De kiezer

Hoezeer politici kunnen falen, dat weten we nu zo langzamerhand wel. De kiezer – die kan er ook wat van.

De kiezer heeft altijd gelijk, hoor je politici onveranderlijk zeggen. Zou het? Ik moet meteen weer denken aan die keurige Rotterdamse mevrouw in het NOS-Journaal, die op een vraag naar voorbeelden van Fortuyns goede ideeën radeloos bleef steken in: ,,Nou, bijvoorbeeld op het gebied van...''

De Rotterdamse kiezers gaan nu jaren van duisternis, conflicten en schandalen tegemoet, omdat ze zo onverstandig zijn geweest een opportunistische windbuil te kiezen, die zich zal omringen met andere opportunistische windbuilen.

Maar laat ik eerst even naar mezelf kijken voor ik anderen een brevet van onvermogen uitreik. Zoals zovelen van ons was ik nog de dag vóór de verkiezingen zozeer in zwevende staat dat ik er bijna high van werd. Hoe meer verkiezingsbijeenkomsten ik bezocht, hoe onzekerder ik werd.

Bij een bijeenkomst van de VVD zat ik als Amsterdams ingezetene met ontzetting te luisteren. Als er een partij is die de Amsterdamse binnenstad wil herscheppen tot één groot toeristisch pretpark, dan is het de VVD wel. Wat doen we met de wielklem? Weg ermee, `want dat is beter voor het toerisme'.

Een Amsterdamse cafébaas besteeg het podium om luidkeels te klagen over de beperkingen in zijn branche. Hij moest zich aan allerlei regeltjes houden bij het uitzetten van een terras en hij mocht op Koninginnedag alleen nog maar licht bier (`evenementenbier') schenken. Schande! De zaal viel hem met luid applaus bij, een VVD-gemeenteraadslid joelde dat de sluitingstijden van de cafés verruimd moeten worden. Van mij mag het, maar pas nadat we als proef in Wassenaar, Laren en andere traditionele VVD-bolwerken zijn begonnen.

Terug thuis besloot ik dat het tijd werd mijn verkiezingskrantjes uitvoerig te raadplegen. Waren er nog partijen die niet van plan zijn mijn stad uit te leveren aan de horeca-maffia? Zo kwam ik bij de SP terecht, die ook een aantrekkelijke verkeer-en-vervoer paragraaf bleek te hebben. Geen megalomane Noord/Zuidlijn, een beloning voor inwoners die hun auto wegdoen, fijnmazig openbaar vervoer.

Het was zover: ik zou voor het eerst van mijn leven SP stemmen. Nu kreeg je als Amsterdams kiezer twee stembiljetten: een voor de gemeenteraad en een voor de deelraad. Ik vouwde in het hokje eerst mijn deelraadsbiljet open, maar hoe ik ook zocht: geen SP. Ik zocht en zocht, terwijl het zweet op mijn rug verscheen. Achter mij ontstond enige onrust. Waarom deed die vent er zo lang over?

Ik begon me af te vragen hoe lang je in zo'n hokje mocht aarzelen. Bestonden daar regels voor? Was er een soort wielklem voor talmende kiezers? Ik zocht opnieuw koortsachtig mijn formulier door. Wilde ik eindelijk de SP stemmen – deden ze niet mee aan mijn deelraad.

Wat nu? Ik had geen tijd meer, nam mijn potlood en hakte lukraak een rode stip in het biljet. Welke fascist heb ik daarmee aan de macht gebracht? Ik zal het nooit weten, maar wél is duidelijk dat Melkert niet de enige is die op 15 mei iets heeft recht te zetten.