Abortuswet van kracht in Duitsland sinds 1995

In Duitsland is abortus geen kwestie meer, nadat in 1995 een wet werd aangenomen die abortus tot twaalf weken mogelijk maakt.

De wet is zo opgesteld dat abortus in principe verboden blijft, maar onder voorwaarden wordt toegestaan. In de praktijk betekent dat vooral dat vrouwen die voor abortus in aanmerking willen komen, zich moeten laten begeleiden door een sociaal-medisch team.

Het heeft lang geduurd voordat de wet in 1995 kon worden ingevoerd. Al vanaf 1992 werd gepoogd te komen tot een nieuwe abortuswetgeving. Na de eenwording van de Bondsrepubliek en de DDR werd eerst een compromis gezocht tussen de oude restrictieve West-Duitse wetgeving en de veel soepelere Oost-Duitse regels. Omdat die wetten ver uiteenlagen, is eerst een overgangsperiode van twee jaar ingesteld en duurde het uiteindelijk tot 1995 voordat de nieuwe wet een feit was.

De gevolgen van die wet zijn in 1996 in de statistieken terug te zien. Vóór de wet lag het gemiddelde abortuscijfer in de beide Duitslanden op zo'n 97.000 per jaar. In 1996 was er een sprong te zien naar 135.000 abortussen. Maar dat cijfer behoeft enige nuancering, want tegelijk met de nieuwe wet werd ook een nieuw, beter registratiesysteem in gebruik genomen. Onduidelijk is dus welk deel van de toename daaraan is toe te schrijven.

Sinds 1996 schommelt het Duitse cijfer zo rond de 135.000 abortussen per jaar. Van een toe- of afname kan niet worden gesproken. Ook wordt in Duitsland niet de etniciteit van de vrouwen geregistreerd die een abortus ondergaan.