Epicentrum Rotterdam

Een politieke aardbeving in Nederland. Hoeveel op de schaal van Richter is nog onduidelijk. Het epicentrum is wel bekend: Rotterdam. De kiezers hebben daar de traditionele bestuurscultuur op een haar na gevild. De PvdA, die de havenstad decennialang in handen had, is gereduceerd tot het landelijk gemiddelde. En de VVD, die sinds vier jaar weer de burgemeester levert, is nog net geen splinterpartij geworden. Alle partijen zijn verslagen door Leefbaar Rotterdam en het bliksemoffensief van lijsttrekker Pim Fortuyn die er zelfs in is geslaagd kiezers te mobiliseren die vier jaar geleden nog verstek lieten gaan. Want behalve het feit dat Fortuyn met 17 zetels nu de grootste is, is ook de opkomst in Rotterdam een signaal: 6 procent meer dan in 1998. De schokgolven zijn niet tot het epicentrum beperkt gebleven. In bijna alle grote steden hebben de partijen die zich tooien met een lokaal leefbaarheidsetiket de raadsverkiezingen gewonnen. Ook in Almere, Apeldoorn en Eindhoven zijn de leefbaarpartijen vanuit het niets de grootste geworden. In Haarlem zijn ze daarin op één zetel na geslaagd. In Den Haag zijn de leefbaren nu de vierde partij. Overal zijn VVD, PvdA, GroenLinks en soms de SP het slachtoffer. Alleen het CDA is overeind gebleven.

In bijna al deze steden dreigt een bestuurlijke impasse. De gevestigde partijen staan voor een welhaast duivels dilemma. Ze kunnen meedoen met leefbaar in de nieuwe colleges om zo de schade te beperkt houden. Of ze kunnen afzijdig blijven in de hoop dat de leefbaren hun bestuurlijke onervarenheid en mogelijke incompetentie in de praktijk bewijzen en over vier jaar dus weer net zo snel verdwijnen als ze gisteren zijn gekomen. De uitslag in Hilversum wijst op de laatste variant. Leefbaar heeft daar, onder leiding van landelijk leider en plaatselijk wethouder Jan Nagel, een gevoelige nederlaag geleden. Voor veel burgers van Hilversum is de lol met Nagel er kennelijk na een paar jaar al af.

Omdat in Utrecht, het andere bolwerk van Leefbaar Nederland, geen verkiezingen zijn gehouden, is deze conclusie echter niet te verifiëren. Bovendien hebben de nieuwe gemeenteraden in Rotterdam, Almere, Apeldoorn enzovoort weinig aan dit soort overwegingen. De bevolking heeft de zittende partijen gisteren meedogenloos gestraft en wil vanaf vandaag weer worden bestuurd. Het ligt voor de hand dat de oude partijen daar niet zomaar de handdoek in de ring zullen gooien. Het nieuwe duale systeem op lokaal niveau biedt ze een mogelijkheid voor een reactie. Nu wethouders geen deel meer uitmaken van de raad maar als een soort ministers tegenover de volksvertegenwoordiging komen te staan, is het een optie politiek-bestuurlijke kracht van buiten aan te trekken om het geschonden blazoen op te poetsen. Maar ook Fortuyn zal dit in Rotterdam doen en aldus proberen te bewijzen dat hij met sympathiserende ondernemers de stad kan leiden als een bedrijf. Het is dus nog de vraag of het dualisme de gevestigde partijen zal helpen en het antwoord is derhalve ook gecompliceerder. Het begin daarvan schuilt wellicht in Amsterdam.

Amsterdam is de enige stad die niet is getroffen door de aardschokken. Terwijl ook daar de opkomst wat is toegenomen, heeft de kiezer gekozen voor de bestaande partijen. Leefbaar Amsterdam heeft op de bagagedrager van Fortuyn twee zeteltjes gewonnen maar zijn lijsttrekker, een hard gebekte marktkoopman, is in zijn eigen wijk weggestemd door de kiezer die hem al kende. PvdA en VVD zijn toonbeelden van stabiliteit gebleken. CDA en D66 hebben stuivertje gewisseld. GroenLinks heeft de prijs moeten betalen voor de breuk met de PvdA die het vorig jaar forceerde.

Amsterdam is al jaren een atypische stad. De verkiezingsuitslagen sporen er zelden naadloos met het landelijke beeld. Maar er is meer. In Amsterdam heeft bijvoorbeeld de PvdA ervoor gekozen het oude bestuurlijke kader, dat bekwaam maar grijs was, te vervangen door politici die ook de kunst van de politieke retoriek verstaan. Aldus is gezocht naar evenwicht tussen competentie en charisma. Ook de VVD wordt geleid door een persoonlijkheid. Alle lokale politici in Amsterdam zijn het bovendien gewend te worden gekritiseerd en soms beledigd. Op gezette tijden slaan ze terug. Spectaculair was dit politieke klimaat in Amsterdam niet, maar er was tenminste een politiek klimaat. De Amsterdammers hebben dat gezien en daarvoor gestemd. Dat kan tot voorbeeld voor de rest van Nederland strekken.