Boksen

In haar artikel over Muhammad Ali (CS, 1 maart) doet Stine Jensen vrolijk mee aan de mythevorming rond zijn persoon door te stellen dat het boksen ontstond als amusement van blanke plantagehouders die slaven als een soort gladiatoren tegen elkaar lieten vechten. Boksen ontstond in de 16de en 17de eeuw als `the noble art of self defense' in Engeland. Tot ver in de 20ste eeuw was de bokssport een puur blanke aangelegenheid met ontwikkelde of kleurrijke kampioenen als `gentleman Jim' Corbett, Jack Dempsey, de intellectueel Gene Tunney of de tragische Primo Carnera. De eerste zwarte kampioen was de Amerikaan Joe Louis die het vuile werk voor de Amerikanen mocht opknappen door de Duitser Max Schmeling te verslaan, een gevecht beladen met antinaziretoriek. Daarna kwam de sport steeds meer in de greep van de mafia waarbij titelgevechten altijd één blanke (good guy) hadden – één van de bekendsten was Rocky Marciano. Naar gevechten tussen twee zwarten kwam niemand kijken.