Je nek uitsteken

In de kunsthandel zijn specialisten van toenemend belang nu er steeds meer vervalsingen opduiken ,,Je moet de moed hebben impopulaire uitspraken te doen.'' Ook op de Tefaf in Maastricht.

`De beste keuringscommissie ter wereld', daarmee afficheert zich de Tefaf, de internationale kunst- en antiekbeurs in Maastricht die gisteren voor de vijftiende maal is geopend. Niet minder dan 122 keurmeesters hebben zich in de dagen voorafgaand aan de opening verzameld in de expositiehallen van het MECC om de duizenden objecten te controleren die in de stands worden aangeboden. De namen van deze experts zijn door de organisatoren van de Tefaf angstvallig buiten de publiciteit gehouden; zij mogen niets loslaten over wat er tijdens de keuringsdagen gebeurt.

Wanneer is iemand een expert of kenner? Hij is allereerst iemand met gezag binnen zijn vakgebied, bij collega's en andere specialisten. Een expert combineert kunsthistorische kennis met vooral heel veel praktijkervaring en commercieel inzicht. ,,Het zit in de genen'', zegt Dave Aronson, eigenaar van Aronson Antiquairs. Hij leerde het vak van zijn vader in de familiefirma die sinds 1881 bestaat. Zittend tussen de kisten en vitrines die zo dadelijk op weg gaan naar Maastricht, zegt hij tevreden: ,,Onze collectie is op oorlogssterkte.'' Zijn zoon Robert, die toeziet op het inpakken van de breekbare waar, werkt nu dertien jaar in de zaak en leerde het vak ook in de praktijk.

Dave Aronsons vader was nog algemeen antiquair, die alles verkocht wat vroeger in een goed interieur thuis hoorde: tapijten, klokken, zilver, noem maar op. Dave Aronson maakte mee hoe de antiekwereld zich steeds meer is gaan vertakken in specialismes. Zijn eigen fort is Delfts aardewerk, Nederlandse meubelen en Chinees porselein uit de 17de en 18de eeuw.

De ontwikkeling van generalist naar specialist is er een van de laatste vijfentwintig jaar, zegt ook Floris van der Ven, die opgeleid is door zijn oom Clemens, antiquair en een keurmeester op de Tefaf. Samen verkopen zij uit een monumentaal pand in Den Bosch als Vanderven & Vanderven Oriental Art vroege Chinese keramiek en brons uit de Han- en Tang-periodes, en Chinees porselein uit de 16de, 17de en 18de eeuw.

De porseleinexpert wijst er op dat ook de kopers zijn veranderd vergeleken met dertig, veertig jaar geleden. Toen hielden slechts enkele verzamelaar-connaisseurs zich bezig met Chinees porselein: ,,De huidige kunst- en antiekkoper is een drukbezette zakenman, geen kenner. Hij kan niet beoordelen of een Chinese vaas echt in de Kangxi-periode is gemaakt. Maar hij omringt zich met goede adviseurs. Hij schakelt topadvocaten en -accountants in en hij kiest de meest gerenommeerde handelaren om zijn kunstvoorwerpen aan te schaffen.''

De als kunsthistorici opgeleide kenners zijn ver in de minderheid onder de keurmeesters. Aronson, voorzitter van de Tefaf-organisatie, verklaart die ondervertegenwoordiging aldus: ,,Er zijn maar weinig kunsthistorici werkzaam aan een universiteit of in een museum, die meedraaien in het commerciële circuit en zich politiek durven uitspreken. Wie in een keuringscommissie zit, moet de moed hebben impopulaire uitspraken te doen, en stukken bij andere experts af te keuren.''

Zoiets wordt je natuurlijk niet altijd in dank afgenomen. De Tefaf-voorzitter wijst erop dat vooral Amerikaanse experts moeilijk te porren zijn voor het keurmeesterschap vanwege het liability-system. Elke uitspraak die een ander schade kan berokkenen kan in de VS wegens smaad aangevochten worden – schadevergoedingen kunnen in de tonnen lopen.

