No cure no pay vergroot toegang tot rechter...

De Nederlandse Mededingingsautoriteit vindt dat de Orde van Advocaten no cure no pay-beloning moet toelaten. Maar de Orde blijft bij haar verbod op deze beloningsvorm. Belemmert de Orde met haar standpunt de toegang tot het recht of is no cure no pay een onzalig stelsel dat slechts een schijnoplossing biedt?

Mensen laten nog steeds geschillen zitten, omdat zij geen vele duizenden euro's aan advocaten of in te schakelen deskundigen kunnen besteden, of omdat zij niet jaren onzekerheid en stress willen hebben. Zelfs krijgen mensen bij de civiele rechter vooral te horen dat verder procederen onoverkomelijke lasten oplevert, en dat zij beter genoegen kunnen nemen met wat de wederpartij hun biedt, hetgeen soms een rechtvaardige uitkomst oplevert, maar soms ook helemaal niet. Toegang tot het recht, toegang tot een rechtvaardige oplossing van een geschil in samenspraak met de wederpartij, en als dat niet lukt toegang tot de rechter, zijn nog steeds een groot probleem.

Het is vreemd dat het gat in de toegang tot het recht nog steeds niet is gevuld. Je zou zeggen dat er een grote behoefte is aan goede geschiloplossing, waar de markt geleidelijk aan tegen redelijke prijzen in moet kunnen voorzien. Geschillen oplossen is lastig, maar nu ook niet weer zo moeilijk dat het gewone economische ritme van schaalvergroting, innovatie, concurrentie en specialisatie in de loop van de eeuwen dat deze dienstverlening bestaat niet zou kunnen leiden tot een bevredigend prijs/kwaliteitsniveau voor al diegenen die behoefte hebben aan toegang tot het recht.

Een deel van het probleem zit bij de tussenpersonen naar wie de overheid partijen verplicht verwijst als zij willen procederen en waar partijen dus ook heel vaak heengaan als zij misschien later moeten gaan procederen wanneer zij er onderling niet uitkomen. Die advocaten zijn over het algemeen integer en klantgericht, maar laten zich wel per uur betalen. Dat betekent dat hun eigenbelang bij de zaak in een ongunstige richting wijst. Hun inkomen wordt immers hoger als zij het geschil laten voortduren en niet als zij snel tot een oplossing komen. Hun inkomen neemt toe als zij iedere zaak individueel bekijken en niet als zij streven naar standaardisering en efficiënter werken. Hun inkomen groeit zelfs als zij wel oplossingsgericht en efficiënt werken, maar hun wederpartij niet. Want de advocatuur biedt unieke mogelijkheden om winst te behalen. Alleen deze dienstverleners kunnen elkaar bezighouden tot beiderzijds profijt. De kans dat dit scenario zich voordoet is tegenwoordig groter, want beide advocaten worden vanuit hun eigen kantoren sterk geprikkeld om hun omzet te maximaliseren.

Een economisch gedreven advocatuur, die met uurtarieven rekent, zal de toegang tot het recht dus waarschijnlijk niet verbeteren, en misschien zelfs verslechteren. Er zijn aanwijzingen dat dit aan het gebeuren is. Het aantal procedures tussen burgers bij rechtbanken blijft al jaren constant, terwijl de omzet van de advocatuur al jaren met een procent of 8 per jaar groeit. De toegang tot de rechter komt zelfs in het strafrecht onder druk te staan. Zeer commercieel opererende advocaten tuigen megazaken op voor goedbetalende verdachten. Die vele zittingsdagen kostende zaken verstoppen de strafkamers van de rechtbanken, zodat gewone criminaliteit niet aan bod komt en het OM zich twee keer achter de oren moet krabben voor het overgaat tot vervolging van witte boorden of drugshandelaren met veel geld.

Dat individuele advocaten economisch opereren is gezond en heeft veel positieve effecten. Dat zij een uurtarief prefereren boven andere beloningsvormen, zoals het rekenen van een vooraf afgesproken vast bedrag of no cure no pay, is begrijpelijk. Maar het is onbegrijpelijk dat wij de advocatuur als groep zelf laten bepalen hoe zij beloond wil worden.

