Analyse juist; conclusie niet

`Voorlopig blijf ik op 15 mei thuis.' Dat is de conclusie van een paginalange analyse die Paul Scheffer van de `verloren jaren van Kok' gaf in de krant van 2 maart. `Waarom zou je een stem geven aan partijen' en hij bedoelt de drie partijen die deel hebben uitgemaakt van de kabinetten-Kok 1 en 2 die voor de `verwaarlozing van het publieke domein' verantwoordelijk zijn?

Van deze verwaarlozing geeft hij een paar voorbeelden: het onderwijs, waarvan de kwaliteit zo pover is dat een `harde tweedeling' er het gevolg van is: `mensen die het zich kunnen veroorloven zullen beter onderwijs voor hun kinderen kopen'; de `jarenlange onderschatting van geweldsdiscriminatie'; de AOW; het asiel- en migratiebeleid; de miskenning van het belang van cultuur; en Srebrenica (`dieptepunt van paars' vooral omdat `zeven jaar na dato er nog steeds niet werkelijk verantwoording is afgelegd').

Kortom, `de vernieuwing die zonder christen-democraten werd nagestreefd, is in haar tegendeel verkeerd'. In de jaren van Kok was `het gevoel van urgentie afwezig temidden van het gunstige economische klimaat'. Gevolg: een algemeen gevoel van wantrouwen en onbehagen, dat het succes van Pim Fortuyn verklaart. `Kort en goed: het is Wim die Pim heeft gebaard.'

Het is opmerkelijk dat de aanklacht die de PvdA'er Scheffer lanceert, vooral beleid of gebrek daaraan betreft dat zijn partij heeft verdedigd (of gebagatelliseerd dan wel gedoogd). Weliswaar bepleit Melkert nu een beleid dat op enkele van die punten radicaal met het verleden breekt (zonder overigens over dat verleden verantwoording af te leggen), maar dat maakt hem er niet geloofwaardiger op. En de VVD? `Een laisser-fairepoliticus als Dijkstal vertrouwt erop dat de tijd zijn werk wel zal doen.' Ook daar geen gevoel voor urgentie.

De derde partij, D66, kan zich Scheffers analyse misschien nog het meest aantrekken, want zij gaat prat op het vaderschap van Paars, waarmee zij zichzelf overigens goeddeels overbodig heeft gemaakt. Scheffer noemt weliswaar de D66'er Brinkhorst, als enig lid van het huidige kabinet, met verdiende lof wegens zijn aanpak van de landbouwcrisis, maar is dit niet eerder bestuur goed bestuur dan vernieuwing?

Het algemene gevoel van wantrouwen en onbehagen, waar Pim Fortuyn zijde bij spint, laat ook de oppositie van het CDA niet ongeschonden, want zij is `niet bij machte om heldere voorstellen te doen'. Daarom is er volgens Scheffer ook geen reden op het CDA te stemmen. Misschien niet, al lijkt Balkenende vaster in zijn schoenen te staan dan De Hoop Scheffer.

Met Scheffers analyse kan ik het in grote trekken eens zijn. Maar gaat zij diep genoeg? Is de werkelijke kern van de malaise niet dat de partijen van het kabinet-Kok afstand hebben gedaan van hun `ideologische veren'? Kok noemde, wat de PvdA betreft, die afstand al vroeg een `bevrijdende ervaring'. De VVD heeft ook al vroeg, duidelijk gemaakt niets te willen weten van Bolkesteins schuchtere pogingen de partij een `bezielend verband' te geven. En D66 zegt al 35 jaar geen ideologie te hebben.

Partijen die alle ideologie hebben afgezworen, kunnen per definitie hetzij slechts ad- hocbeleid, hetzij helemaal geen beleid voeren. In elk geval is het dan moeilijk op hun kompas te zeilen. Zij vormen ook geen tegenstellingen tot elkaar, en daar moet de politiek het toch van hebben? De kiezer moet iets te kiezen hebben.

Het is daarom dat de PvdA'er Scheffer ook de liberaal Bolkestein met lof noemt, om de `kritische rol' die hij speelt `in de publieke meningvorming over belangrijke maatschappelijke vragen'. Dat is waar, maar voor de Nederlandse politiek is hij geen alternatief meer zeker niet nu zijn partij zich heeft afgekeerd van zijn streven de partij een ideologisch fundament te geven. Ook Van der Stoel, de derde politicus die Scheffer met lof noemt, is geen alternatief.

Tot zover Scheffers analyse. En zijn conclusie? Die luidt `voorlopig' dat hij op 15 mei thuisblijft, omdat hij geen zin heeft één van de partijen van het kabinet-Kok zijn stem te geven. Zijn er dan geen andere partijen?, is de eerste, misschien wat flauwe reactie. Principiëler is het bezwaar dat Pim Fortuyn e tutti quanti van zo'n onthouding als Scheffer overweegt, slechts zouden profiteren.

Zelf trek ik deze conclusie: als de stelling juist is dat de diepste oorzaak van de huidige malaise te vinden is in het ideologisch deficit van de partijen die acht jaar aan de macht zijn geweest, is het logisch die partijen een kans, of weer een kans, te geven die wèl vanuit een ideologisch fundament opereren.

Behoort het CDA daartoe? Volgens de C in zijn naam wèl, maar de 75 jaar waarin het of zijn voorgangers tot 1994 aan de macht zijn geweest, hebben het te zeer gecorrumpeerd dan dat zijn ideologie nog geloofwaardig genoemd kan worden. De twee maanden die Balkenende nog tot 15 mei resten, zijn waarschijnlijk niet genoeg om die erfenis uit te wissen.

Blijven over: de ChristenUnie, die nog onbesmet is door de macht; de SGP, die zichzelf echter, door haar houding tegenover de vrouwen, heeft uitgeschakeld; de Socialistische Partij, die alleen maar tegen is; en GroenLinks, dat, ook ideologisch, een ratjetoe is. De keus is inderdaad moeilijk, maar dat is geen reden om op 15 mei maar thuis te blijven.

Correcties:

In mijn artikel van 28 februari citeerde ik een versregel van Victor Hugo aldus (uit het hoofd): `Mon père, cet héros.' Het moet zijn: `ce héros'.

Zes jaar Franse les op het gymnasium (voorafgegaan door drie jaar op de lagere school) hebben mij niet gevrijwaard voor deze blunder. Als zoon van een Franse moeder schaam ik me des te dieper. Bovendien is `Als 't kindje binnenkomt, juicht heel het huisgezin' niet van De Génestet, zoals ik beweerde, maar van Beets, in wiens Camera Obscura het voorkomt. En tenslotte: André Gide is niet in 1950, maar in 1951 overleden. Ik dank alle lezers die mij op een en ander opmerkzaam hebben gemaakt.