Krachteloos eerbetoon aan het leven van oude Béjart

Ballet for Life (1996), het ballet dat de beroemde Franse choreograaf Maurice Béjart bij het door hem geleide Ballet Lausanne creëerde, is een eerbetoon aan het leven en de jeugd. Toch was de aanleiding de dood, van Béjarts muze nog wel, sterdanser Jorge Donn die in 1992 aan aids overleed. We zien de charismatische Argentijnse danser met zijn trotse kop met leeuwenmanen, rossig behaarde borstkas, smalle heupen en sierlijk ranke benen en armen pas aan het eind op filmdoek, in zijn hoofdrolvertolking van Nijinsky Clown de Dieu, waarin Donn de goddelijke en tragische danser Nijinsky uitbeeldde als zijn alter ego.

Het is de enige keer dat Béjart direct naar Donn verwijst. Dat hoofdstuk is kennelijk te pijnlijk Dus verzon theaterman Béjart een list en koos een andere ster in de hoofdrol, de eveneens aan aids overleden sterzanger Freddy Mercury. De muziek van diens band Queen vormt de rode draad in dit ballet dat daarmee alles behalve een pessimistisch rouwballet werd, veeleer een dansshow met Gianni Versace's modern chique kostuums – wit met geraffineerde zwarte (rouw)randjes – in de hoofrol.

Ballet for Life is opgebouwd uit zeventien nummers, waaronder de swingende hits Radio ga ga en I want to break free die tegen het eind door het publiek zachtjes worden mee gezongen. En waarom ook niet? Het ballet zelf geeft weinig aanleiding om eerbiedig stil voor te blijven. Typisch voor Béjart daarin zijn de groepsdansen waarbij de dansers – altijd los van elkaar – in dubbele kringen dansen. Helder maar koel is zijn neoklassieke balletstijl die ontstond in de jaren zestig en sindsdien niet meer veranderde, met van die acrobatisch lange lijnen, gemaniëreerde `oosterse' handen, kokette zijwaartse sprongetjes met parallelle benen of hooggeheven benen en soms geflexede voeten.

Bij dit eerbetoon aan een overleden geliefde werkt Béjarts anti-emotionele stijl niet. De dansen zijn vaak niet meer dan een illustratie bij de muziek, een plaatje bij een nummertje. En dat soms zelfs gênant letterlijk, zoals bij Sea side Rendez-vous waarop een stranddansnummer is gezet. De enige die overtuigt is solist Gil Roman. Die bleef de oude Béjart, diens visie en stijl, zichtbaar trouw. In een op Mozart gezette solo tegen een decor van röntgenfoto's – ten teken van vergankelijkheid – brengt hij voor even in de herinnering hoe sprekend die dans indertijd wel kon zijn. Na die solo besef je eens te meer dat die stijl nu is afgevlakt tot een krachteloos vertoon, gepresenteerd bovendien door een stel middelmatige dansers. Die weten aan de dans zelfs geen glamour te geven die show of musicaldans aantrekkelijk kan maken.

Het is triest dat de pionier van het existentiële ballet van de jaren vijftig, van de oosters mystiek gekleurde moderne balletten van de jaren zestig en de bombastische spektakels van de jaren zeventig en tachtig nu niet verder komt dan een slap aftreksel van zijn eigen stijl.

Dat de 75-jarige choreograaf nog heilig in eigen kunnen gelooft blijkt uit het slot, waarbij hij tussen de dansers in met gebalde vuist op het podium verschijnt. Geklapt wordt er genoeg, maar vermoedelijk vooral door een publiek dat op de muziek en de mode afkwam en nauwelijks weet wie die gezette oudere heer daar op dat podium is.

Béjart Ballet Lausanne met Ballet for Life. Choreografie: Maurice Béjart. Muziek: Queen, W.A. Mozart. Gezien: 6/3, Koninklijk Theater Carré Amsterdam. Aldaar t/m 15/3 (11/3 niet). Inl.: 0900-2525255 of www.startdusttheatre.com