CPB: arts is totaal niet prijsbewust

Artsen laten zich in de keuze voor een geneesmiddel sterk beïnvloeden door marketing van farmaceutische bedrijven. Als een farmaceut zijn marketinginspanning voor een medicijn vergroot met 10 procent, stijgt de verkoop met 3 procent.

Dit komt doordat artsen de kwaliteit van een middel hoger inschatten en vaker voorschrijven, naarmate ze er meer informatie over krijgen. Dit is de conclusie van een rapport dat het Centraal Planbureau gisteren publiceerde. Volgens het CPB is de `prijsgevoeligheid' van artsen `gering'. Als farmaceutische bedrijven marketing richten op artsen, bijvoorbeeld door reclame of bezoekjes van vertegenwoordigers, wordt de prijsgevoeligheid zelfs gereduceerd tot `nul', aldus het rapport.

Het CPB berekende dit op basis van de Nederlandse voorschrijf- en marketingdata tussen 1994-99 van 11 soorten medicijnen, zoals voor cholesterol- en astmaklachten, afkomstig van de database International Medical Statistics en het College van Zorgverzekeringen.

Om beïnvloeding van artsen te verminderen, stelt het CPB strengere regels voor. Het noemt onder meer een verbod voor farmaceuten om nascholingscursussen voor artsen te organiseren.

Onder druk van minister Borst (Volksgezondheid) stelden artsen en farmaceuten enkele jaren geleden een gedragscode op. De Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunde liet echter een half jaar geleden al weten dat deze `aan vernieuwing toe is.'

Nefarma, koepelorganisatie van farmaceutische bedrijven, zegt `verbijsterd' te zijn over het rapport. ,,Een arts baseert zijn keuze voor een geneesmiddel op kwaliteit, niet op de prijs'', aldus een persbericht. Volgens Nefarma gaat het CPB ervan uit dat marketing hetzelfde is als reclame. `Het overgrote deel van onze marketing bestaat uit kennisoverdracht en informatie-uitwisseling', aldus Nefarma. De medicijnuitgaven stijgen al jaren: in 2000 lagen deze elf procent hoger dan in 1999 en bedroegen de totale kosten 2,9 miljard euro.