Blindeninstituut

Richard Bionda, docent 19de eeuw aan de Vrije Universiteit en Tefaf-keurmeester voor de 19de-eeuwse schilderkunst, haalt de kunsthandelaar Lodewijk Houthakker aan, die de kunsthistorische wereld, de musea incluis, sarcastisch uitmaakte voor `blindeninstituut'.

De contacten tussen de universitaire wereld en de kunstmarkt zijn ,,uiterst schaars'', aldus Bionda, en bovendien niet helemaal onverdacht. Het verlenen van echtheidscertificaten door vooraanstaande kunsthistorici – de zogenaamde `connaisseurs' – heeft in het verleden geleid tot een `bedenkelijke verstrengeling van belangen'. Een bekend voorbeeld is Bernard Berenson, die in de jaren twintig en dertig door de Amerikaanse kunsthandelaar Duveen werd betaald om Italiaanse schilderijen te `echten'. Diverse van deze `oude meesters' werden later ontmaskerd als kleinere meesters.

Bionda beaamt dat er maar weinig kunsthistorici in Nederlandse musea en universiteiten zijn die hun nek durven uitsteken als het om heikele kwesties gaat als bijvoorbeeld echte of valse Van Goghs: ,,Zoals Ernst van de Wetering, die namens het Rembrandt Research Project onlangs terugkwam op eerdere afschrijvingen. Voor twijfel – hoe legitiem ook – lijkt weinig waardering te bestaan. Een logisch gevolg van de grote bedragen die met zulke kunst zijn gemoeid.''

Expertise mag daarom wat kosten. Een goede specialist informeert zijn klanten en voedt ze op tot kritische kopers. Zo levert Van der Ven een uitgebreid taxatierapport in de vorm van een ingebonden boekje bij elk verkocht stuk, waarin naast een uitgebreide omschrijving van het object en diverse foto's ook een historische en technische uiteenzetting over bijvoorbeeld Chinees porselein is opgenomen, en verwijzingen naar vergelijkbare objecten in openbare collecties. ,,De eigenaar kan het in de kluis stoppen voor de verzekering, maar hij kan er ook iets van leren als hij wil, en zich verder in dat gebied verdiepen.''

Een probleem is dat de titel `expert' niet beschermd is, iedereen mag zich zo noemen. De Federatie van Taxateurs Makelaars Veilinghouders in Roerende Zaken, TMV, neemt vakbekwaamheidsexamens af voor de drie vakgebieden, die overigens vaak vermengd worden. ,,Bijna niemand kan leven van alleen taxeren'', aldus de secretaris van de Federatie, mevrouw van Biemen.

De TMV zag zich dit jaar geconfronteerd met de afschaffing van de benaming `beëdigd taxateur'; de bescherming van het beroep `makelaar' werd door het ministerie van Economische Zaken al eerder afgeschaft, met het oog op de vrije marktwerking.

Van Biemen betwijfelt of dit in het voordeel is van de particuliere klanten. De ruim 300 beëdigde leden van de TMV zijn nu opgenomen in registers voor de drie vakgebieden, die alsnog moeten fungeren als een keurmerk.

Toch blijft het voor een particulier moeilijk om het kaf van het koren te scheiden. Gerenommeerde handelaren achten het vaak niet nodig om examen te doen en zijn dus niet als registertaxateur opgenomen. ,,Taxeren is geen kunst, zei mijn lieve vader al'', zegt Dave Aronson. Iemand met een neus voor commercie kan heel goed de juiste prijs vaststellen van een voorwerp, zonder er iets van te weten. Van Biemen wijst er op dat zulke kennis alléén niet voldoende is om het TMV-diploma van taxateur te behalen.

