`Zet hockeyers soms op stoel van coach'

Ric Charlesworth (50) nam bij de Spelen in Sydney afscheid als coach van tweevoudig wereld- én olympisch kampioen Australië. Nadien schreef de oud-hockey- en cricketinternational een intrigerend boek waarin hij onder meer ingaat op een taboe in de sport: homoseksualiteit.

,,Vrolijk word ik niet van dit toernooi. Hockey wordt meer en meer Europees zaalhockey op het veld, gelet op de manier van fluiten. Een bal die op nog geen twintig centimeter de cirkel inkomt, wordt afgefloten. Te gevaarlijk, redeneren de scheidsrechters. Terwijl een strafcorner met 120 kilometer per uur langs iemands hoofd gepusht mag worden. Tackelen is al helemaal niet meer toegestaan. Nee, hockey is gebaat bij simplificatie van de regels. Niet bij halfslachtige oplossingen zoals de internationale hockeyfederatie die nu voortdurend aandraagt.''

Om een provocerende mening meer of minder zit Ric Charlesworth niet verlegen. Ook niet nu de oud-bondscoach van Australië het hockeyveld (voorlopig?) heeft verlaten en sinds vorig jaar werkzaam is als High Performance Consultant (,,Praatpaal van spelers en coaches'') bij Fremantle, een club uit de ruige Australian Football-competitie. In Kuala Lumpur, het toneel van het WK hockey voor mannen, is hij actief als commentator bij de Australische radiozender ABC.

Slechts weinigen die de ex-parlementariër van de Labour Party openlijk tegen durven te spreken. Zijn erelijst is immers onovertroffen, met één wereldtitel (als speler in 1986) en een stortvloed aan prijzen als coach van de Australische vrouwenploeg, die het internationale hockey zeven jaar domineerden. Bovendien en ook daar zijn vriend en vijand het over eens bevatten zijn opvattingen vaak prikkelende gedachten.

Na de Olympische Spelen van Sydney (2000), waar Charlie's Angels de titel van Atlanta prolongeerden, besloot Charlesworth zijn belevenissen en inzichten als arts, politicus, sporter én trainer-coach in boekvorm uit te geven onder de welluidende titel The Coach –- Managing For Success.

U stelt het beeld bij van de meedogenloze coach die over lijken gaat in de bijna obsessieve zoektocht naar perfectie.

Charlesworth: ,,Zo ben ik meermalen afgeschilderd, maar de werkelijkheid ligt genuanceerder. Als ik mezelf zou moeten typeren, zit ik in het midden. Met aan de ene kant de losse, ongedwongen aanpak van iemand als Joost Bellaart (bondscoach Nederland, red.) en aan de andere kant de autocratische manier van denken en werken van Paul Lissek, toen hij nog bondscoach was van Duitsland. Ik schroomde niet om harde beslissingen te nemen, maar kon dat omdat het zelfbewustzijn van mijn speelsters dat toeliet.''

Sterker nog: u liet uw speelsters zelf hun selectie maken.

,,Om ze inzicht te geven in het hoe en waarom van selecteren. Waarom die wel en die niet? Sporters hebben de neiging zich te laten leiden door hun vriendjes en vriendinnetjes, door clubbelangen, noem maar op. Niets menselijks is ze vreemd. Door ze zo nu en dan op de stoel van de coach te zetten, worden ze gedwongen verder te kijken en te denken dan hun neus lang is. Dat scherpt hun vermogen tot zelfkritiek.''

`Verdedig nooit een voorsprong' is van uw uitgangspunten. Waarom?

,,It will kill you in the end. Het betekent ook dat je als speler of als coach in feite al bezig bent met de uitslag, terwijl de wedstrijd nog aan de gang is. Dat is vragen om problemen.''

Nog zo'n pakkende oneliner: `Kijk altijd verder dan de uitslag'.

,,Zuid-Korea was rond 1996 de enige ploeg die in al die jaren nog het dichtst bij ons in de buurt kwam. Nederland niet, al riep jullie toenmalige bondscoach (Tom van 't Hek, red.) te pas en te onpas dat het gat kleiner werd. Hij deed dat vreemd genoeg op basis van uitslagen van oefenduels die wij gebruikten om onze jonge onervaren spelers op te leiden. Bij het WK in Utrecht kwam Nederland in de buurt. Maar toen Jeannette Lewin in mijn ogen een zeer veelzijdige en energieke middenveldster daarna afscheid nam, is de kloof alleen maar groter geworden, zoals iedereen in Sydney heeft kunnen zien. Daar bleek Nederland een inflexibele en verdeelde selectie na problemen over wie nu aanvoerder moest zijn: Thate of Van den Boogaard. Vandaar: always look behind the result.''

U beweert dat de Nederlandse begeleiding niet adequaat is omgesprongen met `het vraagstuk van homoseksualiteit'.

,,Op basis van wat ik links en rechts gehoord heb van direct betrokkenen, onder wie oud-bondscoach Bert Wentink, kan ik niets anders dan concluderen dat jullie al sinds 1992 worstelen met de vraag hoe om te gaan met lesbische speelsters in een team. Ik heb me altijd verbaasd over die dubbele moraal. Als politicus ben ik ooit in Amsterdam een week op pad geweest met drugsverslaafden en hun begeleiders. Het was een verademing om te horen en te zien hoe vooruitstrevend men dacht en handelde. Op en rondom de Nederlandse hockeyvelden daarentegen overheersen `de mannen met stropdassen', zoals ik ze altijd maar noem. Mensen die zich presenteren als zeer weldenkend en progressief, maar in de praktijk niet openlijk durven te praten over een onderwerp waarop wereldwijd een taboe rust: homoseksualiteit in de sport, en hoe daar als coach of begeleider mee om te gaan. Alsof topsport afwijkt van de normale maatschappij.''

Hoe deed u dat?

Lesbische speelsters heb ik altijd voorgehouden om openlijk uit te komen voor hun seksuale geaardheid. Waarom niet? Ze hebben niets te verbergen! Ons Atlanta-team telde een stel, wat niet door iedereen op prijs werd gesteld. De enige manier om te voorkomen dat die relatie van invloed zou zijn op onze prestaties, was openheid. Dat heb ik min of meer geëist, met als gevolg dat het voor hun niet-homoseksuele ploeggenoten uiteindelijk ook een non-issue was. Het klinkt simpel, maar de praktijk wijst helaas nog altijd uit dat een speler in het Australische rugby wordt behandeld alsof hij een besmettelijke ziekte onder de leden heeft.''

The Coach Managing For Success, Ric Charlesworth (2001), Pan MacMillan Australia Pty Limited, 278 pagina's, Aus $30. Zie www.riccharlesworth.com.au