Abortus in België nauwelijks omstreden

België kreeg zijn abortuswet in 1990. Het land moest er een constitutionele minicrisis voor doorstaan. Koning Boudewijn trad één dag af om de wet niet te hoeven ondertekenen. Het was een staatsrechtelijk novum, dat volgens politici niet voor herhaling vatbaar was.

Abortus is in België nauwelijks nog omstreden. De regeling is wel strenger dan in Nederland. Zo is abortus alleen mogelijk tot de twaalfde week van de zwangerschap, waar in Nederland een termijn van 24 weken geldt. Ook moeten twee artsen oordelen en is er een bedenktijd van zes dagen.

Volgens cijfers van de Nationale Evaluatiecommissie steeg het aantal abortussen na 1990 aanvankelijk, doordat steeds minder Belgische vrouwen voor een abortus naar Nederland uitweken. Per saldo bleef het aantal Belgische vrouwen dat zich in binnen- of buitenland liet aborteren gelijk op 13.000 à 14.000 per jaar. Vóór de legaliseren lag dat cijfer volgens sommige schattingen op 16.000 à 20.000.

De Nationale Evaluatiecommissie, die in 1990 werd opgericht, registreert geen cijfers naar etnische afkomst. Van vrouwen die zich laten aborteren wordt alleen de woonplaats geregistreerd. Volgens commissievoorzitter A. van Orshoven ligt het abortuscijfer in Vlaanderen lager dan in Wallonië en Brussel. Volgens hem hangt dat samen met de relatieve rijkdom van Vlaanderen. ,,Ik denk dat veel vrouwen vooral om economische redenen een abortus laten uitvoeren, maar dat is niet wetenschappelijk bewezen.''

Het abortuscijfer in België lag volgens de Nationale Evaluatiecommissie eind jaren negentig met 6,8 per duizend vrouwen (15-44 jaar) een fractie hoger dan de 6,5 in Nederland. Inmiddels is het abortuscijfer volgens het Nederlandse rapport in België met 5,7 per duizend in 2000 gedaald naar het laagste ter wereld.

Het is nog gissen naar een verklaring, later dit jaar wordt een Belgische evaluatie gepubliceerd.