Middelmatig doek

Het moeilijkst voor de leek is het onderscheiden van vervalsingen. ,,Een ervaren handelaar herkent de meeste valse stukken op honderd meter afstand, het gros is slecht gedaan'', aldus de kunsthistoricus en makelaar-taxateur Willem Baars, die ook Tefaf-keurmeester is voor de commissie 19de eeuw. ,,Het moeilijkst zijn de afwijkende stukken binnen een oeuvre, de experimenten van een kunstenaar die aanvankelijk voor een vervalsing worden aangezien.'' Auke van der Werff, makelaar-taxateur in schilderkunst van Impressionisme tot de jaren zeventig en keurmeester in dezelfde commissie, komt tijdens zijn werk naar schatting een op de honderd maal een vals schilderij tegen. Hij onderscheidt drie soorten: ,,Oude schilderijen met een valse handtekening van een bekendere kunstenaar; een goed werk van een middelmatige meester wordt zo een middelmatig doek van een grote meester. Dan zijn er vervalsingen gemaakt in de eigen tijd, bijvoorbeeld een `Van Gogh' die eind 19de eeuw is geschilderd, naast hedendaagse vervalsingen van zijn werk.'' Van der Ven vertelt over 19de-eeuwse in China vervaardigde kopieën van 17de-eeuws Kangxi-porselein, een neo-stijl die soms heel knap is nagemaakt. Maar de 19de-eeuwse vazen – `in de volksmond foutief Delfts Blauw genoemd' – zijn over het algemeen veel lichter dan het relatief zware 17de-eeuwse porselein. Van der Ven: ,,Als ik zo'n vaas oppak, voel ik het meteen: 19de eeuw. Dat is een kwestie van heel veel objecten die door je handen zijn gegaan, en dat krijg je alleen als je er dagelijks mee omgaat.'' De voortschrijdende technologische ontwikkelingen kunnen uitkomst bieden, maar niet altijd. Met de thermo-luminiscentietest kan bijvoorbeeld gemeten worden hoeveel licht er is opgeslagen in het porselein, maar deze dateringstechniek heeft een marge van een à twee eeuwen – te weinig om 19de-eeuws met zekerheid van 17de–eeuws te onderscheiden.

Opvallend afwezig als keurmeesters in Maastricht zijn de specialisten van veilinghuizen, hoewel een aanzienlijk deel van de huidige handelaren en makelaars daar zijn praktijkopleiding begon. Jop Ubbens, directeur van Christie's Amsterdam en beëdigd veilinghouder-taxateur, zegt daarover: ,,De kunst- en antiekbeurs Pan in Amsterdam schakelt wel veilingmensen in om te keuren. Voor de Tefaf zouden zowel Christie's als Sotheby's hele goede experts kunnen leveren voor met name de commissie Zilver.''

Dat dit niet het geval is verklaart Ubbens aldus: ,,De antiquairs en kunsthandelaren op de Tefaf brengen alleen de top van de markt, wij bieden een brede range aan, rijp en groen door elkaar heen.'' Dave Aronson stelt dat ,,het veilinghuis een makelaar is, hij koopt niet aan maar geeft een object door aan de volgende koper. Bij ons is het gekocht, het is onze eigen collectie, wij werken voor eigen risico.''

Hoewel de onafhankelijkheid voorop heet te staan, is de verstrengeling binnen de branche algemeen verbreid. Een van de weinige onafhankelijke taxateurs, zonder winkel, is Ciska Vermaas, gemmoloog – edelsteenkundige – en makelaar-taxateur van gouden en zilveren juwelen. ,,Als je zelf iets inkoopt en verkoopt, ben je partij in een transactie. Die invloed wil ik niet.'' Vermaas, een van de zeldzame vrouwen in de branche, heeft een dusdanig specialistisch vakgebied dat zij kan leven van uitsluitend taxeren en schade-expertises. Zij werkt voor grote opdrachtgevers, zoals makelaars in assurantiën en verzekeringsmaatschappijen.

