Nazi's maakten zeep van lijken gevangenen

Nieuw bewijs bevestigt dat de nazi's tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Poolse stad Gdansk de stoffelijke overschotten van Poolse en Russische gevangenen gebruikten om er ,,op experimentele basis'' zeep van te maken.

Dat heeft het Poolse Instituut voor de Nationale Herinnering (IPN) gisteren gezegd. Het IPN deed onderzoek naar de activiteiten van de Duitse professor Rudolf Spanner, die het Anatomisch Instituut leidde waar de vermeende zeep werd gemaakt.

Het onderzoek begon in februari nadat de kleine Duitse minderheid in Gdansk klaagde over een gedenkplaat in het anatomisch museum, waarop staat dat de nazi's lichamen van een naburig concentratiekamp gebruikten om zeep van te maken. ,,Duitse nazi`s pleegden hier een misdaad tegen de menselijkheid door lichamen van krijgsgevangenen uit het Stutthof concentratiekamp te gebruiken als ruw materiaal om zeep van te maken'', aldus de plaat.

Het is het derde onderzoek tegen Spanner die ongeveer dertig jaar geleden overleed. Eerdere onderzoeken hadden plaats in 1945 en 1973, maar konden niet worden gekoppeld aan Spanner. Uit het eerste onderzoek bleek wel al dat de nazi's menselijk vet gebruikten voor zeep. De zeep diende voor `intern gebruik' op het laboratorium in Gdansk. Het onderzoek duurt nog voort, aldus het IPN, omdat onduidelijk is waarom Spanner van alle blaam is gezuiverd. Spanner ging vrijuit tijdens twee processen in Duitsland in de jaren `40 en werd hoofd anatomie aan de Universiteit van Keulen.