Om Rotterdams erfgoed

De dag na de avond van de verkiezingen ligt Rotterdam er uiterlijk onveranderd bij. Op de Lijnbaan winkelt de multiculturele samenleving, de dealers op het Stationsplein zijn nog even brutaal en de Nieuwe Maas mondt als Waterweg bij de Hoek net zo in zee uit als vóór de komst van Pim Fortuyn. Maar op het politieke slagveld is de ravage immens en de verandering compleet. Decennialang maakte de Partij van de Arbeid in deze stad van noeste werkers de dienst uit. De wederopbouw, het wonder van de grootste haven ter wereld, de bestuurscultuur van weinig woorden en grote daden, gedragen door een bevlogen college van burgemeester en wethouders dat de publieke zaak was toegedaan – dit alles leek hier het monopolie van de socialisten. Jarenlang was de Maasstad hun heimelijke trots: rood zijn en daadkracht tonen, geld verdienen met de haven om het terug te ploegen in die schitterende, onvolmaakte stad.

Het tij is gekeerd. Niet de laatste maanden, maar veel eerder al. De `zittende' politieke partijen, de PvdA voorop, liepen vast in arrogantie, machtsmisbruik en onderling getwist. De rel met de bonnetjes van oud-burgemeester Peper was het dieptepunt. Het ergst van al was dat de Rotterdamse politiek, ooit terecht geroemd om haar visie en daadkracht, in de periode 1998-2002 een machteloze en gedemoraliseerde indruk wekte. Plannen waren er wel, gepraat werd er genoeg – maar de daden bleven uit. De stad werd schoner noch veiliger en aan de vraagstukken van de oude wijken werd zo goed als niets gedaan. Al bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1994 bleek dat het Rotterdamse electoraat rebelleerde. Nergens scoorde extreem-rechts zo hoog als hier. Dat signaal heeft zijn uitwerking gemist. Nu is het Pim Fortuyn die het ongenoegen verwoordt. En hoe men ook aankijkt tegen deze politieke novice, vast staat dat zijn komst in Rotterdam nieuwe feiten heeft geschapen. Die accepteren en er op een volwassen manier mee omgaan is verstandiger dan terugvallen in de reflex van bokkige arrogantie.

De PvdA heeft met haar schamele 11 zetels (op 45) weinig in te brengen tegen de 17 zetels van Fortuyn en zijn Leefbaar Rotterdam. De huidige coalitie van PvdA, VVD, CDA en GroenLinks heeft nog slechts een meerderheid van één zetel. Het zou ondenkbaar zijn, en in ieder geval onverstandig, als Leefbaar Rotterdam wordt genegeerd. De wens van de kiezer is duidelijk genoeg: Fortuyns club moet meebesturen. Twee misverstanden moeten hierbij uit de weg worden geruimd. Het eerste is dat Fortuyn voor Rotterdam geen programma zou hebben. Dat heeft hij wel. Het is getiteld `Leidraad voor een leefbaar Rotterdam' en gaat vrij gedetailleerd in op zaken als veiligheid, onderwijs, haven, ondernemen en ruimtelijke ordening. Het tweede is dat op de lijst van Fortuyn ,,alleen maar extremistische figuren'' zouden staan. Dat is niet het geval. Leefbaar Rotterdam is een bont gezelschap van een dertigtal (oud-)ondernemers, leraren, adviseurs, studenten, architecten en anderen. Zij dienen op voordracht van de kiezer het voordeel van de twijfel te krijgen.

Gisteravond is de fractie van Leefbaar Rotterdam bijeen gekomen om te praten over collegevorming. De mores schrijven voor dat de grootste partij het initiatief neemt voor een nieuw te vormen stadsbestuur. Samenwerking is het adagium, hoe moeilijk dat ook zal zijn. Uit lijfsbehoud voor de gevestigde politiek én omdat het goed is dat de nieuwkomers verantwoordelijkheid dragen. Wel dient Fortuyn eerst de argwaan weg te nemen. Hij heeft kwaad bloed gezet met domme uitspraken over de islam. Hij stelde, onacceptabel, artikel 1 van de grondwet op losse schroeven en hij riep daarmee afkeer, ja, zelfs walging op. En hij was het die de Rotterdamse politiek in harde woorden klungelarij verweet. Samenwerking vergt een matigende toon zijnerzijds. Fortuyn kan nu laten zien wat hij is: een rabiaat enfant terrible dat louter onenigheid oproept (`waar Pim is, is ruzie') of een politieke vernieuwer van zijn tijd.

Pim Fortuyn is Rotterdammer. Hij kent de stad en zegt op zijn verkiezingsaffiches van haar te houden. Dat zijn grote woorden. Zowel hij als zijn aangeslagen politieke opponenten doen er goed aan om de illustere naoorlogse geschiedenis van Rotterdam nog eens te bestuderen. Die is vol van mannen en vrouwen die van de stad hielden, maar dat niet opzichtig uitten en aan het werk togen. Hun daadkracht en politieke integriteit is vastgelegd in een complexe, levende stad, die het niet verdient slachtoffer te worden van politieke experimenten of stuurloosheid door voortwoekerende ruzies. Het erfgoed is daar te kostbaar voor.