Afghaanse vrouwen blijven kwetsbaar

Het is vandaag internationale vrouwendag. De vrouwen in Afghanistan, jarenlang met harde hand onderdrukt door de Talibaan, halen weer iets vrijer adem. Maar hun positie blijft bijzonder kwetsbaar.

Met zichtbaar welbehagen laat een jonge vrouw zich onder handen nemen door de eigenares van de Bahar Beauty Parlour in Kabul. Vol ongeduld wachten enkele andere vrouwen op hun beurt, gezeten onder een reeks foto's van rijkelijk opgemaakte Indiase modellen. ,,We hebben een maand geleden onze deuren geopend'', zegt Mursal Nawabi, de dochter die eveneens in de salon werkt. ,,En we zijn er erg gelukkig mee. Onder de Talibaan had dit nooit gekund.''

Sinds de val van de bebaarde fundamentalisten, die de vrouw geheel uit het openbare leven wilden verbannen, zijn de ontplooiingsmogelijkheden voor de vrouwelijke helft van de inwoners van de Afghaanse hoofdstad met sprongen gegroeid. Zo kunnen meisjes weer naar school, al levert dat voor velen na een pauze van ruim vijf jaar de nodige problemen op. ,,Mijn dochter van 12 was bijna alles weer vergeten wat ze op school had geleerd'', aldus een moeder. Slechts een enkeling had in de tussenliggende jaren het geluk (illegaal) huisonderwijs te kunnen krijgen.

Vrouwen, die ten tijde van de Talibaan op enkele vrouwelijke artsen na slechts in eigen huis mochten werken, kunnen nu in principe weer gewoon elke baan vervullen waarvoor ze worden aangenomen. Niet langer riskeren dames die zonder burqa, het allesverhullend gewaad met een tralievenstertje voor de ogen, over straat gaan een afranseling.

Maar ze blijven kwetsbaar in dit door en door traditionele land, waar vrouwen die zich zonder terughoudendheid in het openbaar laten zien met het grootste wantrouwen worden bejegend door de meeste mannen én vrouwen.

Op het conservatieve platteland geldt dat nog veel sterker dan in Kabul.

Veel vrouwen, ook goed opgeleiden, geven er nog steeds de voorkeur aan zich voorlopig toch maar in hun burqa te blijven hullen, wanneer ze op pad gaan. ,,Wacht met het afwerpen van je burqa tot het veiliger is op straat, zei mijn man'', aldus een lokale medewerkster van een Westerse hulporganisatie. En de wil van de echtgenoot is voor bijna alle vrouwen nog altijd wet.

Vrouwen die hun man tijdens de lange jaren van oorlog hebben verloren hebben het intussen nog moeilijker. In Kabul alleen al zijn er in totaal zo'n 40.000 weduwen. Ze wonen vaak met hun kinderen in kamers van verder grotendeels verwoeste huizen, waar niemand anders meer wil wonen. Een deel van hen kan echter nog rekenen op steun van de Amerikaanse hulporganisatie Care. Anderen voorzien met bedelen in hun onderhoud.

Vooral alleenstaande vrouwen zonder zoons moeten altijd op hun hoede blijven voor opdringerige mannen, want een huishouden zonder mannen is in het ongeëmancipeerde Afghanistan min of meer aan de wolven overgeleverd. Dat geldt paradoxaal genoeg nu nog sterker dan onder de Talibaan. Weliswaar legden die laatsten de vrouwen tal van groteske regels op, maar wie zich daaraan hield was tamelijk veilig. Willekeurige mannen die vrouwen lastig vielen, riskeerden scherpe represailles van de Talibaan. Inmiddels is er minder discipline.

Ook Sima Samar, zelf een weduwe maar tevens minister voor Vrouwenzaken in het interim-kabinet van premier Karzai, wordt dagelijks met de traditionele zienswijze van haar mannelijke collega's geconfronteerd. ,,Ze laten blijken dat ze de instelling van een ministerie voor Vrouwenzaken, voor het eerst in de geschiedenis van het land, beschouwen als een onvermijdelijke concessie aan het westen'', aldus Samar in haar bungalow in Kabul. ,,Verder willen ze er zo min mogelijk aan doen. Maar zo makkelijk komen ze er wat mij betreft niet van af.''

Veel plezier heeft Samar, die voorheen de succesvolle hulporganisatie Suhada leidde, tot nu toe niet beleefd aan haar ministerschap. Ten eerste moest ze ervoor knokken om niet alleen minister te zijn maar ook daadwerkelijk een ministerie tot haar beschikking te krijgen. Inmiddels wordt er een gebouw in het centrum van Kabul opgeknapt, waarbij overigens nog niet duidelijk is wie de kosten van de renovatie zal dragen.

Toen premier Karzai onlangs, na een bezoek aan de Verenigde Arabische Emiraten, 1,6 miljoen dollar in baar geld had te verdelen, schonk hij Samar daarvan een karige 20.000 dollar. ,,Koop er maar wat meubels van'', raadde hij haar aan. ,,Maar ik wil natuurlijk wel eens wat substantieels ondernemen voor de vrouwen'', klaagt Samar.

Zo mogelijk nog teleurgestelder is de minister over de houding van de westerse landen en hulporganisaties. ,,Ondanks alle schone beloften en uitingen van medelijden met de onderdrukte Afghaanse vrouw heb ik nog vrijwel niets ontvangen'', stelt Samar. ,,Ook niet uit Nederland. De een na de ander komen ze bij me langs. Alleen de Amerikanen hebben geld toegezegd voor de bouw van één vleugel van het ministerie.'' Van de 12 miljoen dollar voor dit jaar, die de Verenigde Naties in januari zei nodig te achten voor de verbetering van de positie van de Afghaanse vrouw, is nog niets binnengekomen.

Toch beschouwen veel vrouwen in Kabul dit als een hoopvol moment. ,,Dit is echt een prachtkans om de toestand van de vrouw te verbeteren'', zegt de 33-jarige arts Rahima Zafar Stanakzai, die werkt in het Rabia Balkhi-ziekenhuis voor vrouwen, vernoemd naar een vermaarde Afghaanse dichteres. ,,Maar een absolute voorwaarde daarvoor is wel dat de vrede en veiligheid bewaard blijven, want uit de geweerlopen van onze Afghaanse mannen is de laatste jaren alleen maar diepe ellende voortgekomen.''