Kamerverkiezingen

Er is in de afgelopen decennia zelden zoveel opwinding geweest in aanloop naar de verkiezingen. Thema's die in het recente verleden taboe waren zijn nu openlijk onderwerp van discussie.

Is het met al die maatschappelijke opwinding denkbaar dat we aan de vooravond staan van een fundamenteel veranderingsproces in onze maatschappij? Ik vrees dat het antwoord daarop nee zal moeten zijn.

Er zijn twee voorwaarden om ingrijpende veranderingen in het maatschappelijk bestel tot stand te brengen. Op de eerste plaats dient de politiek haar primaat terug te nemen en politiek breed gedragen tot een veranderingsproces te besluiten. Als aan deze eerste voorwaarde wordt voldaan, de tekenen zijn hoopgevend, is er echter nog een tweede barrière.

De politiek, parlement en regering lijken niet in staat te zijn de ambtelijke organisatie datgene te laten doen wat zij beogen. Dat heeft niet alleen te maken met de grootte van de ambtelijke organisatie, maar tevens en misschien nog wel meer door de aard en de politieke voorkeur van de in die organisatie werkzame personen.

Elke verandering in onze maatschappij leidt onvermijdelijk tot een botsing met de overheid, op elk niveau, aangezien zij per definitie het meeste belang heeft bij het instandhouden van de huidige situatie. Het paradoxale is echter dat veranderingen slechts mogelijk zijn vanuit diezelfde overheid, gezien haar allesoverheersende macht.

De kans dat er na 15 mei dus daadwerkelijk een veranderingsproces op gang komt is mijns inziens dan ook zeer klein, ook al doet een electorale omwenteling anders hopen of vermoeden.