Vermaas bekritiseert de opzet van het televisie-programma Tussen kunst en kitsch waar het haar vakgebied betreft: ,,Daarin wordt de indruk gewekt dat een expert iemand is die in dertig seconden een juiste beoordeling van een sieraad kan geven, maar dat kan alleen een oppervlakkig oordeel zijn.'' Daarom is zij een tegenstander van gratis taxeren: ,,Er wordt geen taxatierapport gemaakt, dus de consument kan nergens verhaal halen.''

Verwarrend is ook dat één object drie soorten waarden vertegenwoordigt: de verzekeringswaarde, de waarde in het economisch verkeer (bijvoorbeeld bij veilen) en de successiewaarde. ,,Tussen die drie waarden zitten grote marges'', aldus de gemmoloog, ,,Eén bedrag noemen bij een taxatie, zoals in Tussen kunst en kitsch gebeurt, zegt dan ook niets. Men kan beter zeggen: `Ik adviseer u het object voor dat en dat bedrag te verzekeren.' Dat is iets heel anders dan het bedrag dat mensen bij eventuele verkoop kunnen verwachten.''

Muggenzifterij

Frans Leidelmeijer treedt op als deskundige in dit televisieprogramma, als specialist in art nouveau, toegepaste kunst tussen 1880 en 1940. Hij is ook keurmeester voor de commissie `19th century and 20th century applied art' van de Tefaf, samen met Belgische, Franse en Britse collega's. ,,Zeventig procent van de aangeboden dingen bij Tussen kunst en kitsch is niks waard. Vaasjes die misschien wel in de Plateel-fabriek in Gouda gemaakt zijn, maar niet als unica maar in massaproductie. Of het is deuxième epoque, bijvoorbeeld een remake van een Breuer-stoel. Dat soort dingen is prima voor gebruik in huis, maar ze horen natuurlijk niet op een beurs als de Tefaf.''

Het gezamenlijk tot een afgewogen oordeel komen over authenticiteit en kwaliteit van een kunstvoorwerp gebeurt, ook buiten de keuringscommissies, steeds vaker in samenspraak met vakgenoten. Het verschijnsel second opinion wordt ook door handelaren zelf gepraktiseerd, mede gedwongen door de soms vèrgaande specialiseringen binnen één gebied. Aronson zit op een steenworp afstand van het Rijksmuseum, waar hij regelmatig overlegt met specialisten op het gebied van `keramiek' en meubelen: ,,Voor buitenstaanders is dat stomvervelende muggenzifterij, maar wij beleven er veel genoegen aan. Je kunsthistorische belangstelling wil ook geprikkeld worden, daarom is de research het leukste onderdeel van het vak.'' Hij merkt op dat er altijd interpretatieverschillen zullen blijven, het zogenaamde `grijze gebied' waarover nog niet genoeg kennis bestaat, of waar de inzichten verschuiven onder invloed van voortschrijdend inzicht en technologische ontwikkelingen.

Een deskundig, juist en kritisch oordeel kan daarom vaak geen eenmansoordeel meer zijn. Een geloofwaardige expert is tegenwoordig geen solist meer, maar onderhoudt een netwerk met capabele vakgenoten. Bionda wijst op het nut van het werken in commissies, de leden leren een `gezonde argwaan' te ontwikkelen en moeten hun oordeel niet alleen kunnen staven, maar soms ook herzien. Hij benadrukt dat in het geval van `collectieve twijfel' de bescherming van de koper vóor die van de handelaar dient te gaan. Aangezien een onjuiste toeschrijving of voorstelling van zaken mettertijd aan het licht kan komen, moet de handelaar dat criterium wel onderschrijven. De handelaar heeft immers een reputatie te verliezen.

Tefaf, in het MECC te Maastricht. Tot en met zondag 17/3. Het Jaarboek van de Federatie van Taxateurs Makelaars Veilinghouders in Roerende Zaken, waarin de leden zijn opgenomen, kan worden aangevraagd via Postbus 15477, 1001 ML Amsterdam.