Stop met maken van folders in talen van allochtonen

Op een nieuwe poster van de Belastingdienst staat een keurige, in djellaba geklede man afgebeeld. Hij heeft een conservenblikje met olijven in zijn hand. De tekst onder de foto is in het Arabisch opgesteld en heeft tot doel de allochtonen van Marokkaanse huize te attenderen op het feit dat er wijzigingen zullen komen in de regeling levensonderhoud. Er is ook een poster in de Turkse taal. In een begeleidende brief staat dat de Belastingdienst de Turkse en Marokkaanse gemeenschap in de eigen taal wil attenderen op zaken die voor hen van belang zijn. Gerichte brochures en folders, radiospotjes in het Berbers, advertenties en uitzendingen op de televisie – allemaal in de eigen taal – zullen volgen.

Niet alleen de Belastingdienst, elke zich respecterende overheidsinstelling, op service gerichte gemeentelijke dienst of instelling, grote ziekenhuizen en zelfs openbare bibliotheken zien zich genoodzaakt hun brochures, folders, stembiljetten en brieven te laten vertalen. Bij de dienst Bevolkingszaken of Herhuisvesting hangen bordjes in de Turkse of Arabische taal en van geval tot geval wordt gratis tolkenservice aangeboden. Bureaus gespecialiseerd in etnomarketing en vertalingen verdienen er een goede boterham aan.

Er zijn genoeg redenen te bedenken om brochures en folders te laten vertalen. Voorlichters, vaak van Marokkaanse of Turkse afkomst, noemen onder meer psychologische motieven, herkenbaarheid, erkenning en het gevoel van meetellen. Het verhoogt bovendien de attentiewaarde, want de migrant weet dat de tekst speciaal voor hem is bedoeld. Voorlichting in de eigen taal zal, aldus deze deskundigen, ook op langere termijn noodzakelijk zijn.

Ze zijn onlangs bijgevallen door Rob Oudkerk, lijstrekker van de PvdA in Amsterdam. Hij toonde zich een krachtig voorstander van het vertalen van overheidsbrochures in andere talen (NRC Handelsblad, 22 februari), waarbij hij wijst op ervaringen in zijn Amsterdamse praktijk als huisarts en met name op de enorme informatieachterstand van allochtonen in de oudere buurten.

Uit het oogpunt van integratie zet ik vraagtekens bij deze goedbedoelde, maar paternalistische houding.

Elk jaar komen naar schatting twintigduizend gezinsvormers of gezinsherenigers naar Nederland in het kader van het `recht op familieleven'. De meesten van hen zijn pas gehuwd met een in Nederland wonende Marokkaanse of Turkse partner. Ze spreken geen Nederlands en zijn vaak slecht opgeleid, terwijl hun kinderen in Nederland zullen opgroeien. In feite is hier sprake van een herhaling van de eerste golf van gezinshereniging uit de jaren zeventig en tachtig. In het vorig jaar door de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid uitgebrachte rapport `Nederland als Immigrantensamenleving' wordt dit perspectief een bron van zorg genoemd. Het gebrek aan taalvaardigheid en ambitie kan leiden tot een voortdurend proces van sociale en economische achterstand. Uit onderwijskundig onderzoek blijkt bovendien dat de scholing en ambities van de ouders in het algemeen de beste voorspellers zijn van de schoolprestaties van de kinderen.

Inmiddels zijn vrijwel alle deskundigen en politici het erover eens dat het spreken van de Nederlandse taal niet een voldoende, maar wel een noodzakelijke voorwaarde is voor integratie van leden uit etnische groepen in deze samenleving. Te weinig wordt echter erkend dat migratie een keuze inhoudt, een keuze voor een ander land en voor een andere taal.

In het vaak moeizame proces van aanpassing in de nieuwe omgeving zal ook een beroep moeten worden gedaan op het eigen initiatief. Integratie is ook een kwestie van investeren in jezelf en dat houdt ook een verplichting het Nederlands te leren spreken. Door het vertalen van brochures, brieven en het verlenen van tolkendiensten aan allochtonen wordt door de overheid impliciet de boodschap meegegeven dat je in Nederland kunt wonen en werken, maar dat je de Nederlandse taal niet hoeft te beheersen. Vanuit de gedachte van integratie is dat een verkeerd signaal.

Daarom luidt mijn stelling: stop met het maken van folders en brochures in het Turks, het Farsi, het Arabisch of welke andere taal dan ook. Neem de migranten serieus, spreek ze toe in het Nederlands en laat ze ook zelf initiatieven nemen om de boodschap te leren begrijpen. En als zo nodig vertaald moet worden, voeg dan aan de tekst een samenvatting toe in de vreemde taal.

Dr. Hans Werdmölder is als gedetacheerd universitair onderzoeker werkzaam bij het Wiarda Instituut van de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht.