Daar vliegt Nina

In boeken voor kinderen tot een jaar of tien wordt wat afgevlogen. Op ganzen, duiven en andere vogels, in zelfgeknutselde vliegmachines, op bezems en bedden en op nog een hele hoop andere voorwerpen. Soms vliegen mensen in kinderboeken ook gewoon los. Karlsson van het dak, Maria Poppins, Peter Pan en Mevrouw Meijer met haar merel, uit het prachtige prentenboek van Wolf Erlbruch: onafzienbaar is de stoet vliegende personages.

In boeken voor wat oudere kinderen, de zogeheten `adolescentenromans', is het plotsklaps uit met de vliegerij. De tijd van elfjes is voorbij. De `echte wereld' doet zijn intrede in de boeken die voor hen bedoeld zijn, met seks en drugs en de een of andere eigentijdse muzieksoort. Het kan nauwelijks rijp en rauw genoeg zijn.

Nachtvluchten van Rita Murphy is een adolescentenroman. Een meisje, Nina Hansen, krijgt (een beetje) borsten en een nieuwe identiteit: ze is geen kind meer. Precies wat je verwacht van een boek voor jongeren. Maar dan neemt Nina een flinke aanloop, springt van een bergkam en stort zich lachend in het zwerk. Nina vliegt bij nacht, zoals alle vrouwen uit haar familie. Het is een hobby zoals paardrijden, wat ze ook graag doet. Ze beseft wel dat het niet normaal is. Ze houdt het geheim. En ze moet nog oefenen. Op haar zestiende verjaardag wordt Nina ingewijd door haar familie met aan het hoofd haar grootmoeder. Dan pas mag ze alleen uitvliegen, het nest verlaten, onder moeders vleugels uit en ga zo maar door.

De symboliek ligt er duimendik bovenop. In Nachtvluchten stoort dat helemaal niet. Rita Murphy doet niet moeilijk. Ze geeft haar hoofdpersoon bijna letterlijk vleugels (Nina vliegt gewoon met haar armen), werkt dat gegeven degelijk uit, en beschrijft bovendien zonder omhaal het conflict tussen het meisje en haar sterk aan de traditie gehechte grootmoeder. Heel helder allemaal en heel gewoon ook eigenlijk. Zonder dat vliegen zou Nachtvluchten een saai, maar goed geschreven standaardverhaaltje zijn, nu overstijgt het dat.

Het verhaal wordt, bij monde van het meisje, nuchter verteld. Nina's betovergrootmoeder was de eerste die vloog. Ze verloor haar man en zoontje bij een scheepsramp. Bij nacht vloog zij er daarna op uit `zoals een ander gaat slaapwandelen'. Boven de golven zocht zij haar dierbaren. Sindsdien kunnen alle vrouwen in de familie vliegen.

Nina's grootmoeder stelde strenge regels op voor haar vliegende dochters en hun kinderen. Ze wonen zonder mannen bij elkaar in huis. Ze eten geen vlees. Ze hebben geen (huis)dieren. Ze geven geen aanstoot. Ze vliegen nooit bij daglicht. De vrouwen gaan gebukt onder deze gedragscode. Maar ze hebben allemaal, behalve vliegen, een bijzonder talent. De een musiceert, de ander schildert. Nina is tegendraads. Stiekem eet ze broodjes ham bij de supermarkt.

Nina's spannendste tante is natuurlijk de enige die het nest verliet, de banneling, Zij-die-niet-genoemd-mag-worden. Vlak voor Nina's inwijding staat ze op de stoep. Haar komst maakt Nachtvluchten ook nog eens een spannend boek.

Rita Murphy: Nachtvluchten. Uit het Engels vertaald door Annelies Jorna. Van Goor. 152 blz. €12,50. Vanaf 12 jaar.