Zwitserse sluiers

De Zwitserse banken UBS en Credit Suisse zijn elkaars concurrent bij private banking voor de rijken van Europa. Maar hun sterke mondiale positie maakt ze ook kwetsbaar: ze worden door schandalen achtervolgd. `De toezichthouder wil nog meer van ons weten.'

Zürich, Bahnhofstrasse. Bij het station is het druk en lawaaiig, winkels als Coop en C&A. Verderop in de straat wordt het rustiger – chique etalages die gaandeweg leger worden, als men er eenvoud voor luxe verkoopt. Aan de oever van het Meer van Zürich, waar de brede, door lindebomen geflankeerde straat eindigt, heerst de serene rust van rijke Zwitserse banken en steegjes met middeleeuwse panden. Even wordt het beeld dat geld luidruchtig is en rijkdom fluistert doorbroken, waar de Bahnhofstrasse de Paradeplatz kruist. Op dit plein komen de twee gezichten van Zürich bij elkaar: tegenover het woelige kruispunt van trams staan de twee grootste Zwitserse banken, UBS en Credit Suisse, die elk een hele gevelwand bestrijken. Dit is het hart van Finanzplatz Zürich.

Wereldspelers zijn het, UBS en Credit Suisse, geduchte wereldspelers. Nummer 1 en 3 op de mondiale lijst van vermogensbeheerders, nummer 5 en 7 als zakenbanken. De rest van Europa laten ze moeiteloos achter zich. Het zijn sterke spelers, simpelweg omdat ze kapitaalkrachtig zijn. Wat is hun niche, hun specialiteit, hun kwaliteit? Het antwoord: private banking. Het vergaren van het geld van de rijken der aarde is hun meest winstgevende emplooi, waarmee ze eenzaam aan de top staan.

,,Zwitserland is een brand name'', zo verklaart directeur Urs Bigger van Credit Suisse dit succes. De stabiele munt, de stevige politieke situatie, de lange bankierstraditie. De `relatiemanagers' van de banken doen discreet hun werk, koesteren hun rijke klant. En die komt graag naar Zwitserland. Laat zich er in de deftige hotels verwennen. Toerisme is in Zwitserland dankzij de gefortuneerde bezoekers de grootste bedrijfstak. Geen rugzaktoerisme.

Van de liquide rijkdom in de wereld komt een derde bij de Zwitserse banken terecht. Eind 2000 stond er 2.800 miljard euro op de rekeningen, vijf keer het bruto nationaal product van Zwitserland. En daarvan hebben UBS en Credit Suisse op hun beurt samen een derde.

De onderlinge concurrentie is hevig. Nieuwe, lokale initiatieven in Italië, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland (,,Dan heb je 90 procent van de Europese rijken'', zeggen ze bij Credit Suisse) moeten nieuw geld binnen brengen. In totaal beheerden beide banken met al hun activiteiten ultimo 2001 respectievelijk 1.800 miljard en 1.600 miljard euro aan vermogen. Een duizelingwekkend kapitaal.

Finanzplatz Zürich. Een plek waaraan geheimzinnigheid kleeft, de geur van bankrekeningen met een geheim. Het geheim dat de rijken van indiscrete blikken vrijwaart. Ingevoerd in de jaren dertig om het geld van Duitse joden tegen de nazi's veilig te stellen – zeggen de banken – bleef het na de Tweede Wereldoorlog gehandhaafd. Het bankgeheim van Zwitserse makelij. Verklaart dat het succes van de Zwitserse banken?

Belastingontwijking is in Zwitserland geen misdrijf. Vandaar dat zo veel buitenlandse banken zich er graag vestigen, wordt in Zürich gezegd. Maar geld dat een criminele oorsprong heeft of verkregen is door belastingfraude wordt in Zwitserland niet geaccepteerd. Buitenlandse autoriteiten worden dan onmiddellijk ingelicht. Het sleutelwoord is: ken uw klant. En dat, zeggen ze op Finanzplatz Zürich, is bijvoorbeeld in Amerika minder duidelijk. Let wel, zo wordt de bezoeker met nadruk verteld, het geld van de Nigeriaanse ex-dictator Abacha stond niet op Zwitserse banken, maar in Londen. En Zwitserland is door de Verenigde Staten onlangs geprezen voor zijn medewerking bij de opsporing van geld van terroristen. Het bankgeheim beschermt je niet als je een misdadiger of oplichter bent.

