De midlife crisis van een popgroep

De leden van The Monkees waanden zich echte rockers, maar ze waren playbackende acteurs. In `The Prefab Four' komt hun geschiedenis tot leven. `De voorstelling moet iets hallucinerends krijgen. Of je net geblowd hebt, zoiets.'

Verdwaasd kijken ze om zich heen, de mannen in de veel te krappe – en ook veel te schreeuwerig gekleurde – jasjes en broeken. Het is alsof een hogere macht hen heeft teruggebracht in een ruimte die ooit hun huis moet zijn geweest. Wat doen ze hier? Dan zegt de man met het geprononceerde buikje, de man die Mike heet, dat hij misschien het antwoord weet: ,,Wij zijn hier omdat wij er al waren, maar ook omdat wij er nu willen zijn, en, uiteindelijk, omdat wij er ook in de toekomst nog willen zijn, zelfs als wij er niet meer zijn, willen wij er nog zijn, dus als wij er nu niet zijn, dan zijn we er nooit meer...'' De anderen zijn er even stil van, want het lijkt heel wat. Maar er klopt iets niet, want deze existentialistische taal komt uit de mond van iemand met een kwiek wollen puntmutsje op zijn hoofd. Dit zijn The Monkees – en The Monkees zijn nu eenmaal niet serieus te nemen.

Orkater speelt The Prefab Four, een voorstelling over vier mannen die vroeger een popgroep hebben gevormd en nu zijn samengebracht voor een reünie. Met die popgroep was echter iets loos. In werkelijkheid waren ze acteurs die een popgroep speelden. Maar gaandeweg hebben ze verdrongen dat hun nummers destijds door anderen werden geschreven, en dat hun muziek werd gemaakt door anonieme studiomuzikanten. Ze wanen zich echte rockers. Ze willen nu zijn wat ze nooit waren, meesmuilt hun producer. Tot het hoge woord er in de loop van het stuk uitkomt bij Pete, de man met de paarse bloemetjesblouse boven de lila broek. ,,Wat we vroeger niet konden'', roept hij, ,,kunnen we nu helemáál niet meer.''

The Prefab Four is een op ware feiten gebaseerde fantasie. Het uitgangspunt is de geschiedenis van The Monkees, de geprefabriceerde groep die in 1966 door een tv-producent werd gelanceerd als het Amerikaanse antwoord op The Beatles. Hun uitvalsbasis was een tv-serie naar het voorbeeld van de quasi-documentaire Beatle-film A hard day's night, waarin ze als vrolijke, en o zo onschuldige popgroep wekelijks doldwaas bedoelde avonturen beleefden in een gezamenlijk bewoond huis. De vier – Davy Jones, Peter Tork, Micky Dolenz en Mike Nesmith – werden uit audities gekozen. Slechts twee van de vier hadden wel eens eerder muziek gemaakt, de andere twee waren beginnende acteurs. Hun taak was min of meer de rolverdeling van John, Paul, George en Ringo na te spelen.

The Monkees zongen nummers waarin ze zelf geen enkele inbreng hadden. De songs kwamen van vaklieden als Carole King, Neil Diamond en het duo Tommy Boyce en Bobby Hart; de klank werd bepaald door de geroutineerde producer Donnie Kirschner. Ze leverden aanstekelijk, eersteklas-popvakwerk af, en de hits kwamen volgens schema: Daydream believer, Last train to Clarksville, I'm a believer en het lijflied Hey, hey, we're the Monkees: ,,...people say we monkey around, but we're too busy singing to put anybody down...'' Toen de serie in december 1966 ook op de Nederlandse televisie begon, hoonde tv-recensent Leo Riemens in de Telegraaf: ,,Zij hebben hun weg naar miljonairsschap vrolijk en ongehinderd door muzikale schaamte ingezet!''

Slap aftreksel

Het tv-succes duurde anderhalf jaar, toen was het voorbij. Daarna gebeurde wat er in zo'n geval altijd gebeurt, met The Monkees net als met Milli Vanelli en vele jaren later met de Spice Girls: ze gingen in hun eigen talent geloven en dachten het voortaan net zo goed – of liever beter – op eigen kracht te kunnen. Ze maakten de film Head (1968), een deerniswekkend geflopte poging om het good clean fun-imago van zich af te schudden, en ze kwamen met nummers van eigen makelij die slappe aftreksels van Bob Dylan en The Beatles waren. En het liep af zoals het altijd afloopt: ze gingen roemloos ten onder.

,,Orkater heeft de laatste jaren vooral modern muziektheater met melancholieke inslag gemaakt'', zegt Vincent van Warmerdam, het muzikale middelpunt van het gezelschap, ,,en nu had ik wel eens zin in rock & roll-theater. Het kwam door een foto die ik van The Monkees zag. In één klap viel me op dat ze zo op Gijs, Peter en Porgy leken. Daar was iets mee te doen, leek me. Ik heb toen vijf zinnen onder elkaar gezet – dat het de avondvullende midlife crisis van The Monkees moest worden, met gebruik van het comedy-aspect uit hun tv-serie en elementen van de backstage musical, het kijkje achter de schermen. Zo zijn we eraan begonnen.''

Gijs Scholten van Aschat, Peter Blok en Porgy Franssen speelden bij Orkater in de muziektheatertrilogie Wie vermoordde Mary Rogers, De formidabele Yankee en Houdini. De vierde werd Han Oldigs, voorheen lid van de muzikale theatergroep The Shooting Party. Nu zijn zij Pete, Mike, Micky en Davy. Ze zingen en doen alsof ze hun instrumenten bespelen, net als The Monkees vroeger. Vincent van Warmerdam staat zichtbaar achter hen op het toneel met een geoefende viermans-band de echte muziek te maken. Natuurlijk spelen ze de Monkees-hits, maar ook een paar bijpassende nummers van eigen hand.

