Screenen op borstkanker niet afschaffen

Het bevolkingsonderzoek naar borstkanker onder vrouwen van 50 tot 75 jaar moet blijven. Dat adviseert de Gezondheidsraad aan minister Borst (Volksgezondheid). Er is meer onderzoek nodig en de voorlichting aan vrouwen moet `evenwichtig' en `eerlijk' zijn.

`Screening' verhoogt het aantal diagnostische ingrepen, schrijft de raad, en leidt tot operaties aan tumoren waar vrouwen nooit last van hadden gekregen als ze zich niet hadden laten screenen. Maar de raad verwacht dat screening niet het leven spaart van jaarlijks 700 vrouwen in Nederland, zoals tien jaar geleden bij invoering van het onderzoek nog werd verwacht.

Minister Borst vroeg begin februari met spoed om een advies over borstkankerscreening. Dit nadat eind vorig jaar in medisch-wetenschappelijke tijdschriften werd betwijfeld of wetenschappelijk gezien wel was bewezen dat screening de sterfte aan borstkanker vemindert. Twee Deense onderzoekers hadden de bestaande onderzoeken naar het effect van screening beoordeeld op grond van strenge criteria van de internationale Cochrane Collaboration. Dat is een samenwerkingsverband van artsen en epidemiologen die de wetenschappelijke basis van het geneeskundig handelen willen verstevigen.

Een commissie van de Gezondheidsraad verdiepte zich in detail in de manier waarop de Deense Cochrane-onderzoekers hun oordeel velden. De commissie is het eens met de kwaliteitscriteria die de Cochrane Collaboration aanlegt, maar vindt dat de twee Deense onderzoekers die niet consequent hebben toegepast en dat ze hun maatstaf tijdens hun reviewproces hebben veranderd. De Gezondheidsraad is het niet eens met het uitgangspunt dat vooral de algehele sterfte of de sterfte aan alle kanker het belangrijkste criterium moet zijn om het effect van borstkankerscreening te beoordelen. De raad vindt dat allereerst het effect op de sterfte aan borstkanker telt.

De Denen hadden vernietigende kritiek op zes van de acht grote onderzoeken naar het effect van borstkankerscreening. Dat waren onderzoeken waarin de sterfte in een groep gescreende vrouwen is vergeleken met een groep vrouwen die geen screening kreeg aangeboden. De twee onderzoeken die er kwalitatief wel mee door konden toonden nauwelijks verlaging van de borstkankersterfte, van de kankersterfte en van de algehele sterfte in de groep gescreende vrouwen. Maar als de Deense onderzoekers vier Zweedse onderzoeken, die een daling van 31 procent van de borstkankersterfte onder gescreende vrouwen liet zien, iets gunstiger hadden beoordeeld, dan was de uitkomst van de Cochrane Review wel in het voordeel van borstkankerscreening uitgevallen.

Er is, samenvattend, schrijft de raad ,,geen wetenschappelijke reden [...] om te concluderen dat bevolkingsonderzoek naar borstkanker voor vrouwen boven de 50 jaar geen nut heeft.''