Kiezer wil iets anders, maar wat?

De Leefbaren en Pim Fortuyn domineren de bespiegelingen over de verkiezingen. Interpreteren van de uitslagen is lastiger dan ooit, want deze keer weet de kiezer het zelf ook niet.

Politieke aardverschuivingen beginnen normaal te worden. De kiezer stelt zich allengs onvoorspelbaarder op, zelfs op de dag van de verkiezingen zelf. Onderzoeksbureau Interview*NSS had na het sluiten van de stembussen op basis van een grote enquête een opkomst van 61 procent voorspeld, iets hoger dan vier jaar geleden. Het werd 57,7, lager dan ooit tevoren bij gemeenteraadsverkiezingen.

Het is geen daling over de hele linie. In 139 gemeenten steeg de opkomst, in sommige aanzienlijk: Rotterdam, met maar liefst 6,1 procentpunt meer, moest toch nog vijftien gemeenten voor zich dulden. Van de grote steden trokken ook Breda, Tilburg en Amersfoort aanzienlijk meer kiezers dan vier jaar geleden. Opmerkelijk was de flinke daling van de opkomst in veel kleinere Limburgse plaatsen.

De Leefbaren zijn wel een factor van betekenis in deze: hoe meer zij wonnen, hoe meer de opkomst steeg. Pim Fortuyn in Rotterdam is hiervan een evident voorbeeld. ,,Het is geen mathematisch bewijs, maar de uitslag suggereert dat Fortuyn thuisblijvers naar de stembus trekt'', zegt Cees van der Eijk, als hoogleraar politicologie aan de Universiteit van Amsterdam gespecialiseerd in kiezersgedrag. ,,Dat is uit democratisch oogpunt belangrijk, ook al ben je het niet met hem eens: hij vervult een functie in het representatieproces.''

Hoewel het gisteren om gemeenteraden ging, blikt iedereen toch vooruit naar de Kamerverkiezingen van 15 mei. Uit de peilingen blijkt dat degenen die op een Leefbare partij stemden straks vooral op Leefbaar Nederland en Pim Fortuyn willen stemmen (samen 72 procent van de huidige Leefbaar-stemmers). Degenen die op andere lokale partijen hebben gestemd, zijn bij de landelijke verkiezingen traditioneler georiënteerd. Toch zegt ook van hen een kwart op Pim Fortuyn te gaan stemmen. Leefbaar Nederland is bij hen overigens niet in trek.

De achterban van Leefbaar Nederland én Pim Fortuyn wijkt in een aantal opzichten nogal af van het doorsnee-electoraat. Zo is van beide partijen ongeveer 65 procent van de aanhang man. Deze extreme man-vrouwverhouding zag men in de afgelopen twee decennia ook bij extreem-rechtse partijen. Van de grote partijen is de VVD met 55 procent mannen in zijn aanhang het meest masculien. GroenLinks is onevenredig populair onder vrouwen.

Met name bij Fortuyn zijn de lager opgeleiden oververtegenwoordigd; hoger opgeleiden zijn echter nog sterker ondervertegenwoordigd. Onder jongeren tot 25 jaar is Fortuyn volgens de peiling van gisteren de tweede partij met 20 procent, na de PvdA met 25, maar ruim voor de VVD met 14. ,,Het zijn de angry young uneducated men'', concludeert Van der Eijk. Vanouds een belangrijke voedingsbodem voor protestpartijen. Leefbaar Nederland heeft naar opleiding en leeftijd overigens een minder opvallend profiel.

Bij jong en laag opgeleid denkt men meteen aan lage inkomens, maar die associatie is bij Fortuyn niet op zijn plaats: onder de laagste inkomenscategorie (beneden modaal) is zijn partij zelfs aanzienlijk ondervertegenwoordigd. Fortuyn moet het meer hebben van de lager opgeleide, maar behoorlijk verdienende man, de harde werker die zich ergert aan degenen die dat – in zijn ogen – niet doen.

Jongeren zijn altijd de meest trendgevoelige kiezers – logisch, want zij zijn nog niet gecommitteerd aan een partij. Ondanks de groei van het aandeel zwevende kiezers, treedt zo'n commitment wel op: een deel van de kiezers blijft de partij van zijn eerste keuze trouw, zodat elke trend op lange termijn wel enig permanent effect heeft. Zo heeft de VVD zijn meeste aanhang onder eind-twintigers en begin-dertigers, het CDA onder vijftig-plussers. Onder jongeren halen de christen-democraten slechts acht procent: minder dan GroenLinks en maar één procentpunt meer dan de Socialistische Partij. In het jongerenparlement zouden ze dus maar twaalf zetels krijgen. Onder 65-plussers is het CDA met bijna 40 procent oppermachtig, maar voor de toekomst biedt dat deel van de kiezers weinig perspectief. De PvdA heeft qua leeftijdsverdeling de meest evenwichtige aanhang: in alle categorieën ongeveer een kwart.

Het CDA heeft ook geografisch een scheef verdeelde aanhang: volgens de peiling zouden de christen-democraten landelijk de tweede partij worden, maar lokaal spelen zij nog altijd eerste viool: in bijna veertig procent van de gemeenten werd het CDA gisteren de grootste partij; runner-up PvdA blijft steken op twaalf procent. In 30 procent van de gemeenten is een lokale partij de grootste.

Hoe moet het nu straks in mei, als de macht in Den Haag op het spel staat? Welnu, de kiezer weet het niet. Tot dusverre had de kiezer ondanks zijn gezweef in elk geval een betrekkelijk heldere voorkeur voor wie er minister-president moest worden: Wim Kok. Maar die gaat weg, en de kiezer ziet geen vanzelfsprekende opvolger. Geen enkele kandidaat scoort in de peiling van gisteren boven de 20 procent.

Niet alleen over de premier, ook over de gewenste coalitie geeft die kiezer niet thuis. Van alle enigszins denkbare coalities haalt uitsluitend het nationale kabinet van PvdA, CDA en VVD meer dan 10 procent (vijftien), alle andere blijven daar zeer ruim onder. Paars blijft steken op 7 procent. Het electoraat maakt zich kennelijk op voor een ongenadige afrekening met paars, dat in de Kamer op basis van de peiling zijn meerderheid zou verliezen.

Maar kiezerskenner Van der Eijk is er nog niet van overtuigd dat de kiezers op 15 mei hun grote woorden zullen omzetten in daden. ,,In de Nederlandse politieke verhoudingen is het vrijwel niet denkbaar dat Fortuyn nog verder groeit in Rotterdam. Het is de vraag hoe de proteststemmers reageren als hij terugloopt in de peilingen. Hoe standvastig zijn ze dan? Maar ik moet toegeven, ik had niet verwacht dat hij in Rotterdam in deze mate zou winnen.''

Als het er echt om spant, kiezen mensen vaak strategisch, met het oog op de realisering van een bepaalde coalitie. Maar nu heeft meer dan de helft van de kiezers geen idee wat voor coalitie ze zouden wíllen hebben.