,,Je probeert gewoon The Beatles na te doen, dan ben je al een heel eind'', vertelt Van Warmerdam grijnzend. ,,Wat ze bijvoorbeeld vaak deden is de leadzang dubbelen – daar krijg je een lekkere vette klank van. En daar doe je dan een beetje Amerikaanse westcoast bij, zeg maar The Byrds en The Mamas & The Papas. Voor mijn eigen bandjes heb ik al heel veel van dat soort nummers gemaakt. En ach, die eigen nummers van The Monkees waren meestal ook heel slecht, dus die van ons zullen niet opvallen.'' Maar toch is er voor alle zekerheid al een videoclip gemaakt van Life is (na na na) nothing, een aanstekelijk meezingdeuntje dat door de maker achteloos wordt omschreven als ,,een beetje Love is all, een beetje Kinks, een beetje Beach Boys.''

Ook de clip heeft die fleurige, kinderlijk blije niets-aan-de-hand-sfeer van de televisieserie. Gijs Scholten van Aschat, die met The Prefab Four ook zijn debuut als toneelschrijver maakt, was een jaar of negen toen hij die serie zag: ,,In mijn herinnering vond ik het geweldig, ik kon me helemaal met die jongens in dat huis identificeren. Maar wat ik er nu van heb teruggezien – niet om aan te zien zo flauw.'' Toen het idee voor de voorstelling ter sprake kwam, wierp hij zich onmiddellijk op als auteur. ,,Geef me twee maanden, zei ik, dan schrijf ik veertig bladzijden – als het niks is, vragen we een andere schrijver. Dat was goed. En toen ik die liet lezen, mocht ik doorgaan. Ik heb wel eens eerder een klein stukje voor Orkater geschreven, toen er iets anders uitviel, maar dit is het eerste script waarin ik mijn hele ziel en zaligheid heb gelegd.''

Illusie

De voorstelling gaat, meent Scholten van Aschat, vooral over vier mannen die gevangen zitten in een illusie: ,,Ze zitten vast in de rol van The Monkees, waardoor ze fantasie en werkelijkheid bijna niet meer uit elkaar kunnen houden. Ook als kijker moet je straks dat gevoel krijgen, je moet nooit helemaal zeker weten wat er echt en onecht is. Per slot van rekening gaat theater daar óók over. Het is een Droste-effect: wij zijn acteurs die spelen dat we The Monkees zijn, die als acteurs een popgroep speelden.''

Zijn eerste 150 pagina's gaf hij in handen van regisseur Willem van de Sande Bakhuyzen, met wie hij vervolgens de constructie heeft gemaakt. ,,We hebben heel veel in de volgorde veranderd en af en toe heb ik op verzoek van Willem nog een nieuwe scène geschreven. Gisteravond nog, een nieuwe tekst voor Peter. Tijdens het repeteren moet ik mezelf af en toe wel tot de orde roepen, want ik heb natuurlijk mijn eigen ideeën over elke scène. Maar als het goed is, maakt Willem er iets beters van, iets wat ik zelf nooit zou hebben bedacht.''

,,Het moeilijkste'', vult Van de Sande Bakhuyzen aan, ,,is dat de voorstelling iets hallucinerends moet krijgen. Alsof je net geblowd hebt, zoiets. Nergens houvast.'' En dan vertelt hij vol trots, alsof het hem zelf is overkomen, dat Scholten van Aschat tijdens de werkzaamheden voor The Prefab Four een eervol verzoek van Lars von Trier bereikte: of hij twee maanden in Zweden wilde werken aan een film waarin hij tegenover Nicole Kidman zou staan. De acteur knikt, met gepaste bescheidenheid. ,,Dat kon dus niet'', stelt hij. ,,Ik heb er wel even slecht van geslapen. Maar ik denk toch dat ik het hier leuker heb.''

Met verve speelde Gijs Scholten van Asschat ook de rol van actievoerder voor Orkater, toen staatssecretaris Van der Ploeg de subsidie voor het gezelschap (destijds 2,4 miljoen gulden) dreigde te schrappen. Na veel gesteggel bleef de subsidie uiteindelijk grotendeels intact. ,,Maar omdat alle kosten stijgen, is het toch een vermindering'', aldus Van Warmerdam. ,,Daarom doen we nu ons uiterste best om voor The Prefab Four publiek te trekken.'' Zo bracht een openlucht-optreden op het balkon van de Amsterdamse Stadsschouwburg vorige week al zo'n honderd verbaasd omhoog blikkende passanten op het Leidseplein tot stilstand. In elk geval vonden de promotionele ansichtkaarten met de acteurs in Monkees-outfit gretig aftrek.

Intussen hebben The Monkees zelf de afgelopen jaren diverse pogingen tot een comeback gemaakt, al doen ze niet alle vier elke keer mee. Soms heeft de één ruzie met de anderen, en soms een ander met de rest. Tijdens de eerstvolgende Monkees-tournee door Groot-Brittannië, die op 21 maart begint in Glasgow, treden alleen Davy (56) en Micky (57) op. Mike (59) en Pete (60) blijven liever thuis.

`The Prefab Four' gaat op 14 maart in première in de Rotterdamse Schouwburg. Tournee t/m 24 mei. Inl. (020) 6060606, www.orkater.nl