Andersen raakt nog meer klandizie kwijt

En toen waren er nog... Na het Amerikaanse autoconcern Ford en het Amerikaanse farmacieconcern Merck heeft gisteren weer een grote klant het in opspraak geraakte accountantskantoor Arthur Andersen aan de dijk gezet.

Het gaat om Freddie Mac, dat hypotheken van huiseigenaren opkoopt en in pakketten verkoopt aan beleggers en daarmee in de Verenigde Staten een omzet van bijna 30 miljard dollar behaalt (`tweedehandse hypotheekmarkt'). Het heeft na 32 jaar trouwe dienst Andersen als accountant vaarwel gezegd. PricewaterhouseCoopers wordt zijn nieuwe accountant. Andersen blijft wel aan als consultant, zo heeft Freddie Mac gisteren bekendgemaakt.

Freddie Mac roemt in een persbericht de ,,hoge kwaliteit'' van Andersen als accountant ,,sinds 1970''. Het zwijgt over de werkelijke reden om van Andersons diensten geen gebruik meer te maken. Andersen is door de Enron-affaire in opspraak geraakt en wordt ervan beschuldigd belangrijke documenten over de voormalige energiegigant Enron, waarmee het de zakelijke relatie inmiddels verbroken heeft, aan de papiervernietiger te hebben toevertrouwd. Andersen is naast Enron dan ook onderwerp van onderzoek door het Congres. Aan Andersen zit kortom een luchtje.

Ford heeft vorige week voor de diensten van Andersen bedankt. Andersen was Fords accountant bij een ruzie over prijzen die Ford heeft met Visteon, zijn voormalige toeleverancier van auto-onderdelen.

Naar verluidt heeft Andersen sinds december vorig jaar meer dan dertig klanten verloren op een totaal van 2.500 in de publieke en private sfeer in de VS. Daaronder dus enkele heel grote. De aandeelhouders van Freddie Mac moeten de voorkeur van het bestuur voor PricewaterhouseCoopers nog op 2 mei goedkeuren.