Bibelebonse papsoep.

Je weet vast wel wat een archeoloog doet. Die graaft in de grond. Net zolang tot hij iets heel ouds heeft gevonden. Hij is vooral gek op oude potten. Soms komt hij zelfs te weten wat ze daarin hebben gekookt. Zou zo'narcheoloog bijvoorbeeld een Bibelebonse nap opgraven, dan weet hij meteendat daar Bibelebonse pap in heeft gezeten. Als hij daar vlakbij eenBibelebonse lepel tegenkomt, weet hij dat een Bibelebons kind daarmee vandie pap heeft gegeten. Makkelijk.

Echte Bibelebonse pap opgraven is moeilijker. Zelfs het recept is nergens te vinden. Daarom denk ik dat er misschien wel nooit pap in heeft gezeten, in die Bibelebonse nap. Staat dat er alleen maar omdat het zo mooi rijmt?

Het was natuurlijk wel iets heel ouds, omdat die Bibelebonse nap ook al zooud is. Ik denk dat het soep was. Soep van pastinaak. Dat is een oudewortelachtige witte knol die de mensen aten toen ze de aardappel nog nietkenden. Hij is niet overal te koop, maar als je hem te pakken kunt krijgenmoet je het eens proberen. Pastinaak schillen en in brokken snijden en samen met wat stukken lekkere peer, zonder schil en klokhuis, koken in kipbouillon. Echte of uit een pakje. Doe er ook een fijngehakte ui, een laurierblad, een halve theelepel kerriepoeder en wat zout bij. Dertig minuten zacht laten koken. Af en toe roeren. Laurierblad eruit en alles fijnmalen in de keukenmachine. Terug in de pan en nu nog wat melk erbij. Lijkt het toch nog een beetje op pap. Maar het is eigenlijk soep. Of het lijkt op soep, maar het is eigenlijk pap. Ziemaar.