Lokale democratie aan vernieuwing begonnen

Het interessantste resultaat van de gisteren gehouden gemeenteraadsverkiezingen is de botsing van politieke cultuurstijlen, meent Eisse Kalk.

Na de eerste raadsverkiezingen in het nieuwe millennium zijn de lokale partijen de grootste politieke stroming geworden op lokaal niveau. Zij klimmen van 1.860 naar 2.188 zetels. Het CDA wint stemmen en zetels en is nipt tweede met 2.152 zetels. Op afstand volgen de VVD met 1.504 en de PvdA met 1.455 zetels. Beide paarse partijen verliezen fors evenals D66.

De leefbare partijen springen van 82 naar 333 zetels. In diverse gemeenten worden zij in één klap de grootste partij. Samen bezetten lokale en leefbare partijen nu 27,7 procent van de raadszetels in de gemeenten waar gisteren verkiezingen werden gehouden.

Deze aardverschuiving bevestigt een trend die op lokaal niveau sinds 1990 is waar te nemen. Lokale en sinds kort ook leefbare partijen zijn een niet meer weg te denken factor in de gemeentepolitiek. In het boekje Couleur locale laat Ron van Wonderen zien dat het lokale palet bestaat uit een bont gezelschap van Burger- en Gemeentebelangen, Stadspartijen, persoonlijke lijsten en Leefbaar partijen. Zij hebben echter twee zaken gemeen, die bij alle lokale en leefbare partijen in soms kleurrijke personen en stijlen terugkomen:

een inhoudelijke gerichtheid op concrete problemen die spelen op lokaal niveau;

een stijl van besturen die gekenmerkt wordt door een grote mate van betrokkenheid op en terugkoppeling naar hun medeburgers ook in de jaren en maanden tussen de verkiezingen.

De raadsleden van lokale en leefbare partijen zijn vóór alles volksvertegenwoordigers en niet primair bestuurders. Zij vinden het belangrijk dat hun medeburgers rechtstreeks betrokken worden bij het maken van plannen voor de buurt of stad waarin zij wonen. Zij kiezen voor een stijl van politiek bedrijven die zeer wel aansluit bij de vereisten die in het tijdperk van de dualisering van het lokale openbaar bestuur worden gesteld aan raadsleden: kaders stellen, effectieve controle op het dagelijks bestuur en bovenal volksvertegenwoordiger zijn.

Weten en aanvoelen wat er leeft onder de bevolking en ervoor zorgen dat initiatieven en ideeën die leven bij hun medeburgers ook door het lokale bestuur worden opgepikt en ondersteund. De medeverantwoordelijkheid van burgers voor de zaken die spelen in het publieke domein staat bij vele lokale en leefbare groeperingen voorop in hun verkiezingsprogram en in hun stijl van politiek bedrijven.

Het kan nauwelijks toeval zijn dat de voornaamste gevestigde politieke partij die op lokaal niveau weer stemmen en zetels heeft gewonnen nu juist de partij is (het CDA) die de medeverantwoordelijkheid van burgers en maatschappelijke groeperingen voor het openbaar bestuur ook hoog in het vaandel heeft staan.

De gevestigde landelijke partijen hadden en hebben soms nog de neiging deze lokale en leefbare groeperingen af te doen als protestpartijen en belangenpartijen, die nauwelijks in staat zouden zijn bestuurlijke verantwoordelijkheden te dragen. De bestuurlijke verantwoordelijkheid staat bij de gevestigde partijen hoog aangeschreven. De strijd om de macht en het behouden of verwerven van één of meer wethouderszetels staat centraal. Het hoogste ideaal voor een trouwe partijganger is toch wel ooit zelf nog eens het pluche van een wethouderszetel te mogen bereiken.

Deze partijen markeren een bestuursstijl en een politieke cultuur die passen bij wat ik eerder heb omschreven als een `bestuurdersdemocratie'. De pendant daarvan is wat Jos de Beus heeft omschreven als de `toeschouwersdemocratie'. De burgers zien het bestuur op afstand aan en worden eens in de vier jaar gevraagd te applaudisseren of van hun afkeuring blijk te geven.

Deze botsing van politieke cultuurstijlen is wellicht het meest interessante resultaat van de gemeenteraadsverkiezingen. De komende jaren moet duidelijk worden of we langzaam maar zeker de richting in slaan van een participatiedemocratie en/of een directe democratie. Daarin dragen medeburgers medeverantwoordelijkheid en zijn raadsleden primair volksvertegenwoordigers die aan deze medeverantwoordelijkheid gestalte geven door actief gebruik te maken van hun initiatiefrecht. Daarmee weten ze burgerinitiatieven en het agendarecht van burgers op een zinvolle manier aan te vullen en te versterken.

Een ander opmerkelijk aspect aan deze gemeenteraadsverkiezingen is dat in een aantal gemeenten voor het eerst sinds jaren de neergaande tendens van de opkomst doorbroken is.

Het meest opvallend is de stijging in gemeenten als Volendam en Rotterdam, maar ook in andere gemeenten lijkt een kentering te zijn ontstaan. In Volendam geven de kiezers een duidelijke afstraffing aan de gevestigde cultuur van vriendjespolitiek en gedogen. In Rotterdam is de stijging van de opkomst in belangrijke mate het gevolg van het feit dat Leefbaar Rotterdam veel nieuwe kiezers aan zich heeft weten te binden die voorheen niet stemden.

Het is nog te vroeg om hier verderstrekkende conclusies aan te verbinden. Opvallend is wel dat kiezers het kennelijk waarderen en ook opkomen als er wat te kiezen valt. Het beeld van `allemaal één pot nat en we zien niet wat het verschil is' kan kennelijk doorbroken worden. Dat werd ook duidelijk uit de respons op de lokale Stemwijzers die in een tiental gemeenten zijn uitgebracht. Deze helpen de kiezer een keuze te maken door zijn oordeel te vragen over een aantal lokale thema's. Ruim honderdduizend zwevende kiezers namen de moeite de Stemwijzer in te vullen. In een enkel geval zoals in Groningen zelfs 20 procent van het electoraat.

Het geeft aan dat waar politici zich inspannen om duidelijk te maken wat zij met hun gemeente of stad voor hebben en daarbij hun medeburgers actief willen betrekken, er een inspirerende toekomst ligt voor de lokale democratie. De lokale democratie is aan een vernieuwing begonnen.

Eisse Kalk is directeur van het landelijke, niet-partijgebonden Instituut voor Publiek en Politiek te Amsterdam.