Aantal abortussen flink gestegen

Het aantal abortussen in Nederland is de afgelopen jaren flink gestegen. In 1990 werd bij ruim vijf van de duizend vrouwen in de vruchtbare leeftijd de zwangerschap afgebroken. In 2000 gebeurde het bij acht van de duizend vrouwen.

Nederland heeft daarmee niet meer het laagste aantal abortussen ter wereld. In Duitsland en België is het nu lager.

Dit staat in het rapport `Abortus in Nederland 1993-2000' dat vanmiddag door de Stichting Samenwerkende Abortusklinieken Nederland (StiSAN) publiek is gemaakt.

Het is voor het eerst sinds bijna tien jaar dat deze cijfers in Nederland zijn verzameld.

De toename van het aantal abortussen komt vooral doordat er in Nederland nu meer allochtone meisjes en vrouwen zijn dan tien jaar geleden. Vooral bij Antilliaanse meisjes en vrouwen is het aantal abortussen hoog: bijna 87 per duizend vrouwen. Antilliaanse en Turkse meisjes krijgen in Nederland voor hun twintigste relatief het vaakst een kind. Maar bij Antilliaanse meisjes is de zwangerschap meestal niet gewenst, en bij Turkse meisjes wel. In 2000 raakten 6.200 meisjes tussen 15 en 19 jaar zwanger. Van hen ondergingen 3.900 een abortus. Dat komt neer op 8,6 abortussen per duizend meisjes. In 1990 was het nog 4,0 per duizend meisjes.

Alle meisjes en vrouwen in Nederland, staat in het rapport van de StiSAN, vertonen de laatste jaren ,,minder effectief anticonceptiegedrag''. Ze gebruiken minder vaak of minder zorgvuldig de pil, ze laten zich minder vaak steriliseren of ze gebruiken helemaal geen voorbehoedsmiddelen.

Volgens de StiSAN zijn er aanwijzingen dat vooral meisjes `risicovol gedrag' vertonen. Dat blijkt niet alleen uit het grotere aantal zwangerschappen, maar ook uit het stijgende aantal besmettingen met seksueel overdraagbare aandoeningen zoals gonorroe en chlamydia. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu stelde vorige week ook al vast dat jonge mensen vaker onveilig vrijen.

De StiSAN vindt het stijgende aantal abortussen in Nederland `zeer verontrustend'. De `seksuele gezondheid' is in Nederland sterk achteruitgegaan, vindt de StiSAN. En dat komt doordat politici en beleidsmakers te weinig aandacht hebben voor hulpverlening en voorlichting over geboorteregeling. Vorig jaar werden de Rutgershuizen, waar die voorlichting en hulp werd gegeven, gesloten.

De StiSAN wil dat de abortusklinieken de taken van de Rutgershuizen overnemen. In zeven grote steden hebben abortusklinieken dat al gedaan. Alle zeventien over het land verspreide abortusklinieken, vindt de StiSAN, moeten omgevormd worden tot Centra voor Seksualiteit, Anticonceptie en Abortus.