De bommen waren Brits

Ruim een jaar geleden verscheen een boek van Paul Moeyes over Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog, dat als titel Buiten schot meekreeg. Deze titel mag zeker niet zo opgevat worden als zou Nederland tijdens dit conflict de dans ontsprongen zijn. Het leven van alledag werd ook hier door de oorlogshandelingen elders in Europa diepgaand (en ook blijvend) beïnvloed. Maar sinds kort is ook aangetoond dat de titel in letterlijke zin niet geheel juist is. Hans van Lith biedt in Plotseling een vreselijke knal een overzicht van de opeenvolgende incidenten waarbij het neutrale Nederlandse grondgebied werd getroffen door bommen van beide oorlogvoerende partijen. Hij beperkt zich tot de bommen die uit vliegtuigen werden geworpen; de beschietingen over land en de strijd op zee (er gingen in de jaren 1914-1918 175 vissersvaartuigen verloren, waarbij 862 bemanningsleden omkwamen) blijven nagenoeg buiten beeld.

Uit dit overzicht, waarin de auteur een juiste balans heeft weten te vinden tussen de grote lijn en het aansprekende detail, blijkt dat Nederland tijdens deze jaren zeker enkele tientallen malen door vliegtuigbommen werd getroffen. Vooral Zeeland kreeg te maken met exploderende projectielen, die vaak forse materiële schade aanrichtten en waarbij in een enkel geval (zoals in Zierikzee en in Goes) doden en gewonden waren te betreuren.

Behalve een gedetailleerde beschrijving van de incidenten, biedt Plotseling een vreselijke knal ook een fascinerende blik achter de schermen van de politieke en militaire top in Duitsland en Groot-Brittannië. De Britten waren verantwoordelijk voor nagenoeg alle `vergissingsbombardementen' (aan opzet werd nooit gedacht). Alleen al een verzoek om opheldering werd in Londen als een affront opgevat. Ook als er scherven van Britse bommen werden gevonden, dan nog hield Londen vol dat het ging om Duitse vliegtuigen die `Britse' bommen boven Nederland hadden uitgeworpen om het land tegen Groot-Brittannië op te zetten. De door Van Lith verzamelde cijfers spreken duidelijke taal. Indien de incidenten op zee of in riviermondingen buiten beschouwing worden gelaten, voerden de Britten 21 maal een bombardement op Nederlands grondgebied uit. De Duitsers kwamen niet verder dan vijf maal, waarbij nader onderzoek uitwees dat in één geval het om een verloren benzinetank en niet om een bom ging en in drie andere gevallen de bommen boven Nederland verloren gingen tijdens een luchtgevecht met Britse vliegtuigen.

Daarnaast waren het vooral de Britten die hun boekje te buiten gingen bij de stelselmatige schending van het Nederlandse luchtruim. Alles wijst er op dat de Britse piloten bewust Zeeuws-Vlaanderen gebruikten als betrekkelijk veilige aanvliegroute naar doelen langs de Belgische kust. Dit zat de Duitse legerleiding zo dwars, dat, als het aan de heetgebakerde Duitse legerleiding had gelegen, aan Nederland een ultimatum werd gesteld om aan dit `gedogen' van de schending van de neutraliteit paal en perk te stellen. Het onvermijdelijke gevolg hiervan zou zijn geweest dat Nederland toch nog bij het conflict betrokken raakte. De Nederlandse diplomaten in Den Haag, Londen en Berlijn waren echter zeer ervaren in het lopen over eieren. Het zijn deze exercities die dit boek zo onderhoudend maken.

Hans van Lith: Plotseling een vreselijke knal. Bommen en mijnen treffen neutraal Nederland (1914-1918). Europese Bibliotheek, 268 blz. €25,–