Staaloorlog dreigt

Financial Times

Met zijn besluit om heffingen en quota's voor de staalimport in te stellen, heeft president George W. Bush de slechtste manier gekozen om iets aan de noodlijdende Amerikaanse staalproductie te doen. Zijn aanpak is schadelijk voor de Amerikaanse economie omdat de gebruikers van staal worden gestraft, en kan leiden tot een transatlantische handelsoorlog die voor de VS als een boemerang zou kunnen werken. Erger nog: de lijdensweg van de Amerikaanse staalindustrie zal alleen maar langer worden, want de toekomst daarvan is niet gebaat bij kunstmatige bescherming tegen de druk tot hervormingen.

Bush heeft tot de beperkingen besloten op aanbeveling van de Amerikaanse Internationale Handelscommissie (ITC), een onafhankelijk adviesorgaan. Weliswaar heeft hij lagere tarieven ingesteld dan de 40 procent die de commissie had aanbevolen, maar de 25 procent op platgewalst staal – de grootste categorie – is niet bepaald minder schadelijk.

Plaatstaalproducenten als Brazilië blijven waarschijnlijk gespaard, omdat de invoer onder het peil lijkt te blijven dat tot een heffing zou leiden. Hetzelfde geldt voor Canada en Mexico, als leden van het Noord-Amerikaanse Vrijhandelsakkoord. Maar het besluit is een klap voor een aantal grote producenten, zoals de Europese Unie, Zuid-Korea, Japan, Rusland en China.

Het probleem van de Amerikaanse industrie is niet een te grote concurrentie van de import, die trouwens toch al daalt. Het probleem is het voortbestaan van zo'n dertig massaproducenten die te klein zijn om te concurreren – niet in de laatste plaats met Amerikaanse producenten die zich van moderne mini-hoogovens bedienen.

In andere industrieën zouden bedrijven fuseren [...]. Maar de royale sociale voorzieningen van de staalarbeiders, door de vakbonden bij zwakke bedrijven afgedwongen, moeten wel betaald blijven worden. Tegenover iedereen die nu in de bedrijfstak werkt staan meer dan drie gepensioneerde arbeiders wier royale voorzieningen een kostenpost vormen waar geen enkele koper brood in ziet.[...]

De staallobby is machtig in het Congres en ook in doorslaggevende staten als West Virginia die hem (Bush) mede aan presidentschap hebben geholpen. Ook is hij niet bereid de 21 miljard dollar op te hoesten om genoemde voorzieningen in stand te houden, nu zijn begroting al onder druk staat van belastingverlagingen en hogere defensie-uitgaven.

De staalexporteurs hebben gedreigd de heffingen aan te vechten via de Wereldhandelsorganisatie, een proces dat twee jaar zou kunnen vergen. Vergelding door de EU zou kunnen leiden tot een kettingreactie van beschermingsmaatregelen, net nu er onderhandelingen beginnen over de nieuwe handelsronde die in november in Doha is overeengekomen.

Het besluit van gisteren is nu dertig dagen opgeschort voordat het wordt uitgevoerd. Het is voor Bush nog niet te laat om zich te bedenken, ter voorkoming van schadelijke gevolgen voor de Amerikaanse belangen en de mondiale vrijhandel.

Detroit News

[...] Het is een vreselijk besluit dat ten koste gaat van de economie en de Amerikaanse betrekkingen met belangrijke handelspartners. Erger nog: het zal tot prijsverhoging leiden van de meeste staalproducten, waaronder auto's [...]

Het besluit van Bush hing al in de lucht sinds een handelscommissie, bijeengeroepen door de president, een paar maanden geleden tot de slotsom kwam dat de binnenlandse staalproducenten hulp moesten krijgen tegen goedkope buitenlandse invoer. De commissie beval een heffing tot 40 procent aan op een grote reeks staalimportproducten. Bush schippert nu zowel met de hoogte van de heffing als met zijn principes als voorstander van vrijhandel.

[...] Niet de Amerikaanse staalindustrie is noodlijdend – alleen de grote, geïntegreerde staalbedrijven zijn dat. De meeste daarvan bevinden zich in sleutelstaten als West Virginia, waar Bush in 2000 won, en Pennsylvania, waar hij de laatste keer verloor maar de volgende keer hoopt te winnen. De politieke calculatie van de regering gaat voorbij aan het feit dat de staalbedrijven niet lijden onder te veel, maar onder te weinig buitenlandse concurrentie.

Van alle antidumping- en compensatieheffingen die sinds 1997 op buitenlandse producten zijn gelegd, betrof driekwart het buitenlandse staal. Maar dit protectionisme heeft de grote staalproducenten alleen maar aangemoedigd om voorbij te gaan aan de ware oorzaken van hun problemen: verouderde technieken, hoge vaste lasten en overcapaciteit. De nieuwe heffingsronde zal deze malaise verergeren en de concurrentiekracht van de grote staalindustrie op de wereldmarkt nog verder verzwakken.

[...] De heffingen komen neer op een belasting voor de staalgebruikende bedrijfstakken en zullen ook op hun mondiale concurrentiekracht een diepgaande invloed hebben. Neem de auto-industrie van Michigan. Tot de zestien producten waarvoor de heffing zal gelden behoren de stalen flenzen die in auto's worden gebruikt. De drie grote autoproducenten zijn er niet in geslaagd bij de regering een vrijstelling af te dwingen en vrezen nu een grote opdrijving van de productiekosten. [...]

Sommige studies voorspellen dat de heffingen tot 75.000 ontslagen in de staalgebruikende Amerikaanse industrie kunnen leiden.[...]

Zelfs de trouwe Amerikaanse bondgenoot Engeland dreigt met vergelding tegen Amerikaanse producten, evenals Japan. Dit is niet de manier om bondgenoten te belonen die de Verenigde Staten standvastig hebben gesteund in hun strijd tegen het terrorisme [...]