De Orde van Advocaten wijst terecht op de bezwaren van no cure no pay, maar iedere beloningsvorm die tussen een klant en een dienstverlener wordt afgesproken heeft bezwaren. Dat geldt voor schilders, makelaars, artsen en ook voor advocaten. Onder no cure no pay of beloning met een vast bedrag zal een advocaat misschien te snel genoegen nemen met een voor de klant niet optimale schikking. Onder een uurtarief zal een advocaat misschien te lang een wel optimale oplossing tegenhouden en inefficiënt werken.

Het is kiezen tussen kwaden. De Consumentenbond, al jaren voorstander van no cure no pay, stelt dat de klant die keuze moet kunnen maken: verplicht goed voorgelicht door de advocaat over de voor- en nadelen van die keuze. Zij denkt dat sommige klanten liever een redelijk stuk van hun claim aan hun advocaat laten toekomen, dan dat zij de openeindefinanciering van het uurtarief ingaan. Het getuigt van flinke arrogantie van de kant van de Orde van Advocaten dat zij zonder enig overleg met de klanten aankondigt door te willen gaan met een verbod op no cure no pay, maar nu verpakt in een vorm die onaantastbaar is voor ingrijpen door de Nederlandse Mededingingsautoriteit.

Het is ook naïef van de Minister van Justitie dat hij daarin mee lijkt te gaan. De minister is bang voor een claimcultuur: een cultuur waarin burgers elkaar gaan bespringen met twijfelachtige claims, waarvan de afhandeling veel kosten, tijd en zorgen oplevert. No cure no pay verbieden is een slecht middel ter bestrijding van claimcultuur. Deze beloningsvorm trekt in beginsel alleen claims aan die wel een redelijke kans op succes bieden, want anders beginnen advocaten er niet aan. Dat ligt anders bij hele hoge claims en hele hoge percentages, zoals in Amerika wel voorkomt. Dat mobiliseert de gokkers onder de advocaten. No cure no pay kan daarvoor eventueel verboden blijven, met als goed argument dat de wederpartij bescherming verdient tegen deze claims, die hoge kosten en verdere lasten van verweer opleveren en zelfs tot een chantagemiddel kunnen uitgroeien.

Meer gerechtvaardigde kleine claims betekenen daarentegen een verbetering van de toegang tot de rechter. Meer van die claims afhandelen kost wel geld en is belastend voor de betrokken mensen. Het beleid zou erop gericht moeten zijn claims op een goedkopere en minder belastende manier af te doen: door advocaten en ook rechters te prikkelen te standaardiseren en efficiënter te werken, door claims die zich daarvoor lenen naar verplichte mediation te sturen en door normen te maken die partijen duidelijk maken hoe zij hun geschil inhoudelijk kunnen oplossen in plaats van hen eindeloze procedures in te sturen.

Om de lasten van geschiloplossing in de hand te houden is actief en onafhankelijk overheidstoezicht nodig. De lasten van geschiloplossing zijn voor het grootste deel de kosten van advocaten. In beginsel moet de klant van een dienstverlener kunnen kiezen hoe hij die persoon wil belonen. Als de klant de openeindefinanciering van een uurtarief wil, best. Maar dat kan bij advocaten anders liggen, omdat een niet efficiënt opererende advocaat ook nodeloze advocatenkosten bij de andere partij en bij de rechterlijke macht veroorzaakt. In Duitsland koos men voor een systeem waarin advocaten beloond worden met een tevoren bekend vast bedrag. De klant weet dan waar hij aan toe is. Het Duitse rechtssysteem trekt drie keer meer zaken aan dan het Nederlandse, wat een indruk geeft van de vraaguitval die bij ons optreedt, en in Duitsland gaan procedures drie keer sneller dan in Nederland, wat een indruk geeft van de mate waarin het Nederlandse uurtarief tot inefficiëntie leidt.

De advocatuur is een belangrijk onderdeel van de infrastructuur van de rechtsstaat. Het is in ieder geval te gek dat deze monopolist zichzelf mag reguleren en daarmee de toegang tot een basisvoorziening kan maken of breken.

Prof. J.M. Barendrecht is verbonden aan het Centrum voor aansprakelijkheidsrecht van de Katholieke Universiteit Brabant.