Staalbedrijven waren al overgewaardeerd

Tijdens zijn campagne had George Bush het over het helpen van de economie door het neerhalen van handelsbarrières en -tarieven. Het is nu twee jaar later en Bush heeft precies het omgekeerde gedaan door tariefmuren tot 30 procent op te werpen ter bescherming van Amerika's geplaagde, maar over goede overheidscontacten beschikkende staalindustrie.

Dit is politiek gezien een zwaktebod en economisch gesproken rampzalig. Zo'n 12 miljoen Amerikanen werken in bedrijven die staal verwerken, tegen 160.000 werknemers in staalproducerende bedrijven. Er staan door deze maatregelen nu dus meer banen op het spel dan erdoor gered kunnen worden. Erger nog is dat Europese en Aziatische regeringen ertegen in het geweer komen en een lange juridische strijd bij de Wereldhandelsorganisatie onvermijdelijk lijkt. Het doet niet ter zake dat de Verenigde Staten de tarieven in drie jaar tijd geleidelijk willen laten verdwijnen. De geschiedenis leert dat tijdelijke protectionistische maatregelen uiteindelijk vaak permanent blijken te zijn. Het risico bestaat dat andere handelsgeschillen, zoals die over de Amerikaanse exportsubsidies, zullen escaleren. Als dat gebeurt wordt een van de weinige plezierige neveneffecten van de terreuraanslagen van 11 september teniet gedaan: het hernieuwde enthousiasme voor een nieuwe wereldhandelsronde.

Het hoeft geen verbazing te wekken dat de koersen van Europese staalbedrijven als Corus, Arcelor en Thyssen Krupp onder de ontwikkelingen hebben geleden. Ze hadden juist een goede periode achter de rug, waarin het marktgemiddelde met 25 procent werd overtroffen op grond van de verwachting dat de staalprijs door het economisch herstel zou stijgen. Het probleem is nu niet zozeer de lagere staalimport van de Verenigde Staten, maar elders – met name in Azië en Rusland – geproduceerd straal, dat in Europa terechtkomt. Europa zou de tarieven eveneens snel kunnen verhogen; ook Europese bedrijven zijn bedreven in het lobbyen. Maar eventuele protesten van Europese bedrijven moeten wel in perspectief geplaatst worden. De tarieven treffen zo'n 15 miljoen ton aan staal. Ongeveer 8 miljoen ton zal waarschijnlijk een andere bestemming zoeken. Volgens schattingen van zakenbank Merrill Lynch zal als gevolg van de vervoerskosten uiteindelijk 5 miljoen ton staal in Europa achterblijven. Dat is niet niks en door dat overschot zal het herstel van de staalprijs zeker langer op zich laten wachten. Maar het is wel veel minder dan de 160 miljoen ton aan wereldwijde overcapaciteit die nog steeds op sanering wacht. Nu de Europese staalbedrijven worden verhandeld op het hoge niveau van zesmaal de verwachte winst vóór rente en belastingen, is dit slechts een reden temeer voor beleggers om voorzichtig te zijn met deze sector.

Onder redactie van Hugo Dixon. Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld