Australiërs ontmaskeren Nederlands hockeyteam

Juichend gingen maandagavond de handen nog de lucht in, nadat Koos Formsma zich in het sfeervolle Chinatown door een waarzegster wijs had laten maken dat Nederland in Kuala Lumpur de wereldtitel zou prolongeren. Na de 4-1 afstraffing tegen Australië, gisteren in de halve finales van het WK in Maleisië, zal de vice-voorzitter van de Nederlandse hockeybond voortaan vriendelijk doch dringend bedanken zodra een handlezeres zich aan zijn tafel meldt.

In de herhaling van de olympische halve finale van Sydney (2000) volgde immers de ontmaskering van het elftal dat voor het eerst sinds de gewonnen editie van 1990 (Lahore) ontbreekt in de WK-finale. Dat is hard maar waar een zegen voor het hockey, een sport die toch al worstelt met een smalle top en sinds het olympisch goud van Atlanta (1996) wordt geregeerd door Nederland. Australië en Duitsland mogen morgen uitmaken wie van beide zich opvolger mag noemen van de tot de troostfinale (tegen Zuid-Korea) veroordeelde titelverdediger.

Nadat zijn spelers al vier wedstrijden in de loodzware groep A (Argentinië, Spanje, Pakistan en Duitsland) op hun tenen hadden gelopen, kon bondscoach Joost Bellaart na ,,de loopwedstrijd'' slechts berusten in de nederlaag. ,,Australië kent maar één versnelling en dat is de hoogste. Sta je dat toe, zoals wij deden, dan ben je gezien.''

Een derde plaats is, net als vier maanden geleden bij de Champions Trophy in Rotterdam, het plafond van het elftal waarvan de spelers zichzelf niettemin als ,,goed genoeg'' kwalificeerden om aan te treden in de finale. Die gedachte getuigt van een schrijnend gebrek aan zelfkennis een euvel dat de Nederlandse sport overigens wel vaker parten speelt.

Zelf trachtte Bellaart vooral ,,de realiteit voor ogen te houden''. En, met een knipoog naar de pers: ,,Want lees de verhalen er maar op na, vier maanden terug konden we er zogenaamd nog niets van'', grimaste hij na een wedstrijd waarin de Australiërs afrekenden met wat zij zelf The Dutch Disease noemden. Sinds 1994 verloren The Kookaburras steevast in de halve finale van hun Nederlandse kwelgeesten: WK 1994 (Sydney), WK 1998 (Utrecht) en Olympische Spelen 2000 (Sydney).

Bellaart komt inderdaad de eer toe een homogeen elftal te hebben gesmeed, na het vertrek van vier gezichtsbepalende routiniers (Brinkman, Jansen, Veen en Van Pelt). De noodgedwongen verjongingskuur resulteerde weliswaar in wat aanvoerder Jeroen Delmee ,,een dramatisch eerste jaar'' noemde. Maar anderhalve maand geleden, bij het voorbereidende zeslandentoernooi in Maleisië, volgde de wederopstanding waardoor Bellaart in Kuala Lumpur anders dan in Rotterdam opvallend monter en ontspannen voor de dag treedt.

Met zijn ongedwongen, joviale aanpak wist hij met name de spelers te overtuigen die onder zijn voorganger, de verguisde Maurits Hendriks, ,,ten onrechte het gevoel hadden opgesloten te zitten'', zoals routinier Bram Lomans het woensdag verwoordde. Respect dwong Bellaart ook af bij de nieuwkomers die ,,de afgelopen maanden in staat zijn gebleken een enorme sprong te maken'', zei de coach, die daarom niet van een mislukte WK-campagne wilde spreken.

Uitgerekend de verdediging, de linie die in de voorronde zo opvallend goed op de been bleef, bezweek gisteren onder de Australische stormloop. Na een hoopvol begin ging de ploeg na twee momenten van onachtzaamheid ten onder. Scott Webster (1-0) en Jamie Dwyer (2-0) profiteerden van de gaten in de defensie, die de wedstrijd al na twaalf minuten uit handen gaf. ,,Toen was het in feite al over'', constateerde Bellaart, die zijn spelers niets kwalijk wenste te nemen. ,,Ik ga niet wijzen, ook al ben ik zwaar teleurgesteld.''

Toch was daar aanleiding toe, want net als in de zeven voorgaande groepduels faalden de aanvallers in de afronding. Remco van Wijk en Jaap-Derk Buma zorgen weliswaar voor dreiging in de cirkel, maar scoren deden beide tempobeulen tot dusverre niet. Centrumspits Marten Eikelboom, gisteren hersteld van een lichte blessure, trof alleen doel in de veredelde oefenpotjes tegen Nieuw-Zeeland (4-0) en België (5-1). Het was veelzeggend dat uitgerekend de meest kleurloze speler van het elftal, waterdrager Menno Booij, zes minuten voor tijd de eer redde door voor open doel de 4-1 binnen te schuiven, nadat Matthew Smith en opnieuw Dwyer de score naar 4-0 hadden getild.

Tenenkrommend was ook het gestuntel vanaf de rand van de cirkel, waar Nederland maar liefst twaalf strafcorners om zeep hield. ,,We hebben in de voorbereiding iets te lichtzinnig over de corner gedacht'', sprak Lomans reeds op de rustdag. Vooral de absentie van zijn vaste stopper, de gepasseerde Peter Windt, betreurde hij.

Vooraf beloofde Bellaart nog ,,een aantal interessante varianten die we bewust nog even achter de hand hebben gehouden''. Tegen Australië werd niet duidelijk wat de coach bedoelde. Eén voor één zeilden de korte hoekslagen naast of over het doel, of belandden de doelpogingen op het lichaam van doelman Lachlan Dreher. Een zeldzaam slechte score met slechts acht treffers uit 37 pogingen (21,5 procent) staat in schril contrast met voorgaande titeltoernooien, toen Nederland met scherpschutters als Paul Litjens, Floris Jan Bovelander en later Lomans vrijwel altijd het beste strafcornerpercentage behaalde. Al met al kwam met de nederlaag ,,een einde aan een tijdperk'', zoals Delmee na het missen van de vijfde opeenvolgende finale sombertjes vaststelde.

Nederland

1

Australië

4

Ruststand 0-2. 9. Webster 0-1, 12. Dwyer 0-2, 40. Smith 0-3, 51. Dwyer 0-4, 64. Booij 1-4 (sc). Schds: Ehlers (Den) en Deo (Spa). Tsch: 8.500.