Richter

Pianist Emil Gilels, violist David Oistrach en cellist Mstislav Rostropovitsj waren de eerste Russische musici die vanaf 1955 optraden in Amerika, waar hun manier van musiceren insloeg als een bom. Pas in 1960 volgde de toen 45-jarige meesterpianist Svjatoslav Richter, die op 26 december debuteerde in Carnegie Hall. Richter speelde een late pianosonate van Haydn (Nr. 60 in C majeur), en werken van Chopin, Rachmaninoff, Ravel, Prokofjev en Debussy. Hij werd op grond van zijn unieke, superieure en hypnotiserende spel uitgeroepen tot een der grootsten aller tijden. Wel schreef Harold C. Schonberg in The New York Times dat Richter nog veel van het westen kon leren. Zijn zangerige spel was ongeëvenaard, excentriek, maar ook wat provinciaals.

Richters Amerikaanse debuut staat nu voor het eerst op cd. Al beweerde de immer twijfelende Richter later over Haydn `I played it badly', na enkele noten wordt duidelijk dat hij in 1960 al de fenomenale musicus was die hij bleef tot zijn dood in 1997. Toen al was er die uiterst persoonlijke muzikale benadering, die gave om de piano in alle registers optimaal te laten zingen, die intense metafysische lading, dat subtiele inleving en die ongeëvenaarde integriteit, waarmee hij doordringt tot de essentie. Zijn Chopin is vol weemoed en poëzie. Het allermooist klinkt Haydn, sprankelend van energie en stuwkracht, boven zijn vorm uitstijgend met magische en etherische klankkleuren.

Svjatoslav Richter: BMG classics: 63844209026 (2 cd) RCA Red Seal