Hoe weten ze hier dan dat de bron van het geld dat aangeboden wordt deugt? Los van een reeks strenge checks (,,Altijd wordt naar de bron gevraagd.''), voel je dat aan. Door jarenlange ervaring. Daar komt het in wezen op neer. ,,Fingerspitzengefühl'', zegt directeur Bigger van Credit Suisse.

Hoe komen de Zwitserse banken dan toch aan dat waas van geheimzinnigheid? Veel is fictie, vindt Urs Bigger. Bijvoorbeeld in films zoals Sword Fish, waarbij transacties worden gedaan die in werkelijkheid onmogelijk zijn. Trouwens, ook andere landen kennen het bankgeheim, zoals Oostenrijk en Luxemburg.

`Over de interne meningsvorming zeg ik niets.'' Niets? Alsof hij het geheimzinnige beeld rondom de Zwitserse banken meteen al bevestigt. President Peter Wuffli van UBS licht deze morgen de jongste cijfers toe. Een bericht in de internationale pers over onrust bij UBS wordt door hem weggewuifd. Wuffli, een kleine, zacht sprekende man, werd eind vorig jaar opeens president. Als opvolger van Luqman Arnold, de Brit die het waagde de macht van UBS-voorzitter Marcel Ospel te betwisten. Arnold en Ospel raakten verwikkeld in een bitter gevecht om de macht, met het noodlijdende Swissair als twistappel. Ospel won, Swissair ging bankroet en Arnold kon opstappen. Ospels optreden eigenmachtig? Ospel bekritiseerd door de rest van het bestuur? Wuffli prijst de samenwerking aan de top van UBS. Die is ,,harmonieus''.

Het debacle met Swissair toonde voor het eerst aan de Zwitsers de geharnaste macht van hun banken. Alsof zij door geheimzinnige krachten zelf werden overvallen, ruw uit een droom gewekt. De banken verspeelden krediet (,,Er zijn inderdaad wat klanten weggelopen''). Toch was voor UBS en Credit Suisse dit debacle niet meer dan een binnenbrandje, een lokale affaire, dat hun aanzien als wereldspeler niet heeft aangetast.

Hun meest winstgevende activiteit – private banking – stelt beide banken in staat al hun activiteiten, hun zakenbanken voorop, royaal te ondersteunen, royaler dan hun concurrenten kunnen. Tegelijk maakt hun sterke mondiale positie hen ook kwetsbaarder voor affaires met mondiale afmetingen. Credit Suisse – via zijn zakenbank Credit Suisse First Boston (CSFB) – liep schade op door Argentinië en Enron, UBS eerder door zijn betrokkenheid bij Long Term Credit Management, het bijna gekantelde, reusachtige Amerikaanse hedgefonds. Maar wie niet waagt die niet wint.

Mooie winstcijfers kan UBS-president Wuffli bekendmaken. Weliswaar lager dan in het uitzonderlijke beursjaar van 2000, maar 3,7 miljard euro nettowinst over 2001 is niet slecht. Credit Suisse maakte over het laatste kwartaal verlies, wat zijn jaarwinst lelijk drukt (tot 1,2 miljard euro). ,,We hebben niet aan de boom meegedaan'', zo verklaart Wuffli het geluk van zijn bank. Dat geluk is Credit Suisse niet beschoren. De bank werd met zijn kwetsbare aandelenbezit (telecom, internet) volop door de beursmalaise getroffen. Daarbij komen slechte leningen, hoge reorganisatiekosten en, onlangs nog, een schikking voor honderd miljoen dollar in een Amerikaans beursschandaal.

Schandalen achtervolgen de twee banken, Credit Suisse méér dan UBS. Het is een indrukkende lijst, nog afgezien van de affaire met de joodse tegoeden van een paar jaar geleden, waarbij beide banken lang de indruk wekten dat ze iets te verbergen hadden. De jongste kwestie: de Argentijnse Banco General de Negocias, die heimelijk geld van Argentijnse rijken naar het buitenland overmaakte. Een bankje, niet meer dan dat, maar waarin wel de topman van Credit Suisse, Lukas Mühlemann, samen met die van J.P. Chase Morgan en Dresdner in het bestuur zat. `Wat deed u daar', vraagt nu de Zwitserse toezichthouder, en met haar de Zwitserse pers. De mondiale positie van de twee Zwitserse banken, en daarmee hun kwetsbaarheid voor affaires, voedt de nieuwsgierigheid van de toezichthouders naar hun handel en wandel. Met name Credit Suisse wordt door toezichthouders uit de hele wereld, van Tokio tot New York, achterna gezeten. Mühlemann had nog in januari in Zwitserland een ontmoeting met de Argentijnse topman van het bankje, tegen wie toen al een internationaal arrestatiebevel liep. ,,Een lelijke schram, deze jongste affaire'', zeggen ze bij de Neuer Zürcher Zeitung (NZZ).

De tweede verdieping van het hoofdkantoor van Credit Suisse aan de Paradeplatz. Hoge gangen, donkerbruine lambrizering, abstracte schilderijen. Directeur Urs Bigger bevestigt de ,,druk'' op de bank. Dat wil zeggen druk door de Eidgenössische Bankenkommission, de Zwitserse toezichthouder, die nauwlettend alle activiteiten over de hele wereld van de Zwitserse banken volgt. Druk, dat wil zeggen méér toezicht, méér documenten, méér informatie overhandigen. Bigger: ,,Ze willen nog meer van ons weten.'' De toezichthouder is machtig, zeggen ze bij de NZZ.

Zijn Marcel Ospel en Lukas Mühlemann (beiden van 1950) wereldspelers of geduchte hoeders van het bankgeheim en typische exponenten van de besloten Zwitserse cultuur aan de top? Voor Zwitserse begrippen zijn ze, opvallend genoeg, buitenstaander. Niet, zoals zoveel anderen, in de Zwitserse militaire dienst groot geworden, broedplaats voor het old boys network – een bijna levenslange dienstplicht, die in de weekends in de bergen wordt vervuld en waar contacten voor het leven worden aangegaan. Voor voorzitter Ospel van UBS telt dat allemaal niet. Hij zweert bij zijn meritocratische opvattingen. Alleen eigen verdiensten tellen voor hem. ,,Toen hij met zijn veel kleinere SBC uit Bazel in 1998 UBS, het oude UBS, overnam, maakte hij korte metten met het old boys network bij UBS'', zeggen ze bij de NZZ. Anderen zeggen dat Ospel zich met jaknikkers omringt zoals Wuffli, en niet met internationaal talent.

Mühlemann, de topman van Credit Suisse, van huis uit geen bankier (maar ex-McKinsey, ex-Swiss Rück), doet dat wel. Al verslikte hij zich in First Boston, de zakenbank die hij in 1998 kocht en waarvan hij de harde, waaghalzerige Amerikaanse cultuur onderschatte.

Nu moet de Amerikaan John Mack, onder zakenbankiers beroemd als hardvochtig kostensnijder, alias `Mack the Knife', bij CSFB (bijna één miljard dollar verlies in het laatste kwartaal, terwijl zakenbank UBS Warburg wel een mooie winst maakte) met harde hand orde op zaken stellen. ,,Mack heeft de ambitie van CSFB nummer 1 te maken'', zegt woordvoerder Paul Rimmer van Credit Suisse, dus de andere vier te passeren. Wanneer? Rimmer: ,,Hij heeft geen datum genoemd.''

Het is al donker in het centrum van Zürich wanneer narren met hun gukken, hun muziekinstrumenten, als brass bands door de straten en over pleinen trekken. Witgeschminkte, starre gezichten, op weg naar de Fasnacht, het carnaval. Dreigend, aanzwellend tromgeroffel. Alsof de narren, van alle leeftijden, de geheimzinnigheid die aan Finanzplatz Zürich kleeft, willen uitdrijven. Gelach klinkt op uit hun rijen. Alsof ze het ware geheim zullen prijsgeven. Maar de Züri's weten wel beter, niemand zal er méér onthullen dan: geld alleen maakt niet gelukkig, alleen geld op een Zwitserse bank.