,Ik wil een hoedje'', zegt hij als hij bedoelt: ,,Ik wil een pilsje.''

Wat ik van dit alles het meest absurdistisch vond, was te ervaren dat niet alleen het brein, maar ook het lichaam een geheugen heeft. Een geheugen, dat ineens kan falen. De eerste keer dat ik weer een stap wilde zetten, moest ik aan iemand vragen een voetstap voor te doen en toen ik weer geconfronteerd werd met de veters van mijn schoenen, hadden mijn handen werkelijk geen idee hoe ik ze moest strikken. Maar toen ik dat eenmaal voor elkaar had, ging het als bij een vergeten woord dat je plotseling op een straathoek te binnen schiet.