In de mist

Gedachteloos ben ik te vroeg uit de tram gestapt. De mist hangt om mij heen en ik ben een ander mens als ik de overkant van de straat bereik. Op de brug voor het Rijksmuseum staat een man in een paarse jas. Op zijn borst hangt een karton aan een touwtje. Hij is `ökonom' en op zoek naar `Rosa'.

In de passage onder het museum worden de tonen van een dwarsfluit verscheurd door de rauwe kreten van een fietser: `Oe-aahh, oe-aahh.' Op het plein houdt een jongen in een ski-jack een kaart voor mijn neus: `Wilt u meedoen aan de babbelbox van de NCRV?'

Een Amerikaans echtpaar vraagt mij de weg naar hun hotel. Iets verderop komt er een junk met molenwiekende armen op mij af. Hij scheldt een geestverschijning uit voor `hoer'. Ja, lopen in de mist, het ware openbaar vervoer.