Melkert vraagt om afstraffing

Ad Melkert is hardleers. Hij zette zich in het eerste lijsttrekkersdebat met Fortuyn neer als een chagrijnige machthebber, die het debat met een gewone schreeuwlelijk en nieuwkomer maar te min vindt. Dat terwijl hij in zijn eigen partij had kunnen leren van de afstraffing van kandidaat-voorzitter Sharon Dijksma. Deze door de partijtop vooruitgeschoven Haagse praatpop werd hardhandig de kop afgehakt, en de meer integere underdog Ruud Koole werd tot nieuwe voorzitter gekozen. Verantwoordelijk hiervoor waren de congresafgevaardigden, die volgens cultuurhistoricus Thomas von der Dunk behoren tot de ,,verloren generatie'', een generatie dertigers en veertigers die zich belazerd voelt door de ,,protestgeneratie'' uit de jaren zestig die nu nog aan de macht is.

Naast de `verloren generatie', blijkt er nu ook een grote groep jongeren en zwevende kiezers te zijn die niet al te gesteld is op gevestigde partijkliekjes. Waar deze onvrede zich tot nu toe niet groots kon manifesteren, weet Pim Fortuyn er echter een behoorlijke tegenbeweging van te maken. Dit te negeren is fataal. Iemand die een debat met `Kok-teaser' Fortuyn afdoet als ,,het hoort erbij'' (Melkert), vraagt op 15 mei om een ongekende afstraffing.

Een flink deel van het electoraat heeft een grondige afkeer gekregen van gevestigde politici die op arrogante wijze slechts op z'n Haags kunnen ouwehoeren. Fortuyn te zien oreren te midden van politiek correcte partijleiders is voor menigeen een lust voor het oog, een verademing. Niet omdat hij sympathieke standpunten heeft (de zwakkeren vallen bij hem buiten de boot), maar omdat hij open en eerlijk zegt wat hij vindt, en zich niets aantrekt van de professionele politieke mores. Daar lust de kiezer wel pap van.

Dat een kale homoseksueel de onvrede met het Haagse circuit mag verwoorden, en een nette christen met een kapsel uit de jaren vijftig voorbijstreeft in z'n oppositie, is eveneens tekenend. Hier roert zich een nieuwe, ruimdenkende generatie Nederlanders.

Het is dus niet zozeer een afkeer van Paars, als wel een afkeer van de gehele politieke cultuur in Den Haag, die de gevestigde partijen parten speelt. Weinig zal de huidige lijsttrekkers dan ook helpen in vervolgdebatten met Fortuyn, behalve een cultuuromslag. Dit zal echter ongeloofwaardig overkomen, en past slecht bij hun persoonlijkheden en het oude cultuurtje waarin ze opgeklommen zijn.

Er lijkt dan ook weinig anders op te zitten dan op eigen wijze de stinkende best te doen de nederlaag op 15 mei te incasseren, en Fortuyn z'n eigen graf te helpen graven met een partij zonder enige ervaring in parlement of kabinet. Melkert en Dijkstal zullen vervolgens niet lang meer premier of partijleider blijven, en zullen plaats moeten maken voor een nieuwe generatie Nederlanders, die zich in openheid en eerlijkheid wel kan meten met figuren als Fortuyn, en die mede daardoor de proteststemmers weet in te lijven.

Jaap-Leen Plaisier, congresafgevaardigde en lid van het Politiek Forum van de PvdA