Alle plannenkamers zijn leeggezogen

Op De Nieuwe Kaart van Nederland zijn vijfduizend plannen bijeengebracht die voor iedereen met een computer beschikbaar zijn. Het begin van een democratiseringsgolf in de ruimtelijke ordening.

Nooit eerder zijn er zo veel plannen op het gebied van ruimtelijke ordening bij elkaar gezet als op de gisteren in Utrecht gepresenteerde Nieuwe Kaart van Nederland. Contouren van vijfduizend plannen van gemeenten, waterschappen, provincies en het rijk zijn aangegeven op een landkaart van Nederland. Paars voor bedrijventerreinen, rood voor woningbouw, groen voor natuur, blauw voor water, zwart voor infrastructuur. Zo ziet Nederland er over pakweg twintig jaar uit als alle plannen zouden worden uitgevoerd.

Het is voor de tweede keer dat de Nieuwe Kaart plannen inventariseert. Vijf jaar geleden leidde een soortgelijk project al tot een kaart die in één oogopslag duidelijk maakte waar Nederland de komende jaren zou veranderen. Maar, zegt voorzitter ir. Joost Schrijnen van de Stichting De Nieuwe Kaart van Nederland, het grote verschil is dat de huidige kaart helemaal digitaal is en eigenlijk meer een database is van alle mogelijke en ongelijksoortige plannen, van hogesnelheidslijn tot de bouw van vijftig huizen. ,,We zijn hier apetrots op'', zegt Schrijnen.

Wie alle plannen bij elkaar optelt, zoals de stichting heeft laten doen, komt tot opmerkelijke bevindingen. Zo zal Nederland over vijftien jaar ongeveer 40 procent méér natuur en bos tellen. Tegelijkertijd voorzien de plannen in 14 procent méér verstedelijking, de zogenoemde rode functies. Al deze ruimte, 90.000 hectare verstedelijking en 200.000 hectare groen, wordt gevonden op het boerenland. Het agrarisch gebied beslaat nu nog bijna 60 procent van de grond in Nederland. Tweederde van de huidige claims voor wonen, werken, natuur en bos liggen op het agrarisch gebied. In totaal zal volgens de plannen ongeveer 7 procent van het Nederlandse oppervlak van functie veranderen. Dat kan overigens best met inzet van de huidige agrariërs, zo liet de Brabantse CDA-coryfee Pieter van Geel gisteren weten. Boeren zijn volgens hem de `plattelandsmanagers' van de toekomst.

Uit een inventarisatie blijkt verder dat de meeste verstedelijkingsplannen keurig in de zogenoemde bundelingsgebieden liggen, dat wil zeggen in gebieden die het kabinet, in de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening, daarvoor heeft gereserveerd. In de Randstad gaat de concentratie van wonen en werken zelfs verder dan het kabinet voorstelt. Wel zijn de plannen voor wonen en werken meestal erg versnipperd, en weinig op elkaar afgestemd, zo is de indruk van de kaartenmakers.

Het TweedeKamerlid Adri Duivesteijn (PvdA) zag hier gisteren een aanleiding in om opnieuw te pleiten voor het maken van regionale plannen onder nationale supervisie. Duivesteijn is fel tegen de ,,onbegrijpelijke gewoonte'' om ruimtelijke ordening nog steeds per stad te bedrijven, waarbij iedere gemeente haar eigen laatst overgebleven polder gaat verkavelen, totdat er uiteindelijk geen polder meer over is.

Uit De Nieuwe Kaart blijkt bovendien dat er nog steeds verbazend weinig uitgewerkte plannen bestaan voor stadsvernieuwing en herstructurering van de oude steden in het algemeen. Als alle naoorlogse woningen van vijftig jaar en ouder gesloopt zouden moeten worden, dan zou dat een `sloopopgave' van honderdduizend huizen per jaar betekenen. Maar dat aantal is nu veel minder, niet meer dan ruim tienduizend woningen per jaar. Nodig is het wel, stellen onderzoekers van De Nieuwe Kaart, ,,gegeven de hoge productie van vaak matige woningen vlak na de oorlog''. Een andere conclusie is dat er onder de Nederlanders een grote vraag bestaat naar huizen in stadscentra met alle beschikbare voorzieningen vandien, en in ,,groenstedelijke milieus'', maar dat met name in de centra weinig huizen worden gebouwd. Voor wonen in groene milieus, aantrekkelijk door de combinatie van groen, rust en ruimte, zijn wel genoeg plannen.

Nog belangrijker dan al deze bevindingen, stelt Stichting De Nieuwe Kaart van Nederland, is dat met de database de ,,democratisering van de discussie over ruimtelijke ordening'' een feit is. In plaats van lang te zeuren aan gemeentelijke balies of soms tientallen euro's te betalen voor een bestemmingplan, kunnen burgers vanaf heden naar de website surfen (www.nieuwekaart.nl). Daar kunnen zij dan, storingen voorbehouden, voor elk postcodegebied nagaan welke plannen er in het verschiet liggen. Handig voor mondige burgers, maar ook voor gemeenten die kunnen nagaan welke plannen de buren hebben en voor stedenbouwkundigen, die weten in welke context hun eigen plan straks moet worden bekeken.

Wellicht zal het Nimby-gedrag van buurtbewoners door De Nieuwe Kaart toenemen. Nimby staat voor Not in my backyard. In elk geval, zo hopen de initiatiefnemers, zal de betrokkenheid van de burgers bij de plannenmakerij worden vergroot. Dat ook actiegroepen en bedrijven met de informatie aan de haal gaan, is niet van enig risico ontbloot, zei een topambtenaar van het ministerie van VROM, waarmee hij doelde op het vertragend effect dat daarvan uit kan gaan. ,,Maar we kunnen beter procedures stroomlijnen dan een informatiekloof handhaven.''

Minister Pronk, zo werd gisteren duidelijk, wil De Nieuwe Kaart tot overheidstaak maken en ervoor zorgen dat deze regelmatig wordt bijgewerkt, vooral door overheden te stimuleren al hun plannen digitaal beschikbaar te maken. Het aantal plannen dat digitaal verkrijgbaar is, bedraagt nu nog slechts 40 procent. Van alle gemeenten aan wie De Nieuwe Kaart vroeg om ,,de plannenkamer even leeg te zuigen'', waren er slechts twee of drie met digitaal perfecte plannen.

Morgen in de bijlage Thema meer over De Nieuwe Kaart